‘Ik ben maar een man met een sigaar’

De Nederlandse militairen in Uruzgan hebben nog maar een paar kleine ontmoetingen gehad met de Talibaan. „Misschien is het stilte voor de storm.”

Ligt de Nederlandse militaire operatie in de Afghaanse provincie Uruzgan op schema, vier weken na het begin? Kolonel der infanterie Theo Vleugels (48), commandant van de thans 880 Nederlandse militairen in Uruzgan: „We hadden niet echt een schema, voordat we vertrokken. We hadden weinig idee hoe vér we op welke termijn zouden komen. Wat onze situational awareness betreft – de mate waarin we weten wat er speelt in bepaalde dorpen en streken – zijn we na drie weken verder dan verwacht”.

Wat Vleugels, een ogenschijnlijk gemoedelijke man die op de voornamelijk uit gelig stof bestaande basis bij Tarin Kowt zelden zonder sigaar wordt gezien, bedoelt, is het hart van de operatie ISAF in Afghanistan, gericht op het winnen van de ‘hearts and minds’. Elke dag trekken patrouilles erop uit vanuit de Nederlandse bases in Tarin Kowt en Deh Rawood. Zij tonen zich aanwezig in plaatsjes waar de bevolking al eerder kennis heeft gemaakt met de Nederlanders, en benaderen ook nieuwe plaatsen, waarover meestal al inlichtingen zijn ingewonnen. Die tactiek van de ‘inktvlek’, zoals Vleugels het noemt, werkt volgens hem gesmeerd.

„Ik ben maar een man met een sigaar”, zegt Vleugels. „De echte helden zijn de mannen die patrouilles uitvoeren. Ik geef het je te doen: voortdurend op je hoede zijn voor IED’s (improvised explosive devices), bij elke hoek niet weten wat je kunt verwachten. En dan toch rustig en kalm blijven, en vertrouwen wekken.”

Vleugels legt uit dat de de Nederlanders nu contacten aan het leggen op méér plaatsen dan binnen de directe omgeving van Tarin Kowt en Deh Rawood – welke precies moet hier in verband met door Defensie ingestelde restricties op berichtgeving onvermeld blijven. De Nederlanders verkennen en beleggen ‘shuria’s’, een soort conventen van plaatselijke notabelen. Deels voeren de Nederlanders hun patrouilles te voet uit, of in niet-gepantserde voertuigen – om een meer ‘normaal’ en informeler contact te kunnen opbouwen dan vanuit intimiderende bepantsering mogelijk zou zijn. Is dat niet erg riskant voor de militairen?

„Het is geen wetmatigheid dat we ongepantserd de dorpen ingaan”, zegt Vleugels. „Flexibiliteit is het keyword. Je weegt de mogelijke reacties af, en de risico’s. Bij gevechtsacties gaan we natuurlijk wel gepantserd op stap. Tot nu toe hebben we echter het idee dat we in een betrekkelijk permissive omgeving werkzaam zijn, dus dat maakt de huidige opzet mogelijk. „Maar naarmate onze inktvlek zich uitbreidt, wordt dat soms natuurlijk wel eens anders.”

Wat Vleugels betreft zullen de Nederlandse troepen aan het eind van hun huidig mandaat van twee jaar in de hele provincie Uruzgan present zijn – nu is dat nog maar het geval in een klein deel van het zuiden van de provincie. In delen van Uruzgan hebben de Talibaan het thans volledig voor het zeggen.

De Nederlandse militairen in Uruzgan hebben inmiddels een aantal, relatief kleine ontmoetingen gehad met de Talibaan, die bovendien aan Nederlandse zijde geen slachtoffers hebben gekost. Dat is in de belendende provincies Helmand en Kandahar, respectievelijk onder Britse en Canadese verantwoordelijkheid, wel anders – daar is vrijwel dagelijks sprake van kleine veldslagen, aanslagen en hinderlagen, waarbij ook wekelijks militairen sneuvelen. Vanwaar dat grote verschil? Pakken de Nederlanders het slimmer aan?

Vleugels: „Dat wij het slimmer aanpakken zou ik niet durven beweren. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe het komt dat het in Uruzgan zo rustig is. Misschien is het alleen maar stilte voor de storm. De Talibaan leiden zware verliezen in Helmand en Kandahar, en kunnen ook niet overal tegelijk zijn. Maar het kan heel snel gedaan zijn met de rust in Uruzgan. Wij hebben misschien dan een rustige benadering, maar de Talibaan zijn linksom of rechtsom niet blij met onze komst, dus we mogen oppositie verwachten”.

Als het zo heftig blijft in Helmand en Kandahar, is het dan denkbaar dat de Nederlanders vanuit het rustige Uruzgan de Britten en Canadezen een handje gaan helpen? Vleugels: „Natuurlijk, absoluut. Dat is militair denken. Dat past ook binnen het mandaat. ISAF-III, waarvan wij deel uitmaken, is een provincie-overschrijdende onderneming. Het algeheel commando van ISAF-III, dat Nederland in november overneemt, gaat ook over meerdere provincies”.

Waar de Nederlandse missie in Uruzgan zeker wél achterloopt op schema, is bij de opbouw en inrichting van Camp Holland. Het is op de stofvlakte, waar de temperaturen overdag de vijftig graden kunnen overschrijden, nog maar moeilijk invoelbaar dat hier een militaire basis moet ontstaan die ruimte biedt aan zo’n 1800 militairen – behalve Nederlanders ook enkele honderden Australiërs.

In het bijzonder nijpend is de situatie bij de legering van de manschappen. In plaats van in gepantserde containers (tegen eventueel inkomende raketten of mortiervuur), zoals de regering de Tweede Kamer had beloofd, zijn de manschappen voor een groot deel te slapen gelegd in grote tenten met 150 bedden, die niet goed met air-conditioning te koelen zijn. Reden daarvan is, vertelt Vleugels, dat de Duitse producent van de containers vertraging heeft opgelopen.

Maar de aanvoer van álles naar Tarin Kowt en Deh Rawood is gecompliceerd, aldus de commandant, „omdat het door een nauwe trechter moet”, in casu de gevaarlijke, enige weg vanuit Kandahar naar Tarin Kowt en Deh Rawood, waar aanslagen en IED’s verre van denkbeeldig zijn. Ook de pantserhouwitzers, die aan de verdediging van het kamp in Tarin Kowt zijn toegewezen, zijn er nog niet. “Het transport is de zwakste schakel in onze onderneming”.

Toch heeft Vleugels, vertelt hij, met de kerntaak van de Nederlandse missie – bevordering van veiligheid voor de bevolking – niet willen wachten totdat de Nederlanders hun eigen zaakjes op orde hadden, iets wat overigens nog maanden op zich zal laten wachten. „Ik wil meerdere ballen tegelijk in de lucht houden: de logistieke opbouw, het leggen van de contacten met de bevolking en de opbouw van het PRT (Provincial Reconstruction Team, waardoor de opbouwwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld de inrichting van een functionerende Afghaanse politiemacht een meer gestructureerd karakter dragen, red.). En het scheppen van een veilige situatie natuurlijk – dat is de basis”.

Wanneer zal hij tevreden zijn? Vleugels: „Als we over een maand of zes in het zuiden van Uruzgan kunnen zeggen dat we een politiek proces in gang hebben gezet. Als dat lukt, zal ik tevreden omkijken”.

Overeenkomstig de ‘Gedragscode voor journalisten in Uruzgan’ is dit artikel vóór publicatie gelezen door Defensie.