Geweld laait weer op in Irak

Ondanks de verzekering van de Iraakse premier Nuri al-Maliki, zaterdag, dat het geweld in Irak nu afneemt, zijn er de afgelopen dagen opnieuw tientallen doden gevallen bij zelfmoordaanslagen, bommen langs de kant van de weg en gewapende confrontaties. Voor het Amerikaanse leger was het ook een van de bloedigste weekeinden van de afgelopen maanden, met zeven gesneuvelde militairen zaterdag en zondag.

Vanochtend kwamen in de hoofdstad Bagdad zeker veertien mensen, onder wie acht politieagenten, om het leven toen een auto met explosieven bij het ministerie van Binnenlandse Zaken inreed op een controlepost. Op het doorgaans drukke punt in de stad raakten bovendien nog eens 35 mensen gewond.

Afgelopen nacht en vanochtend kwamen in de zuidelijke stad Diwaniya bij vuurgevechten tussen shi’itische milities aan de ene kant en Iraakse en Amerikaanse troepen aan de andere kant zeker 34 mensen om. De gevechten braken gisteravond omstreeks elf uur uit, toen Iraakse militairen in drie buurten op zoek gingen naar militieleden om hen te ontwapenen. Amerikaanse troepen kwamen de Iraakse militairen vervolgens te hulp.

Zondag waren zo’n zestig mensen omgekomen bij een reeks gewelddadigheden. Autobommen ontploften in Bagdad en de steden Khallis, Kirkuk en Basra. Een dag eerder had premier Maliki nog gezegd: „Het geweld is afgenomen. We verkeren niet in een burgeroorlog, en zullen daar ook nooit in terechtkomen. Wat je ziet is een sfeer van verzoening.” (Reuters, AP)