Fusie brengt Italië gewenste nationale bankenkampioen

Italië krijgt een bank die wat omvang betreft kan concurreren met andere bankgiganten in de eurozone. Banca Intesa en de bank Sanpaolo IMI zijn dit weekeinde overeengekomen te fuseren. De twee banken zijn respectievelijk de nummer twee en drie van Italië, en in combinatie zullen zij 6.100 vestigingen hebben en ruim een vijfde van de Italiaanse markt bedienen.

Dit hebben de twee banken zaterdag meegedeeld. De fusie is het eerste belangrijke teken dat de Italiaanse bankenmarkt begint aan de fusie- en overnamegolf die in veel andere eurolanden al goeddeels is voltooid. De stap maakt van de gefuseerde bank een instelling met een marktwaarde van rond de 60 miljard euro, en creëert in één stap de op drie na grootste bank in de eurozone. De fusie is een teken dat de Italiaanse centrale bank onder het nieuwe bewind van topman Mario Draghi ernst maakt met rationalisering van de versplinterde Italiaanse bankenmarkt. Waarnemers verwachten dat het onder Draghi voor buitenlandse banken eenvoudiger zal worden om zich in te kopen in Italië door middel van overnames. Dat geldt zeker als Italië minder defensief reageert op buitenlandse overnames, wanneer het zelf een aantaal Europese kampioenen binnen de grenzen heeft. Vorig jaar voerde ABN Amro een harde strijd om uiteindelijk de bank Antonveneta over te nemen. Beschuldigingen van obstructie door de centrale bank van Italië leidden nadien tot het aftreden van centrale bankier Antonio Fazio.

Voorzitter van de raad van bestuur van de fusiebank van Intesa en Sanpaolo wordt de huidige topman van Sanpaolo, Enrico Salza. Voorzitter van de raad van Commissarissen wordt Corrado Passera, de Intesa-topman.

De combinatie verwacht een jaarlijkse kostenbesparing van rond 1 miljard euro, waarbij een personeelreductie is voorzien. De Italiaanse regering wacht met een oordeel over de fusie tot over de gevolgen voor de werkgelegenheid meer duidelijkheid is.