En intussen lezen wij u

Techniek maakt controle mogelijk. Van de wet mag het.

Maar dreigt Nederland niet een ‘controlestaat’ te worden?

Vanaf vandaag zit in elk nieuw paspoort een chip met persoonsgegevens en een digitale foto. Later komen daar nog vingerafdrukken bij. De gegevens van dit biometrisch paspoort wil de overheid opslaan in een centrale databank.

Daarmee, maar daarmee niet alléén, dreigt Nederland een controlestaat te worden, waarin de kans toeneemt dat onschuldige burgers onderwerp worden van opsporingsonderzoek. Dat zegt althans het Rathenau Instituut, dat adviseert over vraagstukken op het snijvlak van wetenschap, technologie en samenleving.

Binnenkort brengt het Rathenau Instituut het rapport Van privacyparadijs tot controlestaat? uit. In dit rapport, dat nrc.next heeft ingezien, maakt het instituut een optelsom van alle veiligheidsmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de privacy van de gewone burger. Dit „totaalplaatje ontbrak tot nu toe”, zegt Geert Munnichs, projectleider.

Volgens het Rathenau Instituut zijn veel maatregelen in het begin ingegeven door technische innovaties: computernetwerken, mobiele telefoons, bewakingscamera’s. Een groot aantal stamt van vóór de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon.

Vervolgens is de terroristische dreiging door de overheid gebruikt als legitimatie voor het verstrekken van nieuwe bevoegdheden aan opsporingsdiensten. Geert Munnichs: „Terrorisme wordt te pas en te onpas aangehaald. Natuurlijk is het veiligheidsbelang groot, maar je kunt je afvragen of er een zorgvuldige afweging van privacybelangen plaatsvindt.”

De onderzoeker denkt dat burgers nauwelijks weten wat er allemaal op dit gebied aan de hand is. „Politici zeggen vaak dat burgers bereid zijn privacy op te geven in ruil voor veiligheid. Uit onderzoek blijkt echter dat de burger wel degelijk om zijn privacy geeft, maar dat hij simpelweg geen flauw idee heeft wat er achter de schermen gebeurt.”

Het Rathenau Instituut verwacht dat opsporingsdiensten in de toekomst steeds vaker onjuiste verbanden zullen leggen. Geert Munnichs: „Als je in de bibliotheek een scheikundeboek leent en af en toe een telefoontje pleegt naar een kennis in Saoedi-Arabië, kunnen de alarmbellen bij de AIVD al gaan rinkelen.”

Ook Ronald Leenes, universitair hoofddocent recht en technologie aan de Universiteit van Tilburg, schetst de gevaren van ongebreidelde toegang tot databases. Hij wijst op de verplichte opslag van gegevens over internet- en telefoonverkeer. Leenes: „Telefoonnummers van verdachte personen zullen opduiken in de brei aan data, als zo’n nummer wordt gebeld. Oók als je per ongeluk een verkeerd nummer intikt en een terreurverdachte aan de lijn krijgt. Zo kun je als onwetende burger betrokken raken in een onderzoek.”

Leenes hekelt de grote waarde die opsporingsdiensten hechten aan technische bewijzen. „Het gevaar dat data worden gemanipuleerd, wordt enorm onderschat. Het is voor computerdeskundigen eenvoudig het erop te doen lijken dat iemand een mailtje naar een verdachte heeft gestuurd, terwijl dat niet zo is.”

Geert Munnichs van het Rathenau Instituut wijst in dit verband op een voorwoord, eind 2004, door de Amsterdamse hoofdcommissaris Bernard Welten in een rapport van de Projectgroep Forensische Opsporing: „Technisch bewijs is meer waard dan de verklaring van mensen. Mensen maken fouten, verdachten beroepen zich op hun zwijgrecht, maar de verklaring van technische sporen zijn veel zo niet alles zeggend”, schreef Welten.

Intussen kijkt de Tweede Kamer heel anders aan tegen de ontwikkelingen dan het Rathenau Instituut. Justitiewoordvoeder Sybrand van Haersma Buma van het CDA zegt dat, inderdaad, „privacymuren voor een belangrijk deel zijn geslecht”. Maar hij beschouwt dit louter als positief. „We komen uit een samenleving waarin privacy te veel op een voetstuk werd geplaatst. Dat kon niet zo blijven.”

Aan een publiek debat over dit onderwerp heeft hij geen behoefte. „Dat er nu amper discussie over is, is niet waar. En we voeren dit beleid heel bewust. Dit is niet het creëren van een controlestaat. Dit is een overheid die doet wat nodig is om de veiligheid te garanderen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel En intussen lezen wij u (28 augustus, pagina 5) werd Geert Munnichs van het Rathenau Instituut onderzoeker genoemd. Dat is onjuist. Het onderzoek is verricht door de Universiteit van Tilburg in opdracht van Rathenau.