De vrede is terug, maar Ehud niet

Israël en Hezbollah vechten al twee weken niet meer.

Maar de ouders van de ontvoerde Israëlische militairen wachten nog steeds op hun zoons.

Er is, beseffen Shlomo en Miki Goldwasser maar al te goed, slechts één manier om hun zoon Ehud (31) vrij te krijgen. Dat is een gevangenenruil tussen Israël en het fundamentalistisch-shi’itische Hezbollah. De kanonnen van augustus zwijgen, de reservisten keren terug, de Israëlische en Libanese doden zijn begraven, maar voor de op 12 juli ontvoerde Ehud Goldwasser en zijn lotgenoot Eldad Regev (26) en hun families in het Noord-Israëlische Nahariyah is de oorlog nog niet voorbij.

„De oorlog werd helaas onvermijdelijk toen Hezbollah Israël aanviel met duizenden katjoesja’s, maar wij wisten ook meteen dat we met een oorlog onze zoon niet zouden terugkrijgen. We hebben daarom iedere dag gebeden voor een staakt-het-vuren. Het was een hele opluchting dat het schieten ophield”, zegt Miki, die haar best doet om contraproductieve politieke uitspraken te vermijden.

Bij zondagse koffie en appeltaart wegen Shlomo, directeur van een Zuid-Afrikaans-Israëlische scheepvaartonderneming, en Miki, galeriehoudster en pottenbakster, het nieuws van deze ochtend. Volgens de Egyptische krant Al-Ahram is een gevangenenruil in de maak. Hezbollah-leider Nasrallah bevestigt later op de dag dat er via Duitse en mogelijk ook Italiaanse kanalen wordt onderhandeld. Dezelfde Nasrallah was tijdens de 34 dagen durende Israëlische campagne in Libanon een doelwit. Was hij geliquideerd dan zouden de gevangen Israëlische soldaten hoogstwaarschijnlijk zijn gedood.

Nu hij in de beeldvorming als triomfator uit de strijd is gekomen, zijn de kansen op een uitruil van Ehud en Eldad tegen vijftien Libanese gevangenen groter geworden.

Miki, het tegendeel van moedeloosheid: „Premier Olmert heeft ons bezworen dat hij alles, maar dan ook alles zal doen om Ehud en Eldad vrij te krijgen. Daar hoort het uitwisselen van gevangenen bij. Ik vertrouw hem op zijn woord. Hij heeft gezegd dat Ehud en Eldad als zoons voor hem zijn. Hij heeft hun foto’s op zijn bureau staan. Hij heeft een speciale assistent benoemd die zich met de ontvoering bezighoudt. Maar wat er waar is van het laatste nieuws weten we niet. We hebben met elkaar afgesproken niets te geloven zonder concrete bewijzen dat zij nog leven.”

Shlomo en Miki waren op de ochtend van de ontvoering in hun appartement in het Zuid-Afrikaanse Durban, waar zij de avond tevoren onder het genot van een glas wijn nog hadden geconstateerd dat het leven „goed en mooi” was. Hun vier zonen waren allemaal goed terechtgekomen, waren getrouwd en waren heelhuids uit hun dienst in de Palestijnse gebieden gekomen.

Hun middelste zoon Yair was thuis in het familiehuis in Nahariyah toen een officier van het leger aanbelde met het slechte nieuws. Miki, half lachend: „Vanaf het eerste moment heb ik gevoeld dat hij nog in leven is en dat voel ik nog steeds. Ik ben niet voor niets een Pools-joodse moeder. Die zijn als leeuwinnen.”

Praten over haar zoon met zijn vrienden, die voortdurend op bezoek komen, met haar drie andere zoons en journalisten houdt haar overeind. Slapen kan zij toch niet door „de gedachten en de fantasieën, die iedereen wel kan raden”.

Zij vertelt dat Ehud en Eldad werden ontvoerd tijdens de laatste patrouille van hun één maand durende, jaarlijkse reservedienst. Ehud had het bevel over de twee jeeps die op een halve kilometer van de grens met Libanon in een hinderlaag liepen. Vier soldaten werden gedood, twee raakten gewond en twee werden door Hezbollah meegenomen. Ehud is vrijwel zeker ook gewond geraakt. „En wij waren nog zo opgelucht dat hij voor zijn dienst niet naar Gaza was gestuurd”, schokschoudert Miki.

De Goldwassers onderkennen dat hun zoon en zijn strijdmakker Eldad in de maalstroom van het Midden-Oosten makkelijk in vergetelheid kunnen raken. „Wij hopen dat landen die Libanon helpen bij de wederopbouw als eis zullen stellen dat wij een teken van leven krijgen. Vrijlating zal alleen gebeuren na onderhandelingen, maar een teken van leven in ruil voor miljoenen dollars moet toch mogelijk zijn”, zucht Shlomo.

Miki: „We hebben een brief aan Ehud gestuurd via het Internationale Rode Kruis. Maar niemand in Libanon wil deze brief aannemen, ook de ministers en parlementariërs van Hezbollah niet.” Ook een oproep op Al-Jazeera en de Arabische zender van de BBC leverde niets op.

De preambule van VN-resolutie 1701 spreekt van de „onvoorwaardelijke vrijlating van de ontvoerde Israëlische soldaten’’, maar in de operationele paragrafen ontbreekt een verwijzing naar het tweetal.

Miki: „Dat was natuurlijk wel teleurstellend, maar aan de andere kant hadden wij onze hoop op hun vrijlating niet op de Verenigde Naties gevestigd.”