De twee hoeden van de koningin

Vandaag diende bij de Raad van State de zaak van historicus Lambert Giebels. De koningin verhindert toegang tot documenten over de Hofmans-affaire.

Een zaak als deze ochtend heeft de Raad van State niet elke dag. Links staat historicus dr. Lambert Giebels (71), namens zichzelf. Rechts advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek en mr. Th. van Leeuwen, secretaris van koningin Beatrix. De laatste twee partijen zitten indirect namens de vorstin achter de tafel. Koningin Beatrix is betrokken bij dit geschil, en tevens president van de Raad van State. Schuin achter de staatsraden kijkt Beatrix vanaf een foto mee.

In zijn pleidooi maakt Giebels over die dubbelrol een opmerking, omzichtig maar helder. Hij heeft het over „de cliënte van het advocatenkantoor die in dit huis een zo belangrijke positie bekleedt”.

Op de rol van de afdeling bestuursrechtspraak staat zaaknummer 200602809/1/H3. Giebels versus de directeur van het Koninklijk Huis Archief (KHA), waarvan de stukken worden beheerd door de Stichting Archief van het Huis Oranje-Nassau. Bestuurder van die stichting is Beatrix.

Giebels hoopt met de Archiefwet en de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) in de hand „het sluitstuk” boven tafel te krijgen van wat de geschiedenis is ingegaan als de Greet Hofmans-affaire. Hij doelt op het dossier dat oud-premier Beel in 1957 in vier verzegelde enveloppen bij het KHA heeft afgegeven. De directeur van het KHA, en met hem Beatrix, weigert de documenten aan Giebels te geven.

De Greet Hofmans-affaire voltrok zich tussen 1948 en 1956 op paleis Soestdijk. De invloed van gebedsgenezeres Greet Hofmans (1898-1968) op koningin Juliana leidde tot een constitutionele crisis en bijkans tot de echtscheiding van Juliana en Bernhard.

„Het is als het laatste kamertje van het paleis, dat Blauwbaard voor zijn echtgenote gesloten hield. Ik hoop dat u mij de sleutel van dit kamertje zult willen aanreiken”, zegt Giebels.

De historicus belandde bij de Raad van State na een lange en tot nog toe vruchteloze rechtsgang. Laatstelijk voor de rechtbank in Breda, die zichzelf onbevoegd verklaarde. Giebels heeft de documenten uit het dossier-Beel nodig voor de voltooiing van zijn boek dat de werktitel meekreeg ‘De Greet Hofmans-affaire en onze constitutionele monarchie.’

[Vervolg HOFMANS: pagina 3]

HOFMANS

Hoe privaat is het Koninklijk Huis Archief?

[Vervolg van pagina 1]

Tot de documenten die Giebels wil zien, behoort het tot nu toe geheime rapport van de commissie-Beel. Deze commissie onder leiding van Beel deed in 1956, op instigatie van toenmalig premier Drees, onderzoek naar de affaire.

De Greet Hofmans-affaire is meer dan een incident, betoogt Giebels. Volgens hem heeft de constitutionele crisis aangetoond dat de formule van Thorbecke - de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk - niet werkt wanneer de koning van geen wijken weet.

Giebels: „Beide, koning en kabinet, worden dan gegijzelden van elkaar, zonder dat dit wegens de eenheid van de kroon naar buiten mag blijken. De Greet Hofmans-affaire werpt de niet-geringe vraag op of in een volwassen democratie als de onze het nog past dat de koning deel vormt van de regering. Of het niet hoog tijd wordt over te stappen naar het Zweedse model, naar een louter ceremonieel koningschap. Daarin behoudt de koning de edele taak het oranjegevoel uit te dragen.”

Zo krijgt deze ochtend een politiek tintje, al wil de tegenpartij daar niet van weten. Die concentreert zich op hun standpunt dat de WOB niet aan de orde is in dit geschil en ook niet eerder door Giebels in geding gebracht is. Het betreft een collectie van een private stichting die een verzoek tot openbaarmaking kan weigeren. De directeur van het Koninklijk Huis Archief is geen bestuursorgaan als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Hij is lid van de hofhouding die niet onder ministeriële verantwoordelijkheid staat, aldus de advocaten.

Giebels bestrijdt die visie met twee pijlen. Zijn eerste pijl is de motie-Kalsbeek. In januari 2005 heeft de Tweede Kamer met ruime meerderheid deze motie aangenomen, waarin werd uitgesproken dat stukken op het KHA die betrekking hebben op het functioneren van het koningschap aan een openbaar rijksarchief moeten worden overgedragen.

De tegenpartij is niet onder de indruk van de eerste pijl. Volgens hen kan „een enkel Kamerdebat” geen nieuwe bevoegdheden scheppen. Giebels toont zich „als oud-Tweede-Kamerlid onthutst door het dédain jegens ons parlementaire stelsel dat ik in deze uitspraak van de koninklijke advocaten proef.”

Zijn tweede pijl is hem aangereikt door juristen van de Universiteit van Tilburg. „Ik beperk mij tot de redenering waarmee de auteurs, zich baserend op de WOB, de conclusie weerspreken van de rechtbank: dat de overheid in geen enkel opzicht een doorslaggevende invloed heeft op het functioneren van de Stichting Archief van het Huis van Oranje.” Volgens de juristen is het staatshoofd een bestuursorgaan als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien stellen ze vast dat in de statuten van de stichting de bestuurder daarvan, Beatrix, op dezelfde wijze wordt omschreven als het staatshoofd in de grondwet. Hun conclusie: ‘Het is derhalve de grondwettelijke koning die qq als bestuurder van de stichting optreedt, en niet mevrouw Von Amsberg-Van Lippe Biesterfeld’. Daarmee zou het KHA met zijn directeur wel onder de WOB vallen.

Of Giebels wint of niet, in 2009 moet meer duidelijk worden over de Hofmans-affaire. Een andere historicus, Cees Fasseur, is vorig jaar namelijk door koningin Beatrix uitgenodigd om een „wetenschappelijk verantwoorde en uitvoerig geannoteerde monografie” te schrijven over de affaire.

Fasseur is daarmee de enige onderzoeker die toegang heeft tot de documenten, tot onvrede van Giebels: „Het is voor mij nog eens aanleiding een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel: de majesteit kan een recht dat zij de ene onderdaan toekent, de andere niet ontzeggen.” De Raad van State doet uitspraak over zes weken.