De smaak van couscous

Het huis is luxe. Te luxe misschien. Het zwembad is perfect, het klimaat van Zuid-Spanje is perfect, de koelkast koelt, de wc spoelt, maar perfectie gaat vervelen. Perfectie maakt mensen decadent en geestdood. Natuurlijk ben ik de enige die dat gevaar ziet, de kinderen dobberen gewoon in het zwembad en vinden perfectie vanzelfsprekend, ze vinden perfectie onschuldig. Ik moet ingrijpen voor het te laat is.

Laten we naar Marokko gaan, voor een dagje, ik zag een aanbieding voor een trip naar Tanger. Ze kijken verveeld op uit het water; een dagje Afrika, maak ik ervan. Dat maakt iets meer indruk.

Onze gids heet Hassan en hij is op een vriendelijke manier autoritair. Ik ben doodsbenauwd voor dat soort vriendelijkheid en let goed op wat hij zegt, voor het geval hij mij plotseling zal overhoren. Hij lijkt diep onder de indruk van de moderne scheepvaart, want terwijl iedereen in de bus in slaap dommelt, vertelt hij gedetailleerd over de catamaran die zo snel is, dat hij in een half uur van het ene continent naar het andere kan komen. Ach wat, in Istanbul kwam ik van Europa naar Azie in tien minuten, te voet, maar dat zeg ik niet, omdat Hassan er niet uitziet als iemand die in de vroege ochtend komisch bedoelde tegenspraak dult. Ook is hij niet geneigd ons gerust te stellen, hij wijst omstandig op de trucjes van Marokkanen, die hun waar in euro’s aanbieden en je dan waardeloos dirham-kleingeld teruggeven. En dat we ontzettend en verschrikkelijk goed moeten letten op onze paspoorten en of er een stempel voor een dagtrip in staat, het zou zomaar kunnen dat je Marokko niet meer uit kunt. Ik moet lachen om deze volstrekt fictieve situatie, kijk kalmerend naar de kinderen en check toch even of we de stempels hebben.

In Tanger vertelt Hassan ons de geschiedenis van de stad, we zien het buitenverblijf van de Marokkaanse koning en dan komt hoogtepunt nummer een: een kamelenrit. Kamelen zijn behoorlijk belachelijke beesten en ik weet ongeveer waarom. Ze lijken tandeloos, net als de meeste Marokkaanse kameeldrijvers overigens. Maar over de Marokkanen geen kwaad woord mijnerzijds, Hassan mag als Marokkaan kwaad spreken over Marokkanen, ik vind hen aandoenlijk en vertederend en ik zou hen stuk voor stuk willen omhelzen.

Na de kamelen heeft Hassan plotseling haast. We lopen door de khasba, nee, we rennen er doorheen en durven niet links of rechts te kijken om Hassan niet kwijt te raken. De man heeft een weinig opwekkend karakter, maar ik wil hem voor geen goud kwijtraken. Ik zie me al met mijn gezin dolen door het labyrint dat een khasba eigenlijk is, al die lieve tandeloze mensen die mij vertederd aanstaren en zouden willen omhelzen, Hassan, wacht op mij!

Pas tijdens de lunch mogen we een beetje rusten en in Spanje had Hassan al tweeëntwintig keer gezegd wat ze in Marokko eten, alsof hij al wist dat hij met een stel zwakzinnigen op pad was. In Marokko eten ze couscous. Als Hassan streng zou kijken en vragen wat ze in Marokko eten, zou ik mijn vinger opsteken en roepen: couscous.

Na de haastige lunch brengt Hassan ons naar de toeristenfuik. De bazaar waar we niet uit mogen zolang we niets gekocht hebben. Ik voel me als een kameel zo belachelijk, terwijl ik aandachtig kijk naar de tapijtjes en ruik aan de geneeskrachtige kruiden die zowel goed zijn voor de lever als voor terugtrekkend tandvlees. De Marokkanen gebruiken deze kruiden zelf kennelijk niet, ze zijn helemaal voor ons. Marokkanen zijn erg lieve mensen, zoals ze zich zorgen maken om ons Europees gebit.

Maar dan komt onherroepelijk het moment waarop je terug moet naar Europa. Einde Afrikaans avontuur. Ik kijk spijtig maar zie de kinderen gretig in de bus springen. En dan gebeurt er iets – u dacht zeker dat er in dit verhaal niets zou gebeuren? De veerboot heeft een defect. Een tamelijk elementair defect eigenlijk, de loopbrug wil niet naar beneden. De groep mensen die op de boot wacht wordt groter en groter, de Marokkaanse zon blijkt minder tandeloos dan de Marokkanen zelf, niemand weet wat er gebeurt, ook de Marokkaanse politie en douane niet. Ze proberen de drom mensen in bedwang te houden door de hekken steeds harder tegen hen aan te duwen, wat leidt tot scheldpartijen, schermutselingen en uiteindelijk vuistgevechten en gewelddadige arrestaties. De Marokkanen die naar Europa willen zijn daadkrachtiger, gewiekster en schaamtelozer dan wij, Europese dagjesmensen, en ineens staan alle Marokkanen voorin en wij met een stempel in het paspoort achterin.

Na een paar uur is de brug gerepareerd en een flauwgevallen Europees meisje gereanimeerd. Nu begint het instappen, wat neerkomt op het kinderlijk en onwaardig naar de boot toe rennen. Ik wil de waardigheid van mij en mijn gezin zolang mogelijk redden, maar dan hoor ik dat de boot vol is en we waarschijnlijk niet mee mogen. Oke jongens, einde opvoeding, tijd voor paniek, ik peins er niet over een dag langer in het onvolprezen Afrika te blijven, ik moet naar Europa, ik heb een stempel, ik vertrouw niemand meer, ik vertrouw alleen Hassan, waar is Hassan? En dan zien we Hassan naar de veerboot rennen.

Even, heel even besef ik wat asielzoekers en bootvluchtelingen voelen, al die lui die Europa willen bereiken, net als ik. Ik zie Hassan in de verte en ik weet wat het is. Een merkwaardige, ongeneeslijke verlatingsangst.

ramdas@nrc.nl