De commissarissen vonden boete genoeg

Wiet Pot moet weg bij zakenbank Kempen & Co. Uniek: een topman van een bank treedt af onder druk van toezichthouders.

Was het domheid of slordigheid? In ieder geval kost het hem zijn baan. Wiet Pot moet voor het einde van het jaar aftreden als bestuursvoorzitter bij zakenbank Kempen & Co wegens het niet melden van aandelen- en obligatietransacties.

De zaak is vrijwel zonder precedent. De Nederlandsche Bank en de financiële toezichthouder AFM oordeelden begin dit jaar dat het onzorgvuldige handelen van Wiet Pot van dien aard is geweest dat hij voor eind 2006 moet terugtreden. Beide toezichthouders maakten dit niet bekend en ook Kempen besloot in stilte naar een opvolger te zoeken, totdat er dit weekend geruchten opdoken en de Amsterdamse bank alsnog net nieuws zelf naar buiten bracht.

Er is geen vergelijkbare zaak met een bestuursvoorzitter. Eind jaren tachtig moest topman Ton Jongbloed van Staalbankiers weg na verdenking van heling. En bestuurlid Ton Soetekouw van ING moest in 1992 opstappen na druk van centrale bank in verband met privé-beleggingen. Maar als er al wordt ingegrepen is dit meestal geheim en gaat het erom dat de bank voorkomt dat iemand topman wordt. Zo mocht Peter Göbel geen topman worden van de Kas Bank omdat hij verantwoordelijk was geweest voor omstreden transacties bij Staalbankiers.

De zaak speelt al bijna een jaar. Pot liet de raad van commissarissen van Kempen in november 2005 zelf weten dat hij overtredingen had begaan. De topman had niet intern gemeld dat hij transacties op de aandelen- en obligatiemarkt had gepleegd. Iedere werknemer van een bank moet dit intern melden om te voorkomen dat er bijvoorbeeld wordt gehandeld met voorkennis.

Hoe een zeer ervaren bankier als Pot dit kon vergeten is een mysterie. Pot wilde vanmorgen geen commentaar geven. „De omschrijving van een verregaande onachtzaamheid lijkt mij een juist”, zei Kempen-bestuurder Ieko Sevinga in een telefonische reactie.

Extra pijnlijk voor Pot is dat de transacties gewoon volgens Kempen zouden zijn goedgekeurd door de interne controle-afdeling, als ze maar waren gemeld. Het ging niet om handel met voorkennis en er was geen sprake van enige belangenverstrengeling, aldus Kempen.

Pot meldde bij zijn aantreden in 2004 onder meer niet dat hij nog een positie had in een Standard & Poor's -optiecontract. Verder verzuimde hij te melden dat hij aandelen Goldman Sachs en Koninklijke Olie en een portefeuille Nederlandse staatsleningen had verkocht. Het leverde hem wellicht persoonlijk koerswinst op, maar had volgens Kempen verder weinig van doen met de bank.

Zijn raad van Commissarissen vond het daarom ook geen reden om weg te sturen, ook al bood Pot zelf direct zijn ontslag aan. De commissarissen gaven hem een boete, meldde de zaak bij de toezichthouders en gingen gingen er kennelijk van uit dat de zaak was afgedaan. In februari bleek dit een misvatting toen de onderzoekers van de AFM en centrale bank tot de conclusie kwamen dat het niet melden van de transacties ernstig genoeg was om op het aftreden van Pot aan te dringen. Kempen kon tegen deze beslissing in beroep, maar besloot dit in het belang van het bedrijf niet te doen.

Wellicht wilde de commissarissen de schade beperkt houden. Kempen, een onafhankelijke bank die vooral diensten als vermogensbeheer levert aan rijke particulieren, en institutionele beleggers, kwam enkele jaren gelden al negatief in het nieuws. In 2002 was het de bekende vermogensbeheerder Willem Burgers die door de bank zelf werd weggestuurd wegens handel met voorkennis. Burgers kreeg een jaar later een taakstraf en vier maanden voorwaardelijk.

Deze zaak, die veel publiciteit kreeg, deed Kempen geen goed. Bovendien werd de bank ook hard getroffen door de malaise op de beurs destijds en het stilvallen van de markt voor overnames en fusies. Kempen had ook weinig profijt van het nieuwe moederbedrijf: het Belgische Dexia dat Kempen in 2001 had gekocht.

Het tij keerde in 2004. Kempen, opgericht in 1903, herwon zijn onafhankelijkheid nadat investeringsmaatschappij HAL, de Friesland Bank, het management en het personeel de aandelen samen terugkochten. Pot kocht een belang van 10 procent met een geschatte waarde van circa 8,5 miljoen euro. Onder zijn leiding timmerde Kempen weer agressief aan de weg. Tot vanmorgen. Toen begon bankier Pot de week met het toespreken en excuses aanbieden aan het personeel.