Bloedigste strijd Afrika nadert einde

Oeganda heeft een wapenstilstand gesloten met de rebellen van het LRA.

Houdt het stand, dan komt een eind aan een van de meest brute oorlogen in Afrika.

Er bestaat gematigd optimisme over de vredeskansen in de twintig jaar oude oorlog na het zaterdag getekende deelakkoord tussen de Oegandese regering en het Verzetsleger van de Heer (LRA). „Als het LRA zich aan het bestand houdt, betekent dit een doorbraak”, reageerde een diplomaat in de Oegandese hoofdstad Kampala.

Alle LRA-strijders, inclusief de beruchte topcommandanten Joseph Kony en Vincent Otti, beloven zich in twee kampen in Zuid-Soedan te zullen verzamelen. Hun handtekeningen staan echter niet onder het akkoord; uit angst te worden gearresteerd zijn ze niet aanwezig bij het overleg in Juba. „Er is steeds telefonisch overleg geweest met de leiders in de bush”, verzekert een deelnemer bij de besprekingen, „ze hebben hun fiat aan dit akkoord gegeven.”

Met het akkoord geeft het LRA zich in feite over, een indicatie van het besef aan de zijde van de occulte rebellen dat hun opstand is mislukt. In de wandelgangen bij de besprekingen zoeken de onderhandelaars druk naar een uitweg wat te doen met de leiders. Er wordt vanuit gegaan dat de vier door het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag aangeklaagde leiders amnestie zullen krijgen in Zuid-Soedan of in Oeganda. „Het meest voor de hand ligt hen te laten berechten volgens de tradities van de noordelijke Acholistam”, vertelt een waarnemer bij het overleg in Juba.

De meeste westerse landen, waaronder Groot-Brittannië en Nederland, blijven opvallend afstand houden van het vredesproces wegens het heikele punt van de amnestie in plaats van een enkele reis naar het ICC in Den Haag. Zij willen ieder contact met de door Interpol gezochte LRA-leiders vermijden. Behalve de regeringsdelegatie doen verscheidene burger- en religieuze groepen mee aan parallelle besprekingen met de LRA-leiders en zij allen zijn vóór amnestie en tegen het ICC.

De politicus Norbert Mao bezocht vorige maand de LRA-leiders in de jungle: „Eerst verscheen Kony in militair tenue, hij sprak opgewonden en gaf ons een lange lezing. In de avond zaten we rond het kampvuur, hij kwam er op zijn slippers gezellig bij zitten en we hebben tot diep in de nacht zitten kletsen. Het ijs is gebroken, ik geloof niet dat er nog een weg terug is bij dit vredesproces.”

Na de afhandeling met het LRA van de militaire aspecten van het conflict is de volgende stap om burgers te laten meebeslissen. Norbert Mao was tien jaar lang parlementslid, hij is nu voorzitter van het Guli-district en een uitgesproken tegenstander van de Oegandese president Museveni. Hij zegt: „Kony vertelde aan het kampvuur dat hij al jaren de leeuw bij de staart vasthoudt en dat wij burgers nu onze taak moeten opvatten. De LRA-leiders zijn dwazen maar ze delen de wrok van de bewoners in Noord-Oeganda over de achterstelling van hun gebied door de regering van Museveni.” Mao steekt een dreigend vingertje op naar de Oegandese regering: „Onze taal en onze cultuur in het noorden passen meer bij de bewoners van Zuid-Soedan dan bij die van onze landgenoten van Zuid-Oeganda. Afscheiding van het noorden en aansluiting bij Zuid-Soedan is een optie.”

De voormalige minister Betty Bigombe komt ook uit het noorden maar zij staat politiek dicht bij Museveni. „Het LRA is slechts een klein onderdeel van het conflict. Noord-Oeganda is gemarginaliseerd, kijk alleen maar naar het beperkte aantal noorderlingen in de overheid. De regering moet een rehabilitatieprogramma voor het noorden opzetten en gaan werken aan verzoening.”

De oorlog is een gevolg van de noord-zuidtegenstelling in het land, die teruggaat tot voor de onafhankelijkheid in 1962. Het noorden was het minst ontwikkeld maar leverde de soldaten en politici. Tot in 1986 de guerrillastrijders van Museveni de macht grepen en het zwaartepunt van de macht naar het zuiden verschoof. Museveni’ soldaten misdroegen zich in het noorden, de inwoners voelden zich mishandeld. Het LRA buitte deze onvrede uit. De beweging rekruteerde duizenden kinderen en de strijd ontaarde in een van de meest brute oorlogen van Afrika, met anderhalf miljoen ontheemde burgers.