24 augustus is pijnlijke datum voor naturalisatie

Op donderdag 24 augustus is op veel plaatsen in Nederland de zogenoemde Dag van de naturalisatie gevierd. Nieuwe Nederlanders werden door de gemeentebesturen ontvangen, waarbij in Den Haag zelfs de koningin niet ontbrak. Zo kon door velen op feestelijke wijze het Nederlanderschap in ontvangst genomen worden.

Waarom is nu juist de datum 24 augustus gekozen? Is dit toeval of is daarvoor van overheidswege een bewuste keuze gemaakt?

Helaas is het laatste het geval. Immers, zoals ik een gemeentelijke notabel het in het NOS-journaal hoorde zeggen, op 24 augustus 1815 hebben we de eerste Grondwet van het koninkrijk der Nederlanden gekregen en juist deze datum, waarop de democratische beginselen voor ons land zijn vastgelegd, is zo passend als dag voor deze jaarlijks terugkerende ceremonie.

De keuze voor 24 augustus is uit historisch oogpunt bezien een volstrekt verkeerde. In de eerste plaats is de Grondwet van 1815 niet de eerste Grondwet die ons land na het vertrek in 1813 van de Fransen gekend heeft. Immers op 30 maart 1814 was al een grondwet afgekondigd. Weliswaar had Willem-Frederik toen nog de titel van soeverein vorst, maar de contouren van het huidige Nederland waren al duidelijk zichtbaar. Alleen al om die reden zou een keuze voor de datum 30 maart meer voor de hand gelegen hebben.

Maar er is een veel belangrijker reden waarom 24 augustus juist niet een herdenkingsdag die nauw gekoppeld is aan onze democratie behoort te zijn. De afkondiging van de Grondwet op 24 augustus 1815 is namelijk democratisch gezien een zwarte bladzijde in de geschiedenis van ons land.

Wat is het geval? De grote mogendheden hadden op het Congres van Wenen bepaald dat de Zuidelijke Nederlanden (België), die in de loop van de geschiedenis door de Spanjaarden, Oostenrijkers en Fransen bestuurd waren, één staat als buffer tegen Frankrijk moesten vormen met de Noordelijke Nederlanden. Daartoe moest de Grondwet van 1814 vervangen worden door een grondwet, die voor het gehele nieuwe land ging gelden. Na veel discussies kwam een ontwerpgrondwet gereed.

De Staten-Generaal van het Noorden aanvaardden deze ontwerpgrondwet. In het Zuiden, dat nog geen gekozen volksvertegenwoordiging had, werd evenwel door 1604 opgeroepen notabelen gestemd. Een meerderheid van deze notabelen stemde tegen deze Grondwet.

Wat deed de koning (Willem-Frederik had ondertussen deze titel aangenomen) toen? Hij rekende dat 126 stemmers, die tegen de Grondwet hadden gestemd vanwege de positie van de godsdienst, bij de voorstemmers: ‘Als men echte bezwaren had gehad, zou men deze wel hebben geuit’. Verder werden de thuisblijvers bij de voorstemmers geteld.

In het Zuiden werd deze wijze van rekenen wel ironisch „Arithmétique Hollandaise” genoemd. Vervolgens werd op 24 augustus 1815 door de koning bij publicatie verklaard dat de Grondwet was aangenomen. Op diezelfde dag trad de Grondwet in werking.

Op deze ondemocratische wijze waren ongeveer 3 miljoen ‘Belgen’ op 24 augustus 1815 onvrijwillig tot Nederlander ‘genaturaliseerd’. Het is daarom een pijnlijke vergissing om 24 augustus te nemen als dag, waarop nieuwe Nederlanders in onze democratie worden verwelkomd.

Van de nieuwkomers wordt verwacht dat zij enigszins op de hoogte zijn van de geschiedenis van ons land. Dat degenen die de inburgering organiseren dat blijkbaar niet zijn, stemt tot droefenis.

Arthur Elias is als rechtshistoricus verbonden aan de Universiteit Leiden.