Zichem – Diest

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Vlaanderen

Waar de Oude Demer inhaakt bij de Demer, beroemde riviertjes doordat de schrijver Ernest Claes zijn vlaskoppige Witte van Zichem er – hoe schaamteloos! – bloot in liet plonzen, staat de Maagdentoren. Bij een Maagdentoren stel ik me een fier fallussymbool voor waar die maagden dan in worden opgesloten. Dit is meer de brokkelkies van de ouwe draak die op ze moest passen. Geen maagd hoeft zich zorgen te maken. De toren is een en al vluchtroute, in en uit is zo gebeurd.

Intussen sidderen de beide Demers tussen hun groene wallekanten, gekieteld door het dunne licht dat de zon vantussen wolken met gefronste wenkbrauwen naar beneden sproeit. Gaandeweg de wandeling wordt de zon zelfverzekerd. Hij gaat op visite bij het krullend bietenblad en het lome uienloof en paradeert over de geknipte en geschoren velden waar het koren geoogst is.

We volgen een ongebruikelijk recht pad van aangestampte grond. Het slaat een tunnel in de bomen en snijdt recht de bermen af. Vroeger lag hier een spoorlijn, daar komt dat door. Ik hoor gebeier en krijg achter de boomkruinen de koepel en de klokkentoren van de basiliek van Scherpenheuvel in het oog. Door hen lijkt het land op een Toscaans renaissance-schilderij. De route draagt de wandelaar op om het rechte pad te verruilen voor veldwegen met bochten en verleidelijke, bolbegroeide middenbermen van graspol met bloemetjes.

In een van de Scherpenheuvelse kapellen lees ik de aansporing: ‘Bidden werkt’. De letters worden verlicht door tientallen noveenpotkaarsen à €3,10, te voldoen in het offerblok. Nabij de koepelkerk met de 298 vergulde sterren op zijn hoed tref ik de annonce van een kaartlegster. Zal ook wel werken. Ik scheur een strookje met haar telefoonnummer af en geef het aan man. Voor de zekerheid.

Het land heuvelt, de landerijen heuvelen, en wij heuvelen mee. Kluiten quasi-villa’s zorgen nu en dan voor verstoring van het mooie. Iets anders herstelt het dan, zoals een veld, paars van de klaver.

En die veldpaadjes, och, wat lopen die lekker als ze verstevigd zijn dankzij de schervenstort, en wat vertederen ze als die scherven een okerkleurig motiefje in Mondriaanbelijning vertonen.

Daar ligt Diest, breeduit in de vallei, pannendaken, hijskranen, alles overdonderd door een knoert van een kerk.

Plotseling graait de wind de bomen onder hun rokken. De acacia’s langs het pad sissen verontwaardigd met hun blaadjes. Een stortbui plaatst in een minuut of vijf een stel grote plassen en verdwijnt abrupt. Geintje.

Ong. 16 km. Routenrs. 52 t/m 57 uit: ‘GR5, Noordzee-Rivièra, deel: Lage Landen’. Uitg. Grote Routepaden, Antwerpen, 2003. Tussen Zichem en Diest rijden ma t/m vrij regelmatig treinen; in het weekend is de verbinding schaarser.