Zeg nooit dat iets ‘stupid’ is

Vier scholieren uit Eindhoven keken in New York de kunstjes van invloedrijke politici af. Jacqueline Kuijpers

“Driehonderdzestig jongeren van 18 jaar die in pak door New York lopen.” Dat beeld schetst Loretta van der Horst (18) van haar ervaringen tijdens de Global Young Leaders Conference (GYLC), waaraan zij deze zomer deelnam. Samen met haar klasgenoten Saskia Haitjema, Iris Zonneveldt en Cyriel Pieters van het Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven reisde zij naar de VS om er ambitieuze jongeren van over de hele wereld te ontmoeten, veelal van goede komaf, die – formally dressed – met elkaar in discussie gingen over wereldproblemen. En die de kunst van het leiderschap probeerden af te kijken van de vele invloedrijke politici die zij spraken.

Want dat is waar het de young leaders van de toekomst om te doen is: leren wat de fundamenten van macht en invloed zijn en welke strategieën je moet volgen om de top te bereiken. Daarbij wordt zelfs een discussie over Hitlers leiderschapskwaliteiten niet geschuwd, ondervonden de Eindhovense scholieren tot hun verrassing. Saskia: “In Amerika kun je hardop zeggen dat Hitler een briljant leider was. We hebben zijn leiderschap geanalyseerd. Ik vond dat heel moeilijk en vreemd, maar Amerikanen hebben de Tweede Wereldoorlog op een totaal andere manier beleefd dan wij in Europa.”

Dat merkten de scholieren ook toen ze het Holocaustmuseum in Washington bezochten. Loretta: “Wij werden daar heel erg door geraakt. Er waren Duitse studenten bij die hun naamkaartje, met hun land van herkomst, omdraaiden, uit schaamte.” “Maar de Amerikaanse jongeren interesseerde het veel minder”, vervolgt Iris. “Die bleven maar herhalen dat wij wel dankbaar zouden zijn dat we door hen bevrijd waren.” Cyriel: “En dan waren er ook nog jongeren, bijvoorbeeld uit Trinidad en Tobago, die nog nooit van de holocaust gehoord hadden. Zij hadden in hun geschiedenislessen vooral aandacht besteed aan de slavernij.”

Met dagelijks twee lange discussierondes, vele lezingen en culturele uitstapjes hadden de Eindhovense scholieren een overvol programma. Ze leerden er bovenal in de huid van een ander te kruipen. Alle deelnemers werden ingedeeld in landengroepen met elk zo’n twintig scholieren. Loretta en Cyriel vertegenwoordigden China, Iris en Saskia respectievelijk Sierra Leone en Egypte. Vanuit die positie gingen zij elke discussie in. Het diplomatieke taalgebruik was wennen, aldus Iris en Loretta: “Je vindt iets nooit ‘ridiculous’ of ‘stupid’, hooguit mag je zeggen ‘I strongly disagree’.” Dit gedrag werd de scholieren met de paplepel ingegoten. Want hoe machtiger de sprekers op de conferentie, des te diplomatieker hun antwoorden. Loretta: “Je kreeg gewoon nooit antwoord op je vragen, ze draaiden er maar omheen. Heel frustrerend.”

Het Eindhovense viertal nam vorig jaar in Oxford al deel aan een junior VN-conferentie, de Model United Nations. Waarschijnlijk zijn ze daar ‘gespot’: een paar maanden later lag de uitnodiging op de mat voor de GYLC. De club erachter, de Congressional Youth Leadership Council, organiseert al twintig jaar dergelijke programma’s op nationaal en internationaal niveau. De precieze achtergrond kennen de Eindhovense scholieren niet. Loretta: “Het is volgens mij een vrij onafhankelijke club, ze dringen je geen mening op. Onze faculty advisors, degenen die de landengroepen coachten, waren een soort hippies, heel idealistisch.” Saskia knikt: “Die van ons was zwart. Hij zei bij het afscheid dat we al onze vooroordelen tegenover zwarten moesten vergeten. Hij was het levend voorbeeld dat niet alle jonge zwarte mannen in de ghetto’s belanden.”

Het zijn dit soort ontmoetingen die indruk hebben gemaakt op de scholieren. Iris: “Er was bijvoorbeeld een meisje uit Bahrein, die vertelde dat ze uitgehuwelijkt zou worden. Dat kunnen wij ons niet voorstellen, maar zoals zij het vertelde klonk het niet eens zo verschrikkelijk.” Van een heel ander kaliber was de ontmoeting met marcherende Amerikanen tijdens de parade op Independance Day, waar Iris schrok van het militaire vertoon en de verheerlijking van de vlag. “Zelfs de ijsjes zijn rood-wit-blauw.” Loretta verbaasde zich over het gebrek aan kennis van haar Amerikaanse leeftijdgenoten. “Ze krijgen heel selectief nieuws voorgeschoteld. Veel wisten er niet eens wat Abu Ghraib was…”

Zo heeft de GYLC het wereldbeeld van de vier Eindhovense scholieren behoorlijk opgeschud én hun idealen met betrekking tot het toneel van de politieke wereldmacht. Want, beseffen ze nu, vanuit de verschillende werelddelen komen mensen met een totaal ander referentiekader aan dezelfde onderhandelingstafel. Cyriel: “Wereldpolitiek is een kwestie van doorlopend compromissen sluiten.” Dat lijkt hem persoonlijk niets: hij kiest voor de abstracte wereld van de Molecular Science & Technology. Ook Saskia heeft genoeg gezien en wil arts worden. Maar Loretta en Iris willen wel een kansje wagen: zij gaan Social Science studeren aan het University College in Utrecht en gaan voor een internationale carrière. In mantelpak.