Vergrijzing

Met de verkiezingen in zicht doen allerlei deskundigen weer een dringend beroep op de politiek om (veronderstelde) brandende kwesties in hun partijprogramma op te nemen en deze in de nieuwe kabinetsperiode te regelen. Meestal draait het om de grote financiële inspanningen die de overheid moet leveren aan de burgers, die wat lauw op deze zaken reageren.

Maar een verstandige partij strijkt de kiezers tot 22 november niet tegen de haren in. Bijvoorbeeld door de aftrek van de hypotheekrente te willen beperken. De versobering van de AOW is ook een heikel punt. Je kan er maar beter niet over praten.

Daarentegen paait men de kiezer met de levensloopregeling. Een merkwaardig bedenksel voor werknemers, waar weinigen op zitten te wachten. Mensen willen liever een fiscaal gunstige regeling die binnen een paar jaar een bedrag oplevert dat ze naar eigen goeddunken kunnen besteden.

Daarom zal een uitgebreide spaarregeling voor iedereen (arm, rijk, jong, oud, werknemers en zelfstandigen) meer kiezers trekken dan de huidige levensloop-(ont)regeling voor een beperkte groep goed verdienende werknemers, die zich toch al geen raad weten met hun vrije dagen.

Een overheersend thema in de nog prille verkiezingstijd is de langzame vergrijzing en ontgroening. De ouderen blijven langer leven dan voorheen en er komen minder baby’s bij. Wanneer die gaan werken kunnen zij via belastingen en premieafdrachten hun vele ouders en grootouders op sommige punten (zorg, AOW) amper onderhouden. De verhouding tussen rollators en auto’s raakt verstoord, althans op lange termijn.

Maar zal de vergrijzing zo doorzetten als de geleerden menen? De instellingen die goed kunnen schatten voor de toekomst, zoals het CPB en het ABP, spreken elkaar tegen.

Of: het ABP meent dat het betaalbaar is, qua oudedagsvoorziening. Waarmee de vraag over het verloop van de vergrijzing niet beantwoord is.

Je kan dit probleem ook benaderen door onze maatschappij te vergelijken met de dierenwereld. Stel dat er in een konijnenbos al zestig jaar voldoende te eten en drinken is. Ieder dier heeft een hol boven zijn kop en leidt tot aan zijn dood geen honger. De natuurlijke vijanden uit nabije bossen houden zich rustig, want die hebben het even goed. Wat zijn dan de gevolgen?

De dieren zijn weldoorvoed, drinken veel en bewegen weinig, want ze hoeven zich nergens voor in te spannen. Worden steeds veeleisender en vervelen zich dood, hangend voor de boskijkbuis.

Het knabbelen aan geestverruimende paddenstoelen moet de sleur doorbreken. Die welvaart werkt lange tijd in hun voordeel. Ze zijn gezonder en leven langer dan voorheen, en krijgen veel kinderen die allemaal blijven leven, want er is genoeg voor iedereen.

Op den duur werkt die overvloed tegen hen, want niemand remt hun gedrag af. Het is immers een democratisch bos. Ze worden te dik, leiden een zittend leven, springen niet meer in het rond en krijgen daardoor ziektes en aandoeningen die hun leven verkorten. Die welvaartsziekten zijn een natuurlijke rem op de vergrijzing.

Terug naar de welvarende mensenwereld. Zo kan het bij ons ook gaan. Wat dat betreft valt de parallel gemakkelijk te trekken. Op grote schaal veel, vaak en verkeerd eten. Veel sterke drank. Slikken, spuiten en roken van middelen die een kick geven, maar je ongemerkt slopen. Weinig gezonde lichaamsbeweging. Wie zich daar allemaal aan te buiten gaat, lost de (zijn ) vergrijzing op. Het is bij de konijnen af.