Tussen Stroom, Spelling en Spoorboekje

Redacteur NRC Handelsblad

Wat is het verband tussen de nieuwe spelling, de afschaffing van subsidie op groene stroom en het nieuwe spoorboekje? Het zijn drie voorbeelden van ingrepen in het leven van Nederlanders waar niemand in die vorm om heeft gevraagd, gevallen waarin de Tweede Kamer dreigt over zich heen te laten lopen. Drie kansen om de democratische verhoudingen te herstellen.

De effectiviteit van de parlementaire controle kan er onder lijden als ervaren Kamerleden weggaan en ervaren bestuurders geen zin hebben aan de andere kant van de regeringstafel te gaan zitten. Niet getreurd. De 150 Kamerleden die op 23 november met een nieuwe opdracht van de kiezers aan de slag gaan, hebben het recht, ja zelfs de plicht ook het werk van hun voorgangers tegen het licht te houden. En daar naar te handelen.

De ‘oude’ Tweede Kamer kwam anderhalve week geleden van zomervakantie terug om staatssecretaris Schultz van Haegen duidelijk te maken dat men grote bezwaren had tegen de NS-dienstregeling 2007. Het meeste tumult klonk over het plan de treinreis tussen de Randstad en het Noorden, respectievelijk het oosten met ingang van 10 december trager en onhandiger te maken. Honderdtwintig jaar geleden was je met de trein sneller in Groningen dan volgend jaar. Het Noorden stond dit voorjaar nog op het Binnenhof om de toegezegde extra snelle treinverbinding op te eisen. Wat krijgen zij: een structureel vertraagde trein.

De NS belooft verhoogde ‘punctualiteit’ door langer op de stations stil te staan. Hoe lager je ambities, hoe meer je waarmaakt. Als er concurrentie was op het spoor kwam zij daar niet mee weg. Nu wel, de concessievoorwaarden belonen stiptheid, niet snelheid. In de wereld van de pseudoprivatisering kan de bewindsvrouw niet doen alsof zij er niet over gaat, en de Kamer al helemaal niet.

Maar de Kamer vindt treinvervoer belangrijk genoeg om er scherp op toe te zien. Geen gek idee gezien de chronische verstopping van het wegennet. Alleen belemmert de eerder door het parlement goedgekeurde verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen heldere controle. De staatssecretaris is in de praktijk gedegradeerd tot mondstuk van de NS en ProRail en de Kamer tot woordvoerder van Rover en andere reizigersorganisaties.

Daarom mokte de Kamer, maar maakte geen amok. Misverstanden, beweerde staatssecretaris Schultz, alvorens zich per dienstauto via de kraamkamer naar het bedrijfsleven te spoeden. De Kamer zou ook als volgt kunnen redeneren. Er is maar plaats voor één spoorwegnet en één maatschappij die er op rijdt. Dat stelsel is in een dichtbewoonde, hoogontwikkelde economie té belangrijk voor marktillusies. Het land moet zorgen voor een ultramodern spoorwegstelsel. Zoals de overheid de dijken, de landsverdediging en schoon drinkwater garandeert.

Hoe lang de trein van Haarlem naar Enschede er over doet, hoeft geen zaak van het parlement te zijn als de verantwoordelijke bewindspersoon het spoorbedrijf kan zeggen hoe zij het hebben wil. Het zomeropstandje leek daarom een oprisping van gezond verstand: de Kamer voelt dat het uit moet zijn met het gegroeide voldongen feitenbeheer van de treinen in een wazige bedrijfssimulatie.

Daadkracht van een minister vraagt een even alert parlement. Vooralsnog hield de Kamer zich koest nadat de kersverse minister van Economische Zaken, het CDA-talent Wijn, vorige week vrijdagmiddag in één pennenstreek de subsidie op milieuvriendelijke stroom afschafte. Argument: er wordt genoeg van gemaakt om het Europese doel van negen procent groene stroom te halen. Een idioot, bureaucratisch argument. Groene stroom is de toekomst en moet worden bevorderd, of niet. Tien procent is niet te veel.

Boeren en bedrijven hebben voor tonnen en miljoenen geïnvesteerd in installaties voor biomassa, warmtekrachtkoppeling en windenergie. Gefopt. Wegens boekhoudkundig succes afgeschaft is niet alleen een onserieus argument, de bruuske maatregel is bovendien een schoolvoorbeeld van een onberekenbare, onbetrouwbare overheid. Daar kan ook deze Kamer-op-haar-laatste-benen een stokje voor steken.

Op lange termijn heeft het parlement zich het meest verwijtbaar laten meeslepen in de spellingsmanie van de Taalunie. Het net verschenen Witte Boekje, dat wordt gebruikt door de meeste grote media in dit land, is een opstand met elf jaar vertraging. De spellingswijziging van 1995 was hooghartig, anti-intuïtief en half-consequent. Het officiële Groene Boekje van dit jaar is een gedeeltelijke en opnieuw onbevredigende correctie. Nauwelijks verzet waard, maar de maat was al vol.

Wie al die jaren met dat onzinnige Boekje van ’95 heeft moeten werken, weet hoe ontregelend het is als de overheid je aanpraat dat je je eigen taal niet kent. Daar is de overheid niet voor. De geschiedenis van het zogenaamd consequent maken van de spelling is lang en lachwekkend. Maar des te ergerlijker omdat ministers en commissies menen het weefsel van onze geschreven omgang overhoop te mogen halen.

Het parlement zat er bij en keek er naar. Kletskoek van systeembouwers voor zoete koek geslikt. Als de Fortuyn-revolutie iets uitdrukte dat niet met immigratie te maken had, dan was het wel dat vrij veel mensen de buik vol hadden van zoetgevooisde potsenmakers die beleidssprookjes vertellen en zeggen dat alles anders moet worden, en dat zij weten hoe. Als dat ergens niet hoeft, is het wel bij de taal.

Nederlanders zijn niet uniek als zij daar tegen in verzet komen. Op 1 augustus is in Duitsland de twee keer herziene Rechtschreibreform van kracht geworden, maar opnieuw valt iedereen alle kanten op. De Duitse kranten staan bol van de hilarische voorbeelden met nieuwe kromlogica. Ook deze poging om spelling en spraak dichter bij elkaar te brengen lijkt gedoemd.

Frankrijk begon er eind jaren ’80 aan. Vergeefs, zoals de voorzitter van die commissie, Bernard Cerquiglini, me tien jaar later vertelde: „We hadden de instemming van de Académie Française en de minister-president, typografen, Belgen en Quebécois, maar we waren de schrijvers vergeten. Die reageerden furieus: ‘Blijf van onze taal af!’ Net als in 1868, toen de Académie het woord ‘poëte’ wilde veranderen in ‘poète’. In ’91 werd ik in tv-debatten voor technocraat en barbaar uitgemaakt. Het volk schaarde zich achter de schrijvers. Men schreef mij: in wiens naam komt u aan onze taal? De spelling is het gezicht van de taal.”

Zo is het maar net. Het zou mooi zijn als de nieuwe Tweede Kamer het zelfbewustzijn zou opbrengen om te bevlogen beleidsbakkers op zulke momenten van repliek te dienen.

opklaringen@nrc.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

In de rubriek Opklaringen van Marc Chavannes (26 augustus, pagina 14) luidde het slot van de vierde alinea: „In de wereld van de pseudoprivatisering kan de bewindsvrouw niet doen alsof zij er niet over gaat, en de Kamer al helemaal niet.” Dit had moeten zijn: „In de wereld van de pseudoprivatisering kan de bewindsvrouw doen alsof zij er niet over gaat, en de Kamer al helemaal niet.”