Treurige resten van doodgereden dassen

Hoe koestert een land zijn natuur?Onze correspondenten reizen deze zomer langs natuurparken. In het Britse Lake District strijden mens en dier om de ruimte.

De romantische Engelse dichter William Wordsworth, sprak twee eeuwen geleden de wens uit dat „alle valleien op aarde en de ganse mensheid” net zo’n heerlijk leven in de natuur mochten leiden als hijzelf in het Lake District.

De wens van de dichter, die in vervoering kon raken van een veldje narcissen aan de oever van een meer, is verhoord op een wijze die hij zich ook in zijn stoutste dromen niet had kunnen voorstellen. Een machtig leger van ruim twaalf miljoen mensen bezoekt tegenwoordig jaarlijks het nationale park in Cumbria, niet ver van de Schotse grens.

Vooral in de zomer zijn de wegen naar een centraal gelegen plaatsje als Grasmere dan ook tjokvol. Hetzelfde geldt voor sommige meren, die ‘s zomers qua bootdichtheid nauwelijks onderdoen voor die in Friesland. In alle soorten en maten: van eenvoudige zeilboten tot jachten en van kano’s tot stoomboten. Het wemelt bovendien van de campings, hotels en uitgestrekte parkeerplaatsen.

Is er bij al dat menselijke gewriemel in het park nog plaats voor dier en plant? Het nationale park, het grootste van Groot-Brittannië, is ongeveer even groot als de provincie Groningen. Wie een kilometer buiten Windermere een berg oploopt, stuit nauwelijks meer op exemplaren van homo sapiens.

„Maar het is waar”, beaamt Mick Casey, voorlichter van het nationale park, „’s zomers zullen bezoekers niet gauw een hert onder ogen krijgen. Door alle drukte trekken die zich diep in de bossen of hoog op de hellingen terug.” Ook is het nóg pijnlijker dan anders om uitgerekend in een nationaal park langs de weg de treurige resten van doodgereden dassen, vossen en egels aan te treffen. Wordsworth, die zich op zijn oude dag nog heftig verzette tegen plannen om een spoorlijn tot het hart van het Lake District door te trekken, zou er ongetwijfeld hoogst zwaarmoedige verzen aan hebben gewijd.

Ondanks de toevloed van bezoekers blijft het Lake District een lustoord voor natuurliefhebbers. Het gebied telt zeventien meren en ettelijke bergtoppen van net beneden de 1000 meter. Het landschap is afwisselend, met hier en daar steile rotshellingen, nu eens dichte bossen en dan weer lieflijke groene weides met roodbonte koeien of schapen.

Maar anders dan in bijvoorbeeld de Alpen zijn de wandelwegen nauwelijks aangegeven en zo kan het gebeuren – zoals deze correspondent overkwam - dat men onverwachts en onvrijwillig aanmerkelijk langer in de vrije natuur rondloopt dan in eerste instantie de bedoeling was.

Van een echte wildernis, waar de natuur min of meer de alleenheerschappij heeft zoals in sommige Europese en Amerikaanse parken, is in het Lake District overigens geen sprake. Bijna elke plek is ooit door mensenhand beroerd. In het Lake District drukken mensen al heel lang hun stempel op het terrein. Hun invloed gaat nog veel verder terug dan de 19e eeuw, toen Wordsworth en anderen de pracht van het gebied bezongen. In de steentijd was er een ‘fabriek’ voor stenen bijlen, zo hebben archeologen vastgesteld. En bijna 2000 jaar geleden legden de Romeinen wegen aan door het Lake District en bouwden ze op een hoog gelegen pas in het hart van het gebied een groot fort, waarvan de overblijfselen nog altijd zijn te bezichtigen.

„U moet niet vergeten dat dit niet alleen een natuurpark is”, zegt Casey. „Er wonen hier in verschillende dorpen alles bij elkaar zo’n 42.000 mensen. We proberen de belangen van de natuur, de bewoners en de bezoekers zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Maar we kunnen natuurlijk niet altijd alle partijen tegelijk tevreden stellen.”

Een wrijfpunt is bij voorbeeld de huisvesting. Als gevolg van de overstelpende populariteit van het Lake District kopen veel vermogende Britten er graag een tweede woning. Dat drijft de prijzen echter zozeer op dat jongeren, die zijn geboren en getogen in het Lake District, nauwelijks meer kans hebben op een eigen woning zodra ze eenmaal volwassen zijn. De parkleiding, die het laatste woord heeft over de ruimtelijke ordening in het gebied, heeft daarom bepaald dat tot nader order alleen kleinschalige bouwprojecten zijn toegestaan, dus geen blokken met luxeappartementen. De hoop is dat dit uitkomst biedt voor lokale jongeren, die willen blijven.

Het park kampt ook met dierlijke indringers. Zo zijn inmiddels de eerste grijze eekhoorns in het Lake District gesignaleerd. Dit type eekhoorn, afkomstig uit Noord-Amerika en iets agressiever en sterker dan de inheemse roodbruine eekhoorn, domineert al grote delen van Groot-Brittannië. In het Lake District probeert de parkleiding de grijze eekhoorns daarom af te maken in de hoop dat de roodbruine variant zich weet te handhaven.

Soms bereidt de natuur de parkleiding en de bezoekers ook aangename verrassingen. „Tot onze vreugde zijn onlangs visarenden in het park teruggekeerd, die hier lange tijd waren uitgestorven”, zegt Casey, die het park ruim 40 jaar geleden al met zijn ouders bezocht. „We hebben er meteen alles aan gedaan de juiste omgeving voor hen te scheppen. Op veilige afstand hebben we een observatieplek voor bezoekers gebouwd. En het werkt. Dit jaar zijn er voor het eerst drie jongen geboren.”