Symbolisch einde voor Vroemen na flutjaar

Simon Vroemen nam gisteravond afscheid als internationaal atleet. Hij is weemoedig over gebrek aan opvolging. „Maar ik ga niet als trainer met die ‘nationale types’ werken.”

Henk Stouwdam

Brussel, 26 aug. - Terwijl de race nog in volle gang was, sjokte Simon Vroemen met zijn schoenen in de hand tegen de looprichting in naar de uitgang. Zo maakte de steepleloper gisteravond in Brussel een symbolisch einde aan zijn internationale loopbaan.

Het werd geen glorieus afscheid bij de Memorial Van Damme, maar een aftocht door de zijdeur. Dat Vroemen de strijd voortijdig staakte vanwege een al te pijnlijke achillespees was exemplarisch voor zijn laatste jaar als topatleet. Het werd een flutjaar; de fut was eruit. Diep in zijn hart wist Vroemen dat al, maar toen de pijn aan zijn achillespees gisteren na een aantal sprongen in de waterbak ondraaglijk werd, mocht hij eindelijk aan dat gevoel toegeven.

Vroemens laatste schreden gingen blootsvoets en gepaard met een mengeling van weemoed en opluchting. Melancholisch omdat Nederlandse beste steepleloper een tijdperk afsloot, opgelucht omdat hij voorgoed van de verplichting verlost is om te trainen. Het vooruitzicht van een winter zonder een wurgend loopschema, maakte hem gisteravond op voorhand al vrolijk.

Nee, Vroemen vindt niet dat hij een jaar te lang is doorgegaan. „Ik weet nu dat het niet meer gaat. Was ik eerder gestopt dan had ik altijd het gevoel gehad, dat ik nog een keer Europees kampioen kon worden of dat ik ooit onder die acht minuten had kunnen lopen. Nu heb ik ervaren dat het nooit meer zal lukken. Daarom kan ik er vrede mee hebben.”

In retrospectief kon Vroemen tevreden terugblikken op een voor Nederlandse begrippen glorieuze loopbaan. Voor een atleet die niet met talent begiftigd was, kan Vroemen een mooie erelijst overleggen. Zijn hoogtepunt had de steepleloper bij de EK van 2002 in München, waar hij achter de Spanjaard Jiménez tweede werd. Aanvankelijk was hij bitter gestemd over die medaille, omdat hij in gewonnen positie werd verslagen. Maar met terugwerkende kracht is Vroemen fier op die prestatie.

Zeker zo trots is hij op zijn persoonlijk record van 8.04,95, dat nog steeds geldt als de beste tijd ooit door een Europeaan gelopen. Omdat de steeple-chase wordt gedomineerd door (voormalige) Kenianen ziet Vroemen zich als the best of the rest. Zijn beste tijd staat ook gegrift in zijn loopschoenen, als een symbool van triomfantelijkheid. En voorlopig moet een niet-Afrikaan die tijd nog maar zien te verbeteren, vindt Vroemen.

In termen van sportieve nalatenschap valt er met het wegvallen van Vroemen een gat. Er is niet één Nederlandse steepleloper die zelfs maar in de schaduw van Vroemen mag staan. En dat vindt de atleet kenmerkend voor de sport, maar vooral beschamend van atleten. „Waarom proberen lopers die stilstaan op de 1.500 meter niet eens de steeple-chase? Als je op een vlakke afstand beperkt bent, kan een technisch nummer als de steeple een goed alternatief zijn. Maar denk je dat er ooit iemand bij mij heeft geïnformeerd of het misschien iets voor hem is? Niet dus. In mijn ogen kunnen lopers van dat niveau beter stoppen.”

Mede gezien zijn kritische geest zou de meest voor de hand liggende stap die naar het trainerschap zijn. Maar Vroemen heeft zijn gerede twijfels. Hij staat welwillend tegenover kennisoverdracht, maar of hij het geschikte trainerstype is waagt hij te betwijfelen Bovendien heeft hij geen papieren. „Ik wil met niet opwerpen als de grote specialist en al helemaal niet met die ‘nationale types’ werken, daar ben ik veel te gedreven voor. Bij voorkeur doe ik iets raars. Wat? Ik zou het leuk vinden als de atletiekbond van Qatar me zou vragen eens drie maanden aan die belabberde techniek van wereldkampioen Shaheen te werken.”