Serieuze Artieste

Christina Aguilera:Back To Basics(RCA/Sony-BMG)

Christina Aguilera wilde terug naar de basis. Nou ligt de basis van Christina Aguilera in de Mickey Mouse Club, de tienersterretjesfokkerij van Amerika waar ook Britney Spears en Justin Timberlake hun eerste publieke danspasjes maakten. Maar Christina wilde nog veel verder terug naar de basis, want ze beseft dat het voor de toekomst van haar carrière essentieel is om met dat verleden van tienersterretje af te rekenen. De eerste stap zette ze met haar vorige studioalbum Stripped (2002), dat ze vooral onder de aandacht bracht door veel ondergoed te laten zien. Linea recta van tienersterretje naar de tippelzone; dat was even slikken voor Mickey. Nu is het tijd om te bewijzen dat ze Een Serieuze Popartieste is, met een dubbelalbum dat terug grijpt op muziek uit de vroege 20ste eeuw.

Op de eerste cd klinkt het regelmatig alsof rapper Guru van Gang Starr elk moment kan invallen met zijn fijne diepe stem. Een flink deel van die nummers zijn geproduceerd door de producer van Gang Starr, DJ Premier, en volgen grotendeels het welbekende stramien. Stevig stompende beats met sfeervolle, warme jazzsamples en zo nu en dan een pittige scratch. In haar liedjes legt Christina voor de luisteraar die het niet begrepen heeft, meerdere malen het concept van dit album uit, dat geïnspireerd is door iconen uit de soul en jazz als Billie Holiday, Otis Redding en Ella Fitzgerald. Het zijn vooral de producers die dat deels waarmaken door het geluid van krakend vinyl, geknipte trompetjes, gospelkoortjes en gerecyclede soulzang te verbinden met zwaar pompende drums en breakbeats, en vette bas- en keyboardgeluiden.

De tweede cd is nóg meer retro, want daar zijn de invloeden van moderne muziek bijna helemaal achterwege gelaten. Aan de hand van songwriter Linda Perry (o.a. Pink, Courtney Love, Gwen Stefani) is het hier meer Christina zelf die met haar stem het terug-naar-de-basis-concept uitwerkt. Van slepende, verleidelijke zang bij een gedempt trompetje, een gefilterde stem bij een swingende piano en speelse heesheid bij een getokkeld gitaartje tot een bombastische powerballad met de extreme uithalen die haar muziek altijd al zo kenmerkten. Haar stem is hier, bij de huilende violen en ouderwetse blazers, warmer dan bij de bonkende beats. Inhoudelijk en qua klank mist Christina op beide albums de emotionele diepte van haar oude helden en zijn vooral haar technische hoogstandjes vaak tenenkrommend irritant. Zodat je haar, zoals het op één van de nummers zo mooi wordt gesampled, zou willen toe fluisteren: „Slow down, baby.”

Saul van Stapele