Oud talent

Routine in het schaken is iets wat je bij moet houden, vindt Hans Ree

Bij het toernooi in hotel Krasnapolsky in Amsterdam spreekt men over het team van ‘rising stars’ dat tegen het team van ‘experience’ speelt, wat in de uitslagenlijstjes in de kranten, waarschijnlijk op gezag van het ANP, vertaald wordt als ‘talenten tegen routiniers’.

Zijn die zogenaamde routiniers, de topspelers van twintig jaar geleden, werkelijk hun talent kwijtgeraakt? Ik denk dat ze eerder hun routine hebben verloren, want juist routine is iets dat je bij moet houden. Met uitzondering van Alexander Beliavsky, die nog volop actief is, spelen de leden van het team van de ervaring niet veel meer. Wat vroeger vanzelf ging als routine, gaat nu soms stroef, doordat er over nagedacht moet worden.

Er is natuurlijk meer dat verloren is gegaan: exacte kennis van de moderne openingstheorie en het vermogen om snel, diep en nauwkeurig te rekenen. Aan Magnus Carlsen, 15 jaar oud, werd gevraagd of de oude schakers tegen wie hij nu speelde, anders schaakten dan zijn normale tegenstanders. Jazeker, ze kozen ongebruikelijke openingsvarianten en hun spel was vooral positioneel. Dat klinkt misschien mooi, maar in feite zijn het zware concessies die door de ouderdom zijn afgedwongen.

Er staat tegenover dat het wel zeer grote schaaktalenten zijn. Beliavsky en Jussupow waren wereldkampioenskandidaten en alle vijf hebben ze toptoernooien gewonnen. Ulf Andersson, die nu de laagste rating heeft, was ooit vierde op de wereldranglijst. Van het team van de jongeren zie ik alleen Karjakin en Carlsen in de toekomst zo ver komen, of verder, dat kan ook.

Na de vijfde ronde van woensdag, halverwege het toernooi, was het team van de ouderen twee punten achter geraakt. Ljubomir Ljubojevic had tegen Wang Hao in het vijfde speeluur in een gunstige stelling een blunder begaan waarna hij meteen kon opgeven. Ongeveer tegelijkertijd had Artur Jussupov tegen Jan Smeets een gewonnen stelling remise laten worden. Zulke dingen kunnen gebeuren als de vermoeidheid toeslaat. Maar anderhalf uur eerder had Ulf Andersson iets gedaan wat onbegrijpelijk was; hij had zijn partij tegen Magnus Carlsen plotseling opgegeven, zonder waarneembare grond.

Een paar dagen eerder vertelde Andersson dat zijn landgenotem hem eigenlijk niet meer in het Zweedse olympiadeteam wilden hebben, vanwege zijn supersolide stijl waardoor hij niet vaak won. „Ja, maar ik verlies ook niet als een idioot in 20 zetten, zoals jij laatst hebt gedaan”, had hij toen tegen een van hen gezegd.

Verliezen is een schrikbeeld voor Andersson dat hem aan het eind van zijn partij tegen Carlsen verlamd moet hebben. Hij had de keus tussen twee redelijke zetten. Aarzelend tussen die twee schelven hooi liet hij bijna al zijn tijd verstrijken zonder een zet te doen en toen gaf hij het op. Wat had hem bezield? Hij was te snel verdwenen om het hem te kunnen vragen.

Carlsen – Andersson, vijfde ronde

1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 dxe4 4. Pxe4 Pd7 Deze kalme openingsvariant speelde Andersson in dit toernooi ook tegen Karjakin en Stellwagen. In beide partijen kreeg hij al snel een iets slechter eindspel dat hij secuur remise hield. Nu gaat het heel anders. 5. Pf3 Pgf6 6. Lg5 Le7 7. Pxf6+ Pxf6 8. Ld3 c5 9. dxc5 Da5+ 10. c3 Dxc5 11. 0-0 Ld7 12. Te1 Net als het gebruikelijke 12. De2 heeft dit de bedoeling om 13. Pe5 te doen. 12...Pg4 Maar dit had wit over het hoofd gezien. 13. Lxe7 Met 13. Le3 of 13. Dd2 kon hij het materiële evenwicht handhaven, maar dan zou hij nauwelijks meer op winst kunnen spelen. Carlsen geeft liever een pion. 13...Dxf2+ 14. Kh1 Kxe7 15. Te2 Dc5 16. De1 Tad8 17. Dh4+ Pf6 18. Pd4 Achteraf lijkt het bijna een gepland pionoffer, want zwart heeft het met zijn koning in het midden niet makkelijk. 18...Lc6 19. Tf1 Thg8 Een vreemd ogende zet, maar wit dreigde 20. Pf5+ Kf8 21. Pxg7. 20. Dg3 Kd7 Zo geeft zwart zijn pion terug, maar wat moest hij anders? Carlsen suggereerde het kwaliteitsoffer 20...Txd4 21. cxd4 Dxd4, maar ook dan zou zwart het zwaar hebben. 21. Lxh7 Th8 Na 21...Pxh7 22. Txf7+ zou wit snel winnen. 22. Lg6

In deze interessante stelling gaf zwart tot ieders verbazing de partij op. Carlsen vond dat hij na 22...fxg6 23. Pxe6 Db6 24. Pxd8 Txd8 25. Dxg6 Kc8 26. Dxg7 wel voordeel zou hebben, maar dat het nog een hele strijd zou zijn. Dat is zeker waar en bovendien kon zwart in de diagramstelling ook 22...Tdf8 spelen. Als wit dan meteen toeslaat met 23. Lxf7 Txf7 24. Pxe6 heeft hij na 24...Db6 25. Pg5 Tff8 26. Pe6 Tf7 slechts remise. Wit hoeft niet zo te spelen, maar als hij het anders doet zou hij ook nauwelijks voordeel hebben.