Naar Belgisch Siberië

Waar vroeger de Belgenland aanmeerde geniet Joep Habets van de Belgenkeuken

De opening van het nieuwe eetseizoen vieren we in Siberië. Restaurant Het Pomphuis ligt aan de Siberiastraat in de negorij van het havengebied ten noorden van Antwerpen, pal naast het Albertkanaal temidden van silo’s, loskranen, pakhuizen en, als was het een absurdistisch decor, tegenover een replica van het Antwerpse stadhuis waarin de brandweer is gehuisvest.

Het pompgebouw is een industrieel monument in de eclectische bouwstijl van het begin van de vorige eeuw. Het refereert met zijn hoge boogvensters aan de typologie van de achttiende-eeuwse orangerie. Het gebouw heeft in 1982 zijn functie verloren, het naast gelegen droogdok 7, ooit de afmeerplaats van het passagiersschip Belgenland, moest wijken voor de verbreding van het Albertkanaal.

Sinds een paar jaar fungeert het pomphuis als restaurant. De eetzaal is van een majestueuze omvang en hoogte. Een grote vide met een gaanderij geeft zicht op drie immense, op slakkenhuizen gelijkende, pompen. De wc’s huizen in de zekeringenkamer, op de urinoirs staat 6.600 volt.

Op een zondagmiddag zijn de grote zaal en de serre gevuld met eters in familiaal verband. Ze genieten, voor gemiddeld zo’n 60 euro per persoon, van de klassieke Belgische brasseriekeuken, al ogen de gerechten soms anders door de eigentijdse draai die de koks eraan geven.

De gebakken rog is in elk geval als vanouds. In het garnituur is het avontuur gezocht met artisjokken, groene boontjes, runderschenkel met een crème van aubergine en schuim van mierikswortel en limoenblad. Op papier lijkt dat te veel maar op het bord valt het mee.

De ‘millefeuille van tomaat garnaal’ is een vrije variatie op de vertrouwde met garnalen gevulde tomaat. De duizend laagjes zijn er in dit geval zes, van tomaat, komkommer en garnalensalade. In plaats van mayonaise of cocktailsaus is met succes een lichte currymayonaise gebruikt. Verder vallen er blokjes selderijknol en asperge te proeven. Erg jammer dat er ook alfalfa in zit, met zijn opdringerigere smaak en onaangename mondgevoel. Kan het culinair comité van de Europese Unie niet een vervoersverbod op alfalfa uitvaardigen?

Uit de wijnkaart met veel populaire restaurantwijnen, ook uit de nieuwe wijnlanden tot aan Slowakije toe, kiezen we een chardonnay van onze vrienden de Rothschildjes, maar dan de Chileense tak van het bedrijf. De Los Vascos, op de kaart getypeerd als ‘smeuïg’ en ‘halfvol’, paart fruitigheid aan stalligheid.

De entrecote is voortreffelijk – waarom is die in België niet alleen veel dikker, maar ook lekkerder dan in Nederland? – evenals de bearnaisesaus met voldoende zuur en dragon in de smaak. De frietjes zijn naar behoren. De tomatensalsa geeft een eigentijdse draai aan het gerecht, maar dat stoort niet. Onderwijl geniet mijn tafelgenoot van een risotto in Vlaamse stijl. Het is een dikke, stevige gegratineerde risotto waarin met ruime hand zeevruchten en nog ruimere hand kaas is gegaan.

Het kazenbordje is gevuld door Vlaamse kaasmeester van Tricht, befaamd tot over de Belgische landsgrenzen. Het is een grote portie, die te koud wordt geserveerd. De amandelcake met appelgelei erbij is te veel van het goede. Een simpel broodje is beter.

Bij het bestellen van de tiramisu worden we door een van de lange jongemannen – een extreem hoge ruimte vergt een extreem lange bediening, moet de uitbater hebben gedacht – gewaarschuwd voor de creativiteit die de kok heeft gebotvierd op deze Italiaanse evergreen. De waarschuwing is op zijn plaats, de mascarponecrème met koffieijs en amarettogelei heeft weinig van doen met tiramisu, maar is heerlijk.

In Antwerpen zit er ook een aantrekkelijke kant aan de verbanning naar Siberië.

Het Pomphuis, Siberiastraat Antwerpen, 00 32 (0) 3 7708625, www.pomphuis.be