Naamloze getuige in zaak Holleeder

De verklaring van een anonieme getuige over de betrokkenheid van Heineken-ontvoerder Willem Holleeder bij een liquidatie, mag worden gebruikt. De Haarlemse rechtbank heeft een bezwaar hiertegen van Holleeders raadsman Bram Moszkowicz afgewezen.

Dat wordt bevestigd door een woordvoerder van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie in Rotterdam. Het is de vierde keer dat de Haarlemse rechtbank de inzet van een anonieme bedreigde getuige toestaat in het proces tegen Holleeder en acht medeverdachten.

Het gebruik van de verklaring van de anonieme persoon die door het Openbaar Ministerie wordt aangeduid als „getuige D.”, lijkt een nieuwe fase in te luiden in het onderzoek naar Holleeder en zijn medeverdachten. De leden van de groep rond Holleeder werden eind januari van dit jaar gearresteerd op verdenking van afpersing van een viertal vastgoedhandelaren: Willem Endstra, Rolf Friedlander, Kees Houtman en John Wijsmuller. Endstra en Houtman spraken over hun afpersing door Holleeder met de politie en zijn allebei om het leven gebracht. Naast afpersing worden Holleeder en zijn bendeleden het lidmaatschap van een criminele organisatie verweten.

De nieuwe getuige D. kan volgens justitie verklaren over de betrokkenheid van Holleeder bij een concrete moordaanslag. Ook diens Joegoslavische connectie Paja M. zou hierbij betrokken zijn. „Paja orkestreert moordenaars”, zo verklaarde Willem Endstra tegenover de politie. Tegen de andere verdachten mag de verklaring van getuige D. niet worden gebruikt omdat uit diens verklaring volgens de rechters in Haarlem niet blijkt dat zij bij moord betrokkenheid zouden zijn.

Wanneer de verklaring van getuige D. aan het dossier zal worden toegevoegd is niet duidelijk. Over welke moord de anonieme getuige kan verklaren is ook niet bekend.