Liever zuiverheid dan misleiding van ministers

Om een aantal redenen heb ik moeite met de opvattingen van J.M. Bik over het al dan niet plaatsen of plaats willen nemen van (ex)bewindslieden op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van de Tweede Kamer (`Liever duidelijkheid dan misleiding`, 15 augustus). De eerste daarvan is een principiële. In Nederland kennen we een duaal stelsel. Parlement en regering zijn twee gescheiden organen. Anders dan in sommige andere landen zijn ministers en staatssecretarissen niet tevens lid van het parlement.

We kiezen Kamerleden, geen ministers. Degenen die de ambitie hebben om minister te worden, horen daarom niet op de kandidatenlijst voor de Kamer. Dat brengt me bij de tweede reden waarom ik moeite heb met het standpunt van de heer Bik. Je kandidaat stellen voor de Kamer, terwijl het je ambitie is om minister te worden, dat is pas onduidelijk en misleidend. Als die ambitie wordt gefrustreerd doordat je partij niet meedoet in de formatie, is het geen wonder dat het lidmaatschap van de Kamer daarna doorgaans niet zo lang meer duurt.

Het zou waarschijnlijk de kwaliteit van het openbaar bestuur ten goede komen, als Kamerleden geen minister zouden willen - of nog beter: kunnen - worden. De neiging om als Kamer mee te regeren in plaats van te controleren, zal dan waarschijnlijk afnemen. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de kwaliteiten van een goed Kamerlid dezelfde zijn als die van een goede minister.

Minister De Geus heeft dat goed gezien en trekt daaruit de juiste en zuivere conclusie. Misschien moet dit het motto wel zijn: liever zuiverheid.