Lekker even ‘integreren’ bestaat niet

Maatregelen die de integratie bevorderen zijn onzinnig. Want ‘integreren’ is helemaal geen handeling. Het verwijst naar een resultaat: maatschappelijk succes.

Universitair docent Methodologie aan de Universiteit van Amsterdam

Het integratiecircus heeft deze week zijn voorlopig hoogtepunt bereikt: de naturalisatieceremonie voor nieuwe Nederlanders. Nog geen tien jaar geleden zou ieder voorstel tot een dergelijke procedure met hoon ontvangen zijn. Dat komt, zegt men, omdat wij toentertijd politiekcorrecte oogkleppen op hadden, zodat wij blind waren voor het multiculturele drama dat zich voor onze ogen afspeelde. Na ‘9/11’, Fortuyn en Van Gogh is dat allemaal anders geworden. Om zulke rampen voor de toekomst te voorkomen, zo is de inmiddels wijdverbreide gedachte, moet de integratie bevorderd worden. Vandaar die ceremonie.

Het integratiedenken speelt in het huidige tijdsgewricht een zeer nadrukkelijke rol, en daarom is het van belang het aan een kritische analyse te onderwerpen. De kernredenering van de integratiefilosofie verloopt ongeveer als volgt. Wij willen graag dat mensen zich netjes gedragen in onze samenleving. Het is ons opgevallen dat succesvolle immigranten dat doen. Die hebben namelijk een nette baan, verkeren niet in criminele circuits, en doen niet aan terrorisme. Wij noemen zulke mensen ‘geïntegreerd’, wat eigenlijk niets meer betekent dan dat zij lijken op de doorsnee Nederlander, die immers ook een nette baan heeft, zich niet inlaat met criminele praktijken, en geen terroristische aanslagen voorbereidt. ‘Geïntegreerde’ immigranten zijn dus immigranten die een zekere mate van maatschappelijk succes hebben geboekt. Daar willen wij er wel meer van. Hoe pakken we dat aan?

Gelukkig biedt het ‘integreren’ uitkomst. Niet alleen is het zo, dat nette en succesvolle immigranten over het algemeen goed geïntegreerd zijn; zij zijn netjes en succesvol omdat zij goed geïntegreerd zijn. Er bestaat in het integratiedenken dus een oorzakelijk verband tussen integratie en maatschappelijk succes, waarbij integratie de oorzaak is en maatschappelijk succes het gevolg.

De politieke implicatie hiervan is eenvoudig: zorg dat mensen integreren, dan zullen zij maatschappelijk succes boeken; wat per definitie inhoudt dat zij geen bommen zullen leggen of oude vrouwtjes zullen beroven. Vandaar dat het kabinetsbeleid zich expliciet richt op het bevorderen van integratie, en emmers met geld worden aangesleept om een ceremonie ‘met allure’ op te tuigen wanneer de immigrant zijn Nederlandse paspoort in ontvangst neemt.

Het gesuggereerde oorzakelijk verband tussen integratie en maatschappelijk succes, dat de ruggengraat vormt van het huidige beleid, is echter hoogst dubieus. Integreren is namelijk helemaal geen activiteit. Daar bedoel ik mee dat je niet ‘aan het integreren’ kunt zijn, zoals je wel aan het telefoneren, touwtjespringen, of schrijven kunt zijn. Dit is eenvoudig in te zien, want het beschouwen van integratie als een activiteit leidt onmiddellijk tot absurde consequenties. Voorbeelden: ‘Jan kan even niet aan de telefoon komen, want hij is aan het integreren’, ‘Kom je vanavond langs? Nee, ik kan niet, want ik ga met Piet integreren’, ‘Verdorie, nu ben ik vandaag weer vergeten te integreren’.

Integratie is wat wel heet een ‘succeswerkwoord’. Een succeswerkwoord duidt een eindtoestand aan die door een andere activiteit bereikt wordt. Net als het woord ‘winnen’. Je kunt niet letterlijk ‘aan het winnen zijn’. Hooguit kun je iets anders doen (goed voetballen, bijvoorbeeld), waardoor je een bepaalde eindtoestand bereikt (namelijk een gewonnen wedstrijd). Het woord ‘winnen’ is dus gedefinieerd door een eindtoestand en niet door het proces dat daartoe leidt. Precies hetzelfde geldt voor het woord ‘integreren’. Integreren is geen activiteit, maar een aanduiding van een eindtoestand (maatschappelijk succes), die door een andere activiteit bereikt is (hard werken op school, bijvoorbeeld).

Nu is onmiddellijk duidelijk dat het oorzakelijk verband tussen integratie en maatschappelijk succes, waarop het huidige beleid gebaseerd is, helemaal niet kan bestaan. De integratiepoliticus wil het maatschappelijk succes van immigranten bevorderen ‘door integratie te stimuleren’. Maar dat is onzin; net zoiets als een trainer die de winst in een partij voetbal denkt te kunnen behalen ‘door het winnen te stimuleren’. Die trainer moet in plaats daarvan zorgen dat hij de beste spelers opstelt en dat er hard gewerkt wordt op de training; die factoren hebben namelijk wel oorzakelijke relevantie voor het behalen voor de winst.

Precies zo is het onzin om maatregelen te nemen die de integratie bevorderen. Integratie is een verkapte aanduiding van het behalen van maatschappelijk succes, en waar het echt om gaat is dat die kans op dat maatschappelijk succes omhoog gaat. Hoe dat gebeurt zou niemand wat moeten kunnen schelen, want het gaat immers om het resultaat en niet om het proces zelf. Voor zover integratietoetsen, inburgeringscursussen, en naturalisatieceremoniën de beste manier zijn aan maatschappelijk succes bij te dragen, zijn die maatregelen dus verdedigbaar. Voor zover dat niet zo is, gaat het om een ingewikkelde vorm van kapitaalvernietiging. Met allure, dat wel.