‘Ik heb het nooit voor het geld gedaan’

Oud-europarlementariërs vechten nog steeds tegen de fiscale naheffing over hun dubbele pensioen. De Hoge Raad moet nu uitsluitsel geven. Het lijkt erop dat de fiscus gaat winnen.

„Het is bij de wilde spinnen af hoe europarlementariërs door de regering behandeld worden.”

„De pensioenregelingen voor politieke ambtsdragers in Nederland zijn krankzinnig laag.”

Johanna Boogerd-Quaak (62) en ex-minister Laurens-Jan Brinkhorst (69) zijn nog steeds boos. Ze zaten van 1994 tot 1999 namens D66 in het Europees Parlement (EP) en vinden de manier waarop Nederland zijn Europarlementsleden heeft aangepakt, ongehoord.

Reden voor hun opwinding is de kwestie over hun dubbele pensioen. Nederlandse leden ontvangen naast een pensioen van het Europarlement ook een overheidspensioen. De europarlementariërs kwamen daarover in 1997 in botsing met de voltallige Tweede Kamer, en met het kabinet. De Hoge Raad moet nu een oordeel vellen.

De Tweede Kamer had negen jaar geleden geen goed woord over voor het dubbele pensioen. Het was „moreel verwerpelijk” en „verrijking op kosten van de belastingbetaler”.

Het ministerie van Financiën maakte in 1998 bekend dat Nederlandse europarlementariërs een naheffing van gemiddeld 45.000 euro per persoon zouden krijgen over de pensioenpremie die het Europarlement voor hen betaalde. Bovendien zou via een wetswijziging hun europensioen in mindering gebracht worden op hun Nederlandse pensioen, meldde toenmalig minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken, VVD).

Zijn de europarlementariërs inderdaad ‘aangepakt’? Dat blijkt mee te vallen. De wetswijziging (om het Nederlands pensioen te korten met het europensioen) is er nooit gekomen. Reden: de komst van een vrijwillige gedragscode. Daarin staat dat Nederlandse EP-leden niet deelnemen aan het europensioen. Niemand die het controleert. Zo was Els de Groen (Europa Transparant) in 2004 lid van het pensioenfonds. Na een discussie in haar partij stapte ze er drie maanden later uit.

Van een massale naheffing van loonbelasting blijkt ook geen sprake. De negen leden die het Europarlement in 1994 verlieten – onder wie CDA’er Maxime Verhagen (49) – zijn fiscaal met rust gelaten. Het kabinet beperkte zich tot de groep van 31 die tussen 1994 en 1999 in het Europarlement zat. Uit een inventarisatie van het ministerie van Financiën naar de fiscale behandeling van deze leden blijkt dat ook die groep nauwelijks iemand een naheffing kreeg.

Van de 31 leden bleken vijf niet deel te nemen aan de pensioenregeling. Zeven leden beëindigden hun deelname toen de commotie ontstond. Drie leden, onder wie Brinkhorst, bleef een naheffing bespaard omdat ze in het buitenland woonden.

Van de resterende zestien, die voor vijf jaar naheffing inkomstenbelasting in aanmerking kwamen, kregen er maar zes een aankondiging tot naheffing over de hele periode. Het gros, onder wie Doeke Eisma (D66), heeft nog niets betaald, hangende de procedure bij de Hoge Raad.

Die procedure volgt uit de processen die de oud-europarlementariërs Jim Janssen van Raay (ex-CDA) en Maartje van Putten (PvdA) voerden tegen de naheffing. Van Putten kreeg gelijk van het hof in Amsterdam, Van Raay kreeg ongelijk van het hof in Den Haag. Beide zaken liggen ter cassatie bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde onlangs dat de belastingdienst het recht heeft om belasting te heffen over de aanspraak op het europensioen.

Acht leden zijn geheel of gedeeltelijk de dans ontsprongen. Inspecteurs hebben de wet niet goed toegepast, blijkt uit het overzicht van Financiën. Van de acht leden zijn er vijf niet over de volle vijf jaar aangeslagen. Bij drie leden vond ten onrechte helemaal geen heffing plaats, aldus het ministerie. Belastingadviseur mr. R. F. Bosman werkt onder andere voor oud-europarlementariër Janssen van Raay: „Per saldo is een ruime meerderheid van de leden in de periode 1989 tot 1994 die meededen aan het pensioenfonds niet over hun aanspraak belast, zelfs niet een beetje.”

De EP-leden die geen naheffing kregen, moeten wel inkomstenbelasting betalen over de uitkeringen. Dat is aantrekkelijk omdat het inkomen tegen een lager tarief belast wordt en ze pas belasting betalen als ze het geld ontvangen. „Bovendien loop je niet het risico dat je belasting betaald hebt en dan vroegtijdig overlijdt waardoor je niet profiteert van het pensioen”, aldus Bosman.

Overigens blijken vier leden de pensioenpremie (afkomstig uit hun onkostenvergoeding) fiscaal te hebben afgetrokken. Dat mocht niet. Een van hen is CDA’er Bartho Pronk (56). Hij trof een schikking. „Wat die behelst, daar heeft u verder niets mee te maken. Ik wil wel zeggen dat ik het merkwaardig vind dat buitenlandse pensioenregelingen niet erkend worden omdat ze afwijken van wat in Nederland gebruikelijk is. Voor andere landen is het helemaal niet afwijkend.”

Pronk kreeg nooit een naheffing. Jan Sonneveld (CDA) wel. Maar door „nalatigheid van de inspecteur” bleef zijn zaak liggen. In 2003 trok de fiscus de conclusie dat het geen zin meer had, zegt Sonneveld (73). „Ze trokken de naheffing in. Ik betaal over de uitkeringen belasting.”

Johanna Boogerd kreeg ook nooit een naheffing, maar betaalt belasting over haar pensioenuitkeringen. „Ik constateer ongelijkheid in de behandeling van voormalige europarlementariërs. Ik snap ook niet wat de fiscus wil. Want je betaalt of over de inleg belasting, of later over de uitkering.” Ze is nog steeds boos: „Ik laat me niet schandaliseren of criminaliseren. Ik wil fatsoenlijk behandeld worden.”

Wim van Velzen (CDA) is 63 jaar. Hij trof een schikking en ontvangt al drie jaar zijn extra pensioen. Maar het is geen vetpot: „Ik ben zo iemand met vijf pensioenbreuken. Ik kon niet altijd mijn pensioenaanspraken meenemen. Ik wil niet klagen hoor, maar het is niet fantastisch.”

Brinkhorst – vanwege zijn Belgische adres ‘ontsnapt’ aan de Nederlandse fiscus – voelt mee met zijn collega’s. Hij zegt zich „zeer geërgerd” te hebben aan de discussie. De harde woorden van toenmalig premier Kok en staatssecretaris Vermeend (Financiën) over „die riante regeling” hebben volgens hem bijgedragen aan de euroscepsis onder de bevolking. „Het was allemaal zo kleinzielig. Alles in Nederland moet worden gelijkgeschakeld. Politici worden structureel onderbetaald. Dat maakt het ook zo moeilijk om kwalitatief geschikte mensen te vinden. Ik heb hard gewerkt voor de publieke zaak. Maar zeg me niet dat ik het voor het geld heb gedaan. Dan had ik een ander vak moeten kiezen.”

Minister Peijs (Verkeer en waterstaat, CDA) zat van 1989 tot 2003 in het Europarlement. De 61-jarige Peijs zou sinds één jaar, naast haar ministerssalaris, recht hebben op een europensioen. Maar Peijs weigert openheid te geven.

Peijs, schriftelijk: „Het betreft hier een publiekrechtelijke zaak die dient voor de Hoge Raad en die van de zijde van het kabinet onder de ministeriële verantwoordelijkheid valt van mijn collega van Financiën. Aangezien ik deel uitmaak van het kabinet onthoud ik mij van een reactie op de door u gestelde vragen, ook voor wat betreft mijn persoonlijke situatie als ex-europarlementariër.”