Hij die niet genoemd mag worden

Het is niet moeilijk om een vriend van Phil te worden. Iedereen mag Phil zeggen.

Jim Wohlgemuth woont een straat verderop. Hij is een rijke investeerder met een huis vol kunst, sproetige zonen op privé-scholen en een passie voor gemeenteraadslid Phil Mendelson. Die heeft goede dingen gedaan voor het park tegenover Jims huis.

Vanavond geeft Jim een receptie voor Phil – iedereen mag Phil zeggen.

Phils aanhangers organiseerden deze weken zo’n dertig fundraisers bij hen thuis. Phil is al weken op campagne voor zijn herverkiezing. De buurt kreeg een uitnodiging. Onder „suggesties voor een bijdrage” stond:

$ 50: Vriend van Phil.

$ 100: Echt goede vriend van Phil.

$ 250: Vriend voor het leven.

$ 500: Familie.

Bij de voordeur staan de blauwe campagneborden klaar. Die mogen we na afloop in onze voortuintjes prikken.

Het stadsbestuur van Washington bestaat uit een gekozen burgemeester, twaalf raadsleden en hun voorzitter. De stad is verdeeld in acht kiesdistricten, die ieder één raadslid kiezen. Daarnaast kiezen alle inwoners samen vier raadsleden die optreden namens de hele stad. Phil Mendelson is één van die vier.

Jim Wohlgemuth doet de hapjes en de drankjes. Zijn politieke vriend Tony Bullock leidt Phil in. Tony houdt zichtbaar van het spel. Hij kijkt geslepen, flirt met de dames en noemt de president een dickhead. Hij is voormalig chief of staff van een senator en was jarenlang de woordvoerder van de burgemeester. Behendig warmt Tony de aanwezigen op:

„Beste mensen, we hebben met Phil een treasure in onze handen.”

„Hoe moet ik Phil beschrijven? Integriteit. Principes. Respect.”

„Draagt hij flashy kleding? Wij weten wel beter! Phil, wie heeft vandaag nou weer je stropdas uitgekozen?”

Phil, bereidwillig: „Mijn dochtertje!”

Tijdens zijn eigen toespraakje blijft Phil in zijn rol. Phil heeft geen tijd voor uiterlijk vertoon. Phil werkt liever aan het milieu, betaalbare woningen en onderwijs!

Vanzelfsprekend is hij Democraat. Bijna iedereen in deze stad is Democraat. Republikeinen wonen in de suburbs. De suburbs zijn fout. Democraten hebben hier nuffige bumperstickers met teksten als: ‘De suburbs. Waar ze bomen omhakken om er straten naar te vernoemen.’

In de gemeenteraad van Washington zit maar één eenzame Republikein. Omdat de Democraten toch altijd winnen, draaien de lokale verkiezingen hier om de primary’s, de voorverkiezingen waar die Democraten elkaar om hun kandidatuur te lijf gaan. Die zijn op 12 september.

Op Phil’s zetel aast één andere Democraat. Maar wat voor één! Hij wordt tijdens Phil’s receptie consequent the opponent genoemd.

Les één van de politieke campagne: spreek de naam van je concurrent nooit uit. Dat brengt mensen maar op ideeën.

The opponent is een advocaat, met een groot kantoor achter zich en dus veel geld. Hij heeft deze campagne bijna 500 duizend dollar te besteden. Dat is meer dan het dubbele dan het bedrag dat Phil bij elkaar verwacht te krabbelen.

Renee Bullock, de vrouw van de geslepen Tony, noemt Phil een uitstervend soort. „Democraten in het Congres zeggen al ronduit dat kandidaten voor alle politieke functies voortaan gewoon rijk moeten zijn. Anders kunnen ze hun campagne niet financieren.”

The opponent heeft een heel campagneteam in loondienst. Phil kan alleen zijn campagneleider Jason Shedlock betalen, een lieve jongen met een vlassig baardje. Fier, maar niet helemaal overtuigd, noemt Phil zichzelf „niet te koop”.

Washingtonians, in het dagelijks leven vaak zo aardig en ontspannen, reageren eventuele agressie lekker af in de politiek. Deze avond hakken ze met hartstocht in op the opponent.

„Bij een homo-vriendelijke stichting zegt the opponent dat hij voor het homohuwelijk is, maar bij de Baptisten zei hij het tegenovergestelde! De leugenaar!”

Ja, Phil is een heer. En the opponent speelt het hard en gemeen. Eindelijk mompelt iemand hoe hij heet. Scott Bolden. Dat hij zwart is, zoals ruim 60 procent van de stad, vertelt niemand. Ik zie het later, op zijn website. Scott Bolden, staat daar, wil van Washington een stad maken die niet alleen ideaal is voor „toeristen, Congresleden en de superrijken”. Zijn verkiezingsthema is „gelijkheid”.

In het arme Anacostia hangen al overal rode bordjes, in sommige straten lantaarnpaal na lantaarnpaal: Bolden, Bolden, Bolden. Ook in blanke buurten duiken ze steeds meer op. Voor Phil Mendelson ziet het er somber uit. Het enige blauwe Phil-bord staat nog steeds in de tuin van zijn geldschieter Jim.