Europa ruggengraat VN-macht Libanon

De landen van de Europese Unie stapten gisteren over hun aarzelingen jegens de VN-troepenmacht voor Libanon heen. Tezamen zullen ze op korte termijn bijna 7.000 soldaten sturen.

Tevreden gezichten gisteren in Brussel. Daar werd tijdens spoedoverleg een belangrijke stap gezet op weg naar de vorming van een vredesmacht voor Libanon. Het VN-leger zal grotendeels een Europees gezicht krijgen. Aan het einde van de ingelaste vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie stond de teller op bijna 7.000 soldaten.

„Europa zal de ruggengraat vormen van de vredesmacht”, zei Kofi Annan, die ook naar Brussel was gekomen in de hoop op een doorbraak. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties prees het leiderschap van de Franse president Jacques Chirac en de Italiaanse premier Romano Prodi. Italië en Frankrijk zullen de belangrijkste Europese leveranciers zijn van de VN-troepenmacht. De Europese Unie én de Verenigde Naties „maken de verwachtingen waar”, stelde Annan.

Daar zag het aan het begin van deze week niet naar uit. De Amerikaanse president Bush maande de Europeanen haast te maken. Israël zei het staat-het-vuren te respecteren, maar ging ondertussen wel door met het uitvoeren van prikacties in Libanon. Het bestand hield, maar oogde breekbaar.

Wat deed Europa, nu het er op aankwam, om orde op zaken te stellen zo dichtbij de eigen grenzen? Europa dat altijd graag fungeert als morele gids van de internationale gemeenschap. De Belgische premier Guy Verhofstadt zei het eind mei zelf in het Europees Parlement: „We kunnen het morele geweten niet spelen als we daar geen militaire actie tegenover kunnen stellen.”

De opstelling van de Fransen was voer voor kwaadwillende commentaarschrijvers. Ze leken voorbestemd de vredesmacht te gaan leiden. Frankrijk heeft immers een leger van betekenis mét de nodige ervaring in Libanon. Maar tot veler verrassing stelden de Fransen vorige week slechts 200 soldaten extra ter beschikking. Daarop liet Italië weten dan wel de leiding op zich te willen nemen en 3.000 man te kunnen sturen.

Donderdagavond hield de Franse president Chirac een tv-toespraak. Frankrijk was tóch bereid in totaal 2.000 militairen uit te zenden.

Een partijtje verplassen voor regeringsleiders? Daar is de zaak hopelijk te serieus voor. Maar een eensgezinde indruk maakte het niet.

Na Frankrijk zegden gisteren ook Spanje (1.200), België (400) en Polen (250) manschappen toe. De Scandinavische landen zouden samen een eenheid van zo’n 500 soldaten kunnen vormen. (Nederland blijft bij zijn aanbod een fregat te sturen.)

Er hoefde geen ruzie te worden gemaakt over de vraag wie de operatie zal leiden, Frankrijk of Italië. Voor dat probleem werd een elegante oplossing gevonden. De Franse generaal Pellegrini, die aan het hoofd staat van de 2.000 VN-militairen die al in Libanon waren voordat de oorlog uitbrak, blijft zoals gepland aan tot februari volgend jaar. Daarna neemt een Italiaan zijn taken over.

De diplomatieke crisis in Europa lijkt bezworen. Maar over het vervolg in het Midden-Oosten bestaan nog enkele lastige vragen.

Wat gaan die 7.000 Europese soldaten in het zuiden van Libanon precies doen? Een belangrijke reden voor het lange aarzelen van landen was de onduidelijkheid over hun taakomschrijving, de zogeheten ‘rules of engagement’. Kofi Annan zei gisteren dat die „robuust” zullen zijn. Betekent dat bijvoorbeeld dat de blauwhelmen zullen helpen bij het ontwapenen van Hezbollah? „Dat is natuurlijk wel de bedoeling”, zei de Nederlandse minister Ben Bot gisterenavond voor Radio 1. Daaraan voegde hij ietwat cryptisch toe: „Dat kan impliciet en expliciet geregeld worden”. Volgende week wordt bij de Verenigde Naties in New York verder gesproken over de exacte formulering van de gevechtsinstructies.

Van welke landen krijgen de Europese militairen steun? De VN willen een troepenmacht vormen van circa 15.000 man. De Franse president Chirac noemde dat aantal gistermiddag tijdens een persconferentie „zwaar overdreven”. Maar de VN lijken vast te houden aan de geplande omvang. Kofi Annan zei gisteren dat hij „stevige toezeggingen” heeft van een aantal moslimlanden: Maleisië, Indonesië en Bangladesh. Israël heeft echter laten weten dat het geen troepen zal accepteren uit die landen omdat het er geen diplomatieke betrekkingen mee onderhoudt.

Zullen de VN-militairen ook opereren langs de grens tussen Libanon en Syrië? Israël staat daar op, omdat het bang is dat Hezbollah zich via bondgenoot Syrië opnieuw kan bewapenen. Maar de Syrische president Bashar Assad heeft laten weten dat dat voor hem absoluut onacceptabel is. Kofi Annan reist na zijn tussenstop in Brussel door naar het Midden-Oosten. Hij zal onder meer proberen om de Syrische president op andere gedachten te brengen.

Verder praten en hopen dat het goed gaat. Dat lijkt het devies voor een missie die, eenmaal tot stand gekomen, op een brede steun in Europa kan rekenen. Libanon anno 2006 is geen Irak in 2003. De militaire operatie die gisteren in Brussel in de steigers werd gezet, wordt óók gesteund door regeringen met een linkse signatuur (Italië, Spanje, België).

De risico’s zijn groot. Samen met het Libanese leger en met heel veel tact, moeten de VN-militairen iets gaan doen, wat de Israëliërs met veel militaire machtsmiddelen niet konden. Europese politici zijn zich bewust van de gevaren. „Buitenlands beleid is altijd moeilijk”, zei een EU-diplomaat deze week. „Er zijn eigenlijk maar weinig succesverhalen. Je moet het proberen. Maar je moet niet zeggen: dit gaat zéker lukken.”