Eer en geweten

De Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) te Leeuwarden is een van de onderwijsinstellingen die zich schuldig heeft gemaakt aan fraude, door subsidie aan te vragen voor studenten die er niet studeerden. Het is dan ook begrijpelijk dat het ministerie van Onderwijs de frauduleus verkregen gelden probeerde terug te krijgen. In het geval van de Christelijke Leeuwarders claimde het ministerie 830.000 euro. De CHN vond ‘eens gegeven blijft gegeven’ en ging daar tegen in beroep. Nu heeft de Raad van State begin augustus de CHN in het gelijk gesteld. Voor het grootste deel, aldus de Raad van State, was de hotelschool-constructie van de CHN inderdaad niet toegestaan. Geld innen voor studenten die niet of nauwelijks in Nederland verblijven, mag niet. Maar omdat de claim van het ministerie geen onderscheid maakte tussen de verschillende constructies die de hogeschool hanteerde bij het ten onrechte claimen van subsidie voor Russische dan wel voor Indonesische studenten, is die claim onrechtmatig. Kortom, de juridische afdeling van het ministerie van Onderwijs had klaarblijkelijk zijn huiswerk niet goed gedaan met als gevolg het soort van procedurefout waardoor ook fraudeurs in andere sectoren, bijgestaan door een door de wol geverfd advocatenteam, veelal de dans ontspringen.

Het is natuurlijk treurig dat bestuurders van hogescholen met slimme opzetjes geld wisten binnen te halen dat bedoeld was voor internationalisering, terwijl zij donders goed wisten dat die constructies niet beantwoordden aan datgene waar die gelden voor waren bedoeld. Dat duidt niet alleen op een gebrek aan fatsoen maar ook op ernstig moreel falen. Ik vermeld dit laatste zo nadrukkelijk omdat dit niet tot de hoofden van iedereen schijnt te zijn doorgedrongen, en al helemaal niet tot de harde kop van Klaas-Wybo van der Hoek, bestuurder van de christelijke hogeschool. Die grijpt de procedurefout aan om zijn gelijk te halen. “Nu staat vast”, aldus Klaas-Wybo, “dat wij naar eer en geweten de wet hebben toegepast.” En, later in een persbericht van diezelfde hogeschool, heet het: “Aan een lange tijd van onzekerheid en het beeld van een frauderende hogeschool komt nu een einde.” Niet alleen frauduleus, maar ook nog eens hondsbrutaal.

Inmiddels heeft de nieuwe staatssecretaris Bruins een spoedwet ingediend om in de toekomst uit te sluiten dat “met Nederlands belastinggeld buitenlandse studenten worden gefinancierd die op geen enkele wijze onderwijs in ons land volgen.” Dat moet de hogescholen dus duidelijk maken dat de internationalisering van ons onderwijs er niet mee is gediend als we jongelui in Indonesië en Rusland laten genieten van de zegeningen van een christelijke hotelschool uit het verre Nederlandse Leeuwarden.

Internationalisering wordt het best bevorderd door te stimuleren dat studenten hun opleiding of een deel ervan in het buitenland volgen. Het is dan ook een goede ontwikkeling de studenten aan een buitenlandse onderwijsinstelling in aanmerking te laten komen voor studiefinanciering. Maar opgepast. Hoe te controleren dat al die jonge Nederlanders die straks uitzwermen ook werkelijk studeren en niet een zelfde soort deal sluiten met een buitenlandse onderwijsinstelling? Ook daaronder bevinden zich ongetwijfeld bestuurders die niet vies zijn van een lucratief opzetje: tegen betaling van een bepaald bedrag krijgen studenten een verklaring dat ze er onderwijs hebben gevolgd en voorzien van een heus certificaat vieren ze er een lange vakantie. Zoiets moet in Rusland of Indonesië toch te regelen zijn.

lgm.prick@worldonline.nl