‘Een gratis werknemer? Dan veer je op als werkgever’

Het CDA pleit voor gedeeltelijk gesubsidieerde ‘opstapbanen’. Veel gemeenten experimenteren daar al mee en noemen ze vangnetbanen, leerwerkplekken of werkervaringsbanen.

Broekhuis Twente, een Peugeot-dealer met onder meer een vestiging in Hengelo, werd eind vorig jaar benaderd door het bedrijf Impuls, namens de gemeente Almelo. Of er misschien werk was voor een gesubsidieerde werknemer. De gemeente zou alles betalen, ook het loon. „Als een werkgever gratis arbeid aangeboden krijgt, dan veert hij op”, zegt Harco Fellinger, de regiodirecteur van het autobedrijf. „Dat wil ik niet verbloemen.”

De gesubsidieerde werknemer kwam er. Het werd Haroot Toumanian, 47 jaar. „Hij is ons manusje van alles”, zegt Felllinger. Toumanian begon met het naar huis rijden van klanten die hun auto achterlieten in de garage. Nu werkt hij vooral in het magazijn. De voormalige asielzoeker, een tot Nederlander genaturaliseerde Irakees, vult de voorraden aan, houdt de administratie daarvan bij in de computer, legt auto-onderdelen klaar voor de monteurs en brengt ze naar andere garages en schadebedrijven.

Gesubsidieerde banen bestaan nog steeds. Ze zijn niet verdwenen toen het kabinet-Balkenende II in 2004 een einde maakte aan de zogenoemde Melkertbanen. De oude ‘kunstbanen’, zoals de tegenstanders in de coalitie van CDA, VVD en D66 ze noemden, zijn afgeschaft, omgevormd tot reguliere banen of tot gesubsidieerde banen nieuwe stijl, zoals leerwerkplekken, werkervaringsplekken, vangnetbanen, opstapbanen of hoe de gemeenten ze ook maar noemen.

Het CDA kwam vorige week in zijn verkiezingsprogramma met een voorstel voor een nieuwe vorm van gesubsidieerde arbeid. Al wil de partij het liever niet zo noemen. „In veel media is ten onrechte de indruk gewekt dat wij terug willen naar de Melkertbanen”, zegt Tweede-Kamerlid Eddy van Hijum, die namens het CDA het woord voert over het arbeidsmarktbeleid. Wat willen de christen-democraten dan wel?

„Een groot verschil met de Melkertbanen is dat het ons gaat om scholing en perspectief op een echte baan”, zegt Van Hijum. „Banen die maximaal twee jaar worden gesubsidieerd. Bovendien willen wij vooral werkgevers in de marktsector interesseren. We hopen daarmee vooral de markt voor persoonlijke dienstverlening te stimuleren, zoals boodschappendiensten en kleine klusjes rond het huis. De Melkertbanen bevonden zich vooral in de publieke sector, bijvoorbeeld bij scholen en zorginstellingen.”

Nog een verschil is dat de Melkertbanen volledig gesubsidieerd werden door de overheid. In het voorstel van het CDA betaalt de werkgever het grootste deel van het salaris. Het gaat om een vast bedrag per maand dat onder het wettelijk minimumloon voor 23-jarigen ligt. Van Hijum: „Via de belastingdienst wordt het inkomen van de werknemer aangevuld tot het minimumloon.”

Theo Berben, vice-voorzitter van Divosa, de koepelorganisatie van directeuren van sociale diensten, reageert vermoeid op het CDA-voorstel. „De inkt van de Wet werk en bijstand, die gemeenten meer beleidsvrijheid heeft gegeven, is net opgedroogd, en dan komt de politiek alweer met iets nieuws, dat landelijk ingevoerd moet worden.” Het is ook nog eens „niets nieuws onder de zon”, volgens Berben. In Apeldoorn, waar Berben directeur is van de gemeentelijke dienst Samenleving, zijn 400 mensen met een gesubsidieerde ‘werkervaringsbaan’. Voor een deel zijn dat mensen die vroeger een Melkertbaan hadden. De werkervaringsplaatsen worden slechts gedeeltelijk gesubsidieerd. De werkgever betaalt een percentage van het salaris, afhankelijk van de ‘productieve waarde’ van de werknemer. De gemeente vult dat aan tot het minimumloon. Na maximaal twee jaar houdt de subsidie op. Het is de bedoeling dat de werknemer dan doorstroomt naar een reguliere baan.

Het CDA spreekt in zijn verkiezingsprogramma van ‘opstapbanen’. Die term is niet nieuw. Apeldoorn heeft ze ook. Werkgevers die een opstapbaan creëren voor een langdurig werkloze, kunnen een loonkostensubsidie krijgen van maximaal 8.000 euro per werknemer.

De opstapbaan kent nog meer varianten. In Delft bijvoorbeeld werkt het zo. De gemeente heeft een bedrijf ingehuurd, Werkplan Arbeidsintegratie, om vacatures te werven voor gesubsidieerde arbeidskrachten. Bijstandsontvangers die capabel genoeg lijken voor een opstapbaan, krijgen een contract bij Werkplan. Ze worden gedetacheerd bij een werkgever, tegen het minimumloon. Dat loon betaalt de gemeente, voor maximaal een jaar. Daarna kan de werkgever nog een jaar loonkostensubsidie krijgen, maximaal 6.000 euro.

Wat voor banen levert dat op? „Bijna allemaal banen in het bedrijfsleven”, zegt Peter Hageman, directeur van Werkplan. Neem de Surinaamse Sattiawatie Bholansingh, 32 jaar. Ze werkt sinds begin dit jaar bij de supermarktketen C1000, als baliemedewerkster bij de zelfscankassa’s. Haar opstapbaan is na een paar maanden omgezet in een regulier arbeidscontract voor een jaar. De werkgever ontvangt nog een loonkostensubsidie. Bholansingh verdient nu het CAO-loon, maar dat is slechts een paar tientjes meer dan de bijstandsuitkering die ze voor die tijd had. Toch is ze heel tevreden. „Ik werk liever dan dat ik thuis zit”, zegt ze. „En ik heb nu uitzicht op een vaste baan.”

De baan van Haroot Toumanian bij het Twentse autobedrijf is ook een opstapbaan. De gediplomeerde systeem- en netwerkbeheerder, die sinds 2000 een bijstandsuitkering ontving, was zeer gemotiveerd om weer te gaan werken. „Ik heb in twee jaar tijd 180 sollicitatiebrieven verstuurd, zo graag wilde ik aan de slag”, zegt hij. De gemeente Almelo detacheerde hem via Impuls bij de Peugeot-dealer in Hengelo. Toumanian kreeg eerst een halfjaarcontract en dat is in juli met nog een halfjaar verlengd. Dan is de maximumtermijn van een jaar bereikt. Een opstapbaan als deze kost de gemeente gemiddeld 18.000 euro.

Het personeel van het autobedrijf stond aanvankelijk niet te juichen toen ze hoorden dat er een gesubsidieerde arbeidskracht kwam. „Het is jouw feestje”, schamperden ze tegen de directeur. Maar hun cynisme verdween toen ze zagen hoe de 47-jarige voormalige asielzoeker „de benen uit zijn lijf rende”, vertelt de directeur.

Mag Toumanian blijven? Broekhuis Twente heeft eigenlijk geen vacature. „Maar het is wel een gozer waar je wat mee kunt”, zegt directeur Fellinger. Daarom krijgt hij in 2007 toch een jaarcontract. Net als de andere werknemers zal hij dan het CAO-loon verdienen. De gemeente geeft een eenmalige loonkostensubsidie van 7.500 euro.

„Een opstapbaan als deze is vooral bedoeld om iemand die al lange tijd een bijstandsuitkering heeft, werkervaring op te laten doen”, zegt Sonja Tielenburg van Impuls. Zij onderhoudt het contact met het autobedrijf en begeleidt Toumanian. „Als er een baan uitrolt, is dat een cadeautje.”

De opstapbanen die het CDA voor ogen heeft, zijn minder vrijblijvend. „We kunnen de werkgever niet dwingen iemand in dienst te nemen, maar we vragen wel een inspanningsverplichting”, zegt Kamerlid Van Hijum. „De werkgever moet meebetalen aan scholing en er moet in elk geval de intentie zijn om iemand na twee jaar in dienst te nemen.”

In Almelo wordt scholing vergoed door de gemeente, mits de werkgever de intentie uitspreekt de werknemer een reguliere baan aan te bieden. Impuls regelt voor Toumanian binnenkort een telefoontraining, zodat zijn schroom om de telefoon op te nemen en klanten te woord te staan, verdwijnt. Onterechte schroom, volgens directeur Fellinger, „want hij verstaat zelfs Twents”.

Het autobedrijf organiseert ook een opleiding tot magazijnbeheerder. „Hij heeft nog wat technische kennis nodig”, zegt Fellinger. „Het is wel handig als hij weet wat een fuseepen is.”