De zakboemboom-vrucht kookt als gesmolten staal in de buiken

Op zoek naar plant en dier in heilige boeken schrijft Maarten ’t Hart over de zakboemboom uit de Koran. Zijn vruchten zijn „voedsel voor zondaars” – ze smaken bitter, maar ze maken niet dik.

De Bijbel telt ruim 900.000, de Koran ruim 180.000 woorden. Dat de Koran zoveel minder omvangrijk is dan de Bijbel heeft grote voordelen. Daardoor bevat de Koran minder onzin. De Koran blijkt ook een rechtlijniger, helderder boek dan de Bijbel. Rita Verdonks lijfspreuk: ‘Niet rechts of links, maar recht door zee, net als Mohammed B’, zou zo uit de Koran afkomstig kunnen zijn.

Qua biologie valt er aan de Koran helaas minder te beleven dan aan de Bijbel. In de Schrift komen zo’n honderddertig diersoorten en honderddertig plantensoorten voor. In de Koran ruim twintig diersoorten en krap twintig plantensoorten. Alle dieren en planten die in de Koran voorkomen, tref je ook in de bijbel, met enkele opmerkelijke uitzonderingen. Zo rept de Koran eenmaal van de olifant, een dier dat in de Bijbel ontbreekt. Soerat 105: „Heb jij niet gezien hoe jouw Heer met de mensen van de olifant heeft gehandeld? Heeft Hij hun list niet op een dwaalspoor gebracht? En Hij heeft tegen hen zwermen vogels gezonden die bakstenen op hen wierpen. En Hij maakte hen als afgevreten halmen.” Een merkwaardig tekstgedeelte waar weinig van te begrijpen valt, terwijl de Koran meestal zo helder is.

Veel aandacht gaat in de Koran uit naar de kameel. In Soerat 7 vers 40 lezen wij: „Voor hen die onze tekenen loochenen en hoogmoedig afwijzen zullen de poorten van de hemel niet worden geopend, noch zullen zij de tuin binnengaan, zolang niet een kameel door het oog van een naald gaat.” Jezus zegt net zoiets, maar bij hem gaat de kameel nog eerder door het oog van een naald dan een rijke het koninkrijk der hemelen binnen. Andries Knevel die 227.000 euro per jaar opstrijkt kan zich dus maar beter tot de islam bekeren.

Reuze eigenaardig is, vind ik, dat zowel in de Bijbel als in de Koran de huiskat ontbreekt, terwijl in beide heilige boeken de hond wel voorkomt. En dat terwijl reeds lang voor het ontstaan van Bijbel en Koran de huiskat in Egypte een heilig dier was.

Ook vreemd is dat beide werken nergens reppen van het bestaan van vlinders, terwijl dat toch de mooiste creaties zijn van God respectievelijk Allah.

Alle plantensoorten die de Koran noemt, zo’n vijftien in totaal, vinden we ook in de Bijbel, behalve de zakboemboom en de banaan. Eigenaardig dat de Bijbel van de laatste niet rept. Een smakelijk banaantje bij het Heilig Avondmaal, dat had niet misstaan. Ook de vrucht van de zakboemboom noemt de Bijbel niet. Daarover lezen wij viermaal in de Koran. Eerst in Soerat 37 vers 63: „Wij hebben de zakboemboom tot een verzoeking gemaakt voor de onrechtplegers. Het is een boom die uit de oorsprong van het hellevuur tevoorschijnkomt, waarvan de knoppen zijn als satansknoppen.” Vervolgens in Soerat 44 vers 43: „De zakboemboom is voedsel voor de zondaar. Als gesmolten metaal kookt het in de buiken, zoals gloeiend water kookt.” En in Soerat 56 vers 51: „Dan zullen jullie, o dwalers, die zeiden dat het leugens waren, eten van de zakboemboom en daarvan de buiken vullen.” Allereerst is natuurlijk de vraag wie in aanmerking zullen komen voor deze spijziging. De zondaars en dwalers, zeker, maar toch zegt de Koran (Soerat 7 vers 69): „Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de Sabiërs en de christenen die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, zij hebben niets te vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.” Hoe opmerkelijk mild blijkt de Koran hier ook weer! Zo'n tekst kom je in de Schrift nergens tegen.

Enfin, daar ik noch in God, noch in de laatste dag geloof, krijg ik mettertijd zakboemontbijt. Alleen al daarom zou ik er graag meer over weten. Helaas, als je zakboemboom googelt, krijg je geen resultaat. Misschien dat Leemhuis het oorspronkelijke woord niet adequaat heeft vertaald, al klinkt die term mooi dreigend. Een andere Koran-vertaling geeft: ‘de boom al-Zakkum’. Googel je dat, dan krijg je duizenden verwijzingen, helaas vrijwel allemaal in voor mij ontoegankelijke talen, maar iets heb ik er desondanks over opgestoken. Blijkbaar is het een doornstruik met vruchten die lijken op amandelen. Ze smaken evenwel ongelofelijk bitter. In Soerat 88 vers 6 en 7 wordt nog gezegd dat het voedsel der verworpenen uit doornstruiken zal bestaan „die niet vet maken”. Dat lijkt me juist een aanbeveling. Tot welke plantenfamilie de boom al-Zakkum behoort, heb ik nog niet kunnen opsporen, maar allicht kan een lezer mij helpen. Toch maak ik mij reeds nu weinig zorgen. Voor een bittere smaak deins ik niet terug. Bittere tuinbonen – verrukkelijk, en wat is er lekkerder dan de bittere smaak van snijbiet? Net als de Bijbel stelt de Koran ongelovigen bovendien (Soerat 76 vers 4) „kettingen en halskettingen” in het vooruitzicht, plus geselingen en folteringen, zaken kortom waar je nu in SM-clubs akelig veel geld voor moet neertellen, maar die je na je dood gratis (!) toebedeeld krijgt. Net als de Bijbel dreigt de Koran evenwel ook met schroeiend hellevuur, maar de logistieke problemen om onophoudelijk een vuur brandend te houden zijn groot, en bovendien raken de fossiele brandstoffen op. Ook denk ik dat men mettertijd bij het enorme aanbod van ongelovigen niet in staat zal blijken om zovelen zo’n akelig lange tijd te verzengen. En waar haal je de knevelaars vandaan om al die vuren voorgoed brandend te houden ? Die eisen per jaar minstens 227.000 euro !