De lezer schrijft over Palestijnse schoolboeken

Israël-correspondent Oscar Garschagen schreef in NRC Handelsblad van 24 juni, dat de antisemitische Palestijnse schoolboeken, die prof. Pieter van der Horst in zijn afscheidsrede noemde allang niet meer in gebruik zijn. In een interview met Van der Horst in Trouw van 16 augustus geeft Van der Horst te kennen, dat een ingezonden stuk van theoloog Hans Jansen, waarin deze laatste Garschagens beweringen weerlegt, door NRC Handelsblad geweigerd is. Ik schrik erg van dit bericht. Als het juist is én als de weerlegging door Jansen van Garschagen geen aantoonbare onjuistheden bevat, betekent het dat NRC Handelsblad afziet van een rechtzetting van een onjuiste voorstelling van feiten door Garschagen, die Van der Horsts betrouwbaarheid als wetenschapper aantasten en die de kern van de censuuraffaire raken.

Deze krant heeft terecht veel aandacht besteed aan de ‘censuuraffaire’ naar aanleiding van Van der Horsts afscheidsrede, waarin belangrijke zaken als antisemitisme en de academische vrijheid van woord centraal stonden. Lezers worden op het verkeerde been gezet en gehouden, als een proces van rechtzetting van essentiële feiten in een controverse gestaakt wordt. Er staan wel onbenulliger rectificaties in de krant. Mijn vragen zijn:

1. Klopt het dat NRC Handelsblad het ingezonden stuk van Hans Jansen heeft geweigerd?

2. Zo ja, waarom?

3. Zo ja, op welk beleid van NRC Handelsblad m.b.t. de zorg voor juiste feiten in de krant is dat besluit gebaseerd?

Carla van Brederode

Bilthoven

De krant antwoordt

Nee, dat is niet juist. Het stuk van Jansen is niet geweigerd, maar werd ingehaald door publicatie in Trouw. De Opinieredactie ontving zijn vrij lange artikel op 24 juni, met een aanvulling op 29 juni. Alvorens dit te plaatsen hebben we dat, zoals gebruikelijk, ook laten lezen aan onze correspondent in Israël. Die zat tot over z’n oren in de verslaggeving rond de ontvoering van een Israëlische militair door Hamas en de militaire actie in Gaza. Hij had tijd nodig om te reageren.

Op donderdag 6 juli publiceerde Jansen daarop zijn reactie in Trouw, nu bewerkt tot een reactie op een column van J.A.A. van Doorn in die krant. Dat staat hem uiteraard volledig vrij.

Op 7 juli kreeg hij antwoord van onze redactie. Wij hadden toen ook contact gehad met onze correspondent. Die verduidelijkte op welke publicatie van Jansen hij zich had gebaseerd. Dat bleek een andere dan de schrijver in zijn ingezonden stuk noemde. Dat leek ons dus eerder een misverstand.

Aangezien Jansen zijn punt nu in Trouw had gemaakt, was voor onze redactie de behoefte aan zijn stuk vervallen. En een harde noodzaak om zijn stuk tot brief in te korten of er een rectificatie op te baseren, was er in ieder geval niet. De redactie staat namelijk achter het oorspronkelijke artikel van Garschagen dat degelijk was onderbouwd.

Onze correspondent baseerde zijn conclusie dat het ‘wel meevalt’ met de antisemitische inhoud van Palestijnse schoolboeken op Israëlische, Amerikaanse en Duitse onderwijskundigen, de Europese Unie en de UNESCO. Via een noot onder zijn stuk verwijst hij naar de inhoud van die rapporten op internet, zodat ook de lezer zelf meerdere bronnen kan raadplegen.

Dat daarmee niet het laatste woord hierover is gezegd, schreef de correspondent al. De discussie blijft geopend, ook in onze krant. Wel is het jammer dat het onjuiste beeld is gecreëerd dat NRC Handelsblad foutieve informatie niet corrigeert. Daarvan was hier geen sprake.

Folkert Jensma hoofdredacteur