De auto van Mr. Nkoe

Gestrand in Kameroen, zonder bagage en zonder medicijnen. Een vreemde apotheker moet uitkomst bieden.

Al vier dagen wachten we op onze koffers. Ze liggen nog in de Landrover, die mee zou gaan op de trein. Dat ging op de valreep niet door. Elyssee, de chauffeur, brengt zelf de auto terug naar Yaoundé, een rit van zo’n achthonderd kilometer.

„Hij is onderweg”, zegt mister Nkoe, de baas van de FITA, ons Kameroense reisbureau, als ik maar weer eens opbel.

We hebben een probleem. We zijn bijna door onze medicijnen heen. Het voorraadje zit in de bagage. Silas, onze gids, neemt ons mee naar een hoog gebouw. In een kamer op de bovenste verdieping zit een kleine corpulente man pontificaal achter een groot bureau. Silas overhandigt hem het lijstje met de medicijnen die we nodig hebben. Hij pakt het aan en geeft het met een brede armzwaai door aan een jonge vrouw, die ermee de deur uitloopt. We vinden het maar een rare apotheek. Geen witte jas te bekennen.

Tot onze verbazing krijgen we koffie. De apotheker steekt een heel verhaal af over de pan uit rijzende benzineprijzen, Landrovers met verborgen gebreken en andere onverwachte kosten. Hij heeft het over een bedrag van tweeduizend dollar. We kunnen er geen touw aan vastknopen.

De assistente komt terug met de medicijnen. Ze kosten niet meer dan normaal; in elk geval geen tweeduizend dollar. Als we op het punt staan om weg te gaan, laat de apotheker de naam ‘FITA’ vallen. Ineens herken ik de stem van de telefoon. Dit moet mister Nkoe zijn.

„Ah...vous n’êtes pas un pharmacien mais monsieur le patron!”, stel ik vast. We bedanken hem. Erg vriendelijk dat hij zijn secretaresse medicijnen voor ons liet halen. En wat jammer dat Silas ons niet even heeft voorgesteld, dan hadden we hem zeker niet voor een apotheker aangezien.

Om het goed te maken geeft Silas hoog op over zijn baas. Wisten we dat monsieur Nkoe niet alleen eigenaar van de FITA is, maar ook van een hardhoutexportbedrijf? Monsieur Nkoe zorgt voor de opvang van de pygmeeën die voor zijn houtkap moeten wijken. De baas van de FITA blijkt zelfs parlementskandidaat te zijn. Silas is enthousiast over zijn democratische gezindheid. Monsieur zou een groot voorstander zijn van veel politieke partijen, waardoor alle stemmen uit de maatschappij aan bod komen.

Mister Nkoe onderbreekt hem. Het ligt anders. Zijn ideaal is nu juist één grote partij. Daarbinnen mogen verschillende geluiden klinken, zolang het maar positief en goed voor het land is. De arme Silas krimpt in elkaar.

Het is duidelijk dat zijn lofzang weinig indruk op ons heeft gemaakt. Mister Nkoe doet er dus zelf maar een schepje bovenop.

„Ik ben afgestudeerd aan de Sorbonne”, zegt hij. „Waar hebt u gestudeerd?”

Ik vertel hem dat we samen de hogeschool van het leven hebben doorlopen.

„Ik ken in Amsterdam een apotheker die farmacie aan de Sorbonne heeft gestudeerd”, zegt Gerarda. Mister Nkoe glimlacht minzaam.

De telefoon gaat. Elyssee staat met de Landrover bij ons hotel. Wij mogen mee in de gloednieuwe BMW van mister Nkoe. Zodra het portier openzoeft, horen we de Vier Jaargetijden van Vivaldi. Afgaand op de airco is het winter.

De schobbejak van een Elyssee staat schaapachtig te lachen naast de stinkend smerige Landrover. Het is een enorme troep in de achterbak. Onze bagage ligt tussen een vieze slaapzak en tientallen lege bierflesjes.

Drie weken later, als we weer heelhuids thuis zijn, komt ons ter ore dat mister Nkoe nog diezelfde dag een fax naar ons contact in Nederland heeft gestuurd waarin hij tweeduizend dollar eiste wegens onvoorziene uitgaven.