Basketballen op het dak

De budgetten voor nieuwe schoolgebouwen zijn niet hoog, maar dat wordt gecompenseerd door de creativiteit van de architecten.Bernard Hulsman

Voor degenen die vinden dat het Nederlandse onderwijs zich in een onstuitbare neerwaartse spiraal bevindt, is er in ieder geval één troost: dat onderwijs wordt wel steeds vaker gegeven in bijzondere en mooie gebouwen. De renaissance van de scholenbouw die in de jaren negentig van de twintigste eeuw is begonnen met scholen van architectenbureaus als Mecanoo (het Isala College in Silvolde, 1995), Atelier PRO (Haagse Hogeschool, 1996) en Meyer en van Schooten (Nicolaas Maesschool, Amsterdam, 1999), heeft zich in deze eeuw voortgezet.

De renaissance betreft alle schooltypen, van basisscholen via vmbo-scholen en gymnasia tot hoger en universitair onderwijs. Zo werd in Amsterdam net de Brede School Osdorp opgeleverd, naar een ontwerp van Liesbeth van der Pol, die niet alleen knalgroene gevels heeft gekregen, maar ook een voor Europa unieke houten draagconstructie. In Doetinchem wordt de laatste hand gelegd aan ’t Brewinck College, een ontwerp van Erick van Egeraat dat door een recensent in het maandblad van de Bond van Nederlandse Architecten al ‘architectuur van exceptionele kwaliteit’ is genoemd. In Rotterdam verscheen onlangs het door Neutelings Riedijk ontworpen nieuwe Scheepvaartcollege langs de Maas, een stoere sculptuur waarin scheepvaartopleidingen van laag tot hoog onderdak hebben gevonden.

scholenprijs

Architecte Marlies Rohmer, die zelf met haar scholencomplex in Wateringse Veld (2001) en basisschool Het Spectrum (2005) in de Haagse Schilderswijk bijdragen heeft geleverd aan de nieuwe Nederlandse scholenbouw, denkt dat de in 1992 ingestelde scholenbouwprijs een rol heeft gespeeld bij de bouw van opvallende schoolgebouwen. “De prijs heeft ervoor gezorgd dat opdrachtgevers zich bewust werden van het belang van goede architectuur”, zegt Rohmer in haar kantoor in Amsterdam. “Vroeger, dat wil zeggen voor de jaren negentig, was scholenbouw iets voor specialisten. Scholen uit die tijd zijn vaak ook niet veel meer dan gangen met lokalen eraan, uitzonderingen daargelaten.”

Een andere oorzaak van de bloei van de schoolarchitectuur is dat de financiering van scholenbouw is gedelegeerd naar gemeenten. “Vroeger werd die centraal gefinancierd door het ministerie van onderwijs”, zegt Rohmer. “Maar nu krijgen de gemeenten er geld voor. Daar is de kans op een bevlogen opdrachtgever die een bijzondere school wil realiseren, blijkbaar groter. De laatste jaren zie je ook steeds vaker dat scholen worden gebouwd door een pps, publiek-private samenwerking.”

Toch heeft Rohmer bij de onlangs opgeleverde basisschool Het Spectrum in de Haagse Schilderswijk “op de tafels moeten dansen om de opdracht te krijgen”, vertelt ze. “De nieuwe Europese regelgeving bepaalt dat je je moet inschrijven voor grote opdrachten van de overheid als je mee wilt doen. Daar zijn dan wel eisen aan verbonden. Een architectenbureau dat zich wil inschrijven, moet bijvoorbeeld een minimum omzet hebben en bovendien ervaring hebben met scholenbouw. Dit maakt het voor jonge, onervaren bureaus onmogelijk om in aanmerking te komen. Sterker nog, het maakt het ook voor mij moeilijk om een school voor voortgezet onderwijs te ontwerpen, want dat heb ik nog niet eerder gedaan.”

Dat er de laatste jaren zo veel architectonisch bijzondere scholen zijn verschenen, is in ieder geval niet te danken aan de budgetten voor scholenbouw, vindt Rohmer. “Die zijn heel laag. Met zo’n 850 tot 900 euro per vierkante meter is het ongeveer hetzelfde als het budget voor sociale woningbouw. Hierdoor moet je wel eens je toevlucht nemen tot minder duurzame materialen als chipwood.”

De bijzonderheid van de nieuwe Nederlandse scholen zit dan ook niet in luxe voorzieningen of dure materialen, maar in de vondsten van de ontwerpers. Zo kreeg Rohmers school in Wateringse Veld een grote aula annex theater met op het dak een basketbalveld dat voor de hele buurt toegankelijk is. “Het is een sporttoren, een geheel opklimbaar gebouw”, zegt Rohmer.

indeelbaar

Onderwijsvernieuwingen spelen niet zo’n belangrijke rol bij het ontwerpen van een school, aldus Rohmer. „Het onderwijs vernieuwt zich sneller dan het licht. Daar kun je alleen rekening mee houden door een generiek gebouw te maken dat veel veranderingen aan kan. Daarom kreeg Het Spectrum een kolommenstructuur die vrij indeelbaar is.”

Voor de specifieke vorm van Het Spectrum, genomineerd voor de Scholenbouwprijs 2006, speelde het gegeven dat de leerlingen van deze basisschool 32 nationaliteiten hebben, een veel belangrijkere rol. “Voor veel leerlingen uit bijvoorbeeld Marokko en Turkije zijn het gelijkheidsdenken en de vrijheid in het Nederlandse onderwijs een probleem”, legt Rohmer uit. “Thuis zijn ouders vaak streng. Hierdoor kan een allochtoon kind zich verloren voelen in bijvoorbeeld montessori-onderwijs. Daarom is het gebouw van Het Spectrum zo opgezet, dat het zowel ontmoetingen als toezicht goed mogelijk maakt. In het hart van het gebouw zijn niet alleen de ruimtes voor sport en spel, theater, mediatheek en de ouders ondergebracht, maar ook die voor leraren en de conciërge. Hier kunnen de leerlingen elkaar ontmoeten, maar zijn ze ook steeds in het zicht.”