Amerikaanse huizenmarkt koelt verder af

De huizenmarkt in de VS koelt verder af. In juli werden eenvijfde minder nieuwbouwhuizen verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. De stijging van de huizenprijs is met 0,9 procent de laagste in tien jaar.

Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Handel en de Amerikaanse makelaarsvereniging over juli. In drie van de vier Amerikaanse woningregio’s zijn de verkoopprijzen gedaald.

De Amerikaanse woningmarkt is van belang voor de Europese economieën, omdat het de bestedingen van Amerikaanse consumenten beïnvloedt. Deze groeiden de afgelopen jaren harder dan het inkomen. De lage rente stimuleerde de consumenten in de VS meer hypothecair te lenen met het in waarde gestegen huis als onderpand. Van de groeiende import van de VS, die het gevolg was van de toegenomen bestedingen, heeft Europa de afgelopen vijf jaar sterk geprofiteerd.

Bovendien heeft de Amerikaanse woningmarkt een sterke internationale voorbeeldfunctie. Volgens makelaarsvereniging NVM is de Nederlandse woningprijs in het tweede kwartaal met 4,7 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Gisteren maakte het ministerie van Handel bekend dat het aantal verkochte nieuwbouwwoningen vorige maand afgenomen is met 22 procent ten opzichte van vorig jaar. Als het huidige verkooptempo gelijk zou blijven, duurt het 6,5 maanden voordat alle woningen die nu te koop staan zijn verkocht. Vorig jaar was dat nog 4,2 maanden.

Eerder deze week kwam makelaarsorganisatie National Association of Realtors met de cijfers over juli. Landelijk gezien steeg de prijs van alle woningen vergeleken met dezelfde periode vorig jaar met 0,9 procent. Die toename is lager dan de inflatiegroei van 2,4 procent.

Woningeconomen delen de gevarieerde Amerikaanse huizenmarkt op in vier sectoren. De traditioneel sterkste huizenmarkten, aan beide kusten, lieten tegenvallende cijfers zien. In het westen, inclusief de gewilde oceaankust, daalde de woningprijs met 0,3 procent. Het aantal verkochte woningen nam af met bijna een vijfde. In het noordoosten met steden als New York, Boston en Washington, D.C., daalde de huizenprijs met 2,1 procent.

De prijsstijging in het zuiden van de VS hield mede door de vraag van Katrina-slachtoffers de landelijke huizenprijs nog positief. Wel nam de verkoop er af met 7 procent.