‘Als ge maar niets verandert hier’

Philips-dochter ETG is deze week verkocht aan de Brabantse industrieel Wim van der Leegte. Tot grote tevredenheid van het personeel, want Van Der Leegte heeft één heel belangrijke missie: de industriële productie in Nederland behouden. „Anders gaat dit land bankroet.”

„Hier is het toch?” Wim van der Leegte aarzelt even als hij voorrijdt bij Philips Enabling Technologies (ETG) in Eindhoven. De topman van industrieconglomeraat VDL Groep is al een paar jaar niet meer op bezoek geweest bij het bedrijf dat hij per 1 oktober zijn eigendom mag noemen. De naar buiten gestormde portier die zijn nieuwe baas de hand komt drukken, brengt zekerheid. Van der Leegte is, als columnist van het Eindhovens Dagblad en een van de grootste werkgevers in de regio, uitgegroeid tot een lokale beroemdheid.

„Best een beetje spannend, zo’n eerste kennismaking met het personeel”, had hij in de auto gezegd. Maar eenmaal binnen bij ETG wordt Van der Leegte onthaald als was hij de koningin. Links en rechts schudt hij handen van zijn toekomstige werknemers. Allemaal kennen ze hem van zijn columns en allemaal zijn ze opgelucht dat ETG niet in handen is gevallen van een investeringsmaatschappij, waar de toekomst onzeker zou zijn gebleven. „Als ge maar niks verandert aan de arbeidsvoorwaarden”, drukt een werknemer Van der Leegte op het hart. Boven zijn werktafel hangen twee columns van zijn nieuwe werkgever, waarin deze onder meer handhaving van de pensioenleeftijd bepleit.

ETG, dat complexe onderdelen maakt voor bijvoorbeeld elektronenmicroscopen en chipapparatuur voor technologiebedrijven als FEI en ASML, stond al zo’n tien jaar op het verlanglijstje van Van der Leegte. „Het is een schitterend technologiebedrijf met veel vakmensen. Maar tien jaar geleden was ETG nog zo groot als VDL nu. Sindsdien zijn wij flink gegroeid en zij stevig geslonken. Daardoor was de aankoop nu behapbaar. Bovendien was de overnamesom er in de tien jaar dat het bedrijf te koop stond er niet hoger op geworden.”

ETG is met 1.650 werknemers en een omzet van 231 miljoen euro (2005) de grootste overname in de veertigjarige carrière van de Brabantse industrieel, die deze week 59 is geworden. Zijn conglomeraat heeft in één klap 25 procent meer werknemers gekregen en de omzet stijgt met zo’n 20 procent door ETG. Bang voor de sterk conjunctuurgevoelige halfgeleidersmarkt – de reden dat Philips van het onderdeel af wilde – is Van der Leegte niet. „Dipjes worden wel opgevangen door de andere onderdelen van mijn bedrijf.” En als er eens wat minder werk zou zijn bij ETG, dan heeft hij in een andere fabriek wel werk voor zijn mensen. „Er reed bijvoorbeeld dagelijks een bus met werknemers van ons metaalbedrijf in Amersfoort, waar het rustig was, naar de bussenfabriek in Heerenveen, waar veel werk was.” VDL werkt bovendien met 15 procent uitzendkrachten.

De reden dat Van der Leegte zijn oog had laten vallen op ETG is dat het high-techbedrijf goed past bij VDL, vindt de topman. „Allebei doen we veel in de toelevering en veel met metaal.” Maar het was meer dan een zakelijke afweging. Net als VDL produceert ETG voornamelijk in Nederland en net als VDL is het een Brabants bedrijf. „Ik ben chauvinistisch”, zegt Van der Leegte, die tevens voorzitter van de Eindhovense Fabrikantenkring is. Hij wijst op het televisietoestel en de verlichting in zijn kamer. „Allemaal Philips. En we rijden alleen in West-Europese bedrijfsauto’s.”

Van der Leegte staat bekend als een groot voorvechter van de instandhouding van de industriële productie in Nederland. „Als familiebedrijf is onze binding met het personeel erg groot. Die relatie staat voorop. We zijn gehecht aan deze grond. Zolang ik hier winstgevend kan produceren, is het goed.” Hoe hij winstgevend kan produceren in Nederland? „Met gemotiveerd en flexibel personeel, veel automatisering en investeringen in techniek die de productie verder versnellen.” Niet dat Van der Leegte niet internationaal actief is. „Zeventig procent van de omzet halen we uit het buitenland. Gisteren nog hebben we honderdzestig onderstellen voor bussen verkocht aan Bashkortostan, een republiek in de Oeral. De president is hoogstpersoonlijk bij me op bezoek geweest.”

Zeker, Van der Leegte heeft wel eens uitgerekend hoeveel meer hij zou kunnen verdienen als hij zijn productie zou verplaatsen naar lage-lonenlanden. „Stel, ik verplaats de arbeid van 1.000 man die hier 30 miljoen aan loon per jaar kosten naar Roemenië, waar ik nog maar 5 miljoen kwijt ben. Dan verdien ik dus 25 miljoen meer per jaar. Nou, dat is ’t me echt niet waard.” Als je productie gaat verplaatsen, heb je twee problemen, analyseert Van der Leegte. „Je moet in een vreemd land iets opbouwen én je moet hier mensen ontslaan die geholpen hebben bij de opbouw van je bedrijf. Dat doe je gewoon niet!” En dan de taal. „Als ik productie zou verplaatsen, zou ik Pools, Tsjechisch, Roemeens en Chinees moeten leren.”

En als een grote klant goedkopere producten en dus verplaatsing van arbeid naar een goedkoper land eist? „Daar ga ik alleen mee akkoord als ik de werkgelegenheid hier in Nederland op hetzelfde peil kan houden. Dus als die klant veel meer van ons afneemt. Dat lukt niet altijd, nee. Op die manier zijn we Nedcar ooit kwijtgeraakt als klant, die gingen toen naar Tsjechië. Zoiets is niet leuk, maar we komen er wel overheen.” Nederland vergeet wel eens dat 25 procent van alle werkenden direct of indirect afhankelijk is van de industrie, vindt Van der Leegte. „Als we de productie hier weghalen, is het land bankroet.”