A.D. de Groot 2

In de bijdrage van Hans Ree (Zaterdags Bijvoegsel, 19 augustus) lezen we iets over de `schrik` van De Groot met betrekking tot de gevolgen van zijn toetsingsmethode. In het stuk van Pieter J. van Strien iets over een `geresigneerde teleurstelling` (W&O 19 augustus). Hoe dacht De Groot (en denkt de psychologenwereld) over de verantwoordelijkheid voor de aangerichte schade in het leergedrag? Wordt die afgewenteld op de gebruikers van de methode? Het was toch sociaal voorspelbaar geweest dat toetsingen, waarvan de gevolgen voor de getoetste ingrijpend kunnen zijn (zie als illustratie de bijdrage van Ton Vriens in dezelfde bijlage) tot adaptief leergedrag zullen leiden? Of moeten we De Groot in het kader van maatschappelijke voorspelbaarheden in het gedrag als een `onnozele hals` beschouwen? Vermindert dat zijn verantwoordelijkheid? Ik vraag maar.