A.D. de Groot 1

In het artikel over de onlangs overleden hoogleraar psychologie A.D. de Groot blijft een belangrijk aspect van de Groot onbelicht: zijn betekenis als docent (`Voorspellen is weten`, W&O 19 augustus). De Groot was een ideale docent. Hij verstond de kunst om wat hij te vertellen had zo te brengen dat zijn studenten de indruk hadden dat hij het allemaal net de avond tevoren bedacht had en tijdens de colleges nog verder aan het uitdenken was. Dat gaf aan zijn colleges een ongewone frisheid en gaf je ook het idee dat je hier als student nog veel over te berde zou kunnen brengen. Zijn open houding moedigde aan tot kritiek, meer dan in andere colleges gebeurde. De Groot stimuleerde deze houding ook nog verder door ons prikkelende stellingen voor te leggen en ons dan op te roepen: Niet mee eens?: Verzin maar een tegenvoorbeeld. Zo deed hij ook met zijn beroemde stelling: als je niets kunt voorspellen dan weet je niets. Pas vele jaren later schoot mij een tegenvoorbeeld voor deze stelling in gedachten, zo lang werkte de Groot`s uitdaging door.

Die houding had ook wel nadelen. Zo werd er een keer door een student zeer doeltreffend kritiek geleverd op een van zijn psychometrische formules. Toen kwam echter een tweede goede eigenschap van de Groot naar voren : zijn volstrekte integriteit. Na eerst nog een poging te hebben gedaan de kritiek te pareren, gaf hij onomwonden toe: `Ja, u geeft eigenlijk vrij goed de flaw in de hele redenering aan`. De Groot`s bijna collegiale houding tegenover studenten bleek ook tijdens een mondeling tentamen dat ik deed bij hem thuis, in zijn studeervertrek, des ochtends om negen uur. Ik had een bundel van zijn artikelen moeten lezen en al trekkend aan een sigaar die hij mij aangeboden had, gaf ik de onbekommerde kritiek op zijn werk die hij zo zeer op prijs stelde. Ik slaagde er echter niet in om ook eens een belangrijke flaw in een van zijn redeneringen aan te geven. Die zaten natuurlijk bijna zonder uitzondering zeer goed in elkaar.