Zuivere schoonheid in opera l’Ipermestra

Voorstelling: l’Ipermestra van Francesco Cavalli door La Sfera Armoniosa o.l.v. Mike Fentross. Libretto: Giovanni Andrea Moniglia; regie: Wim Trompert; Gezien: 24/8 Stadsschouwburg, Utrecht. Herh.: 26/8 en 28/8. Inl.: www.oudemuziek.nl.

Geen feest zonder muziek, ook niet in de zeventiende eeuw. Toen in Spanje in 1658 een troonopvolger werd geboren (de later als kleuter gestorven infante Felipe Próspero), was dat in Florence aanleiding voor een grootse operaproductie. Onder meer driehonderd kostuums, dertig theatermachines en vijftig ruiters kwamen er aan te pas om l’Ipermestra, een opera van componist Francesco Cavalli (1602-1676) en librettist Giovanni Andrea Moniglia (1624-1700) uit te voeren.

Wat een contrast met de uitvoering van hetzelfde werk, waarschijnlijk voor het eerst sinds ongeveer 1680, waarmee gisteren in aanwezigheid van koningin Beatrix het Festival Oude Muziek begon. Ook nu is er een feestelijke aanleiding om extra uit te pakken, want het is de vijfentwintigste editie van het festival. Niettemin is het resultaat sober en gestileerd. De oude Florentijnen zouden hun toeters en bellen misschien hebben gemist, maar voor de hedendaagse oude muziek-liefhebber biedt deze voorstelling schoonheid in haar zuiverste gedaante.

De opera vertelt het aangrijpende verhaal van prinses Ipermestra, die van haar vader, koning Danao, haar geliefde Linceo moet vermoorden omdat een orakel heeft voorspeld dat de minnaar van zijn dochter zijn ondergang zou brengen. De loyaliteitsconflicten van beide geliefden worden op typisch operateske wijze versterkt door intrige, list en bedrog. Zoals het hoort op een feestje, is er toch een happy end.

De muziek van Cavalli heeft iets weelderigs; vaak van de hak op de tak springend, met soms ineens een aria of een klein, haast onnadrukkelijk duet dat de tijd even stil lijkt te zetten. Er klinken veel echo’s van de muziek van operapionier Claudio Monteverdi (1567-1643), onder wie Cavalli nog als koorknaap zong in de Venetiaanse San Marco.

In de grote continuobezetting die dirigent Fentross koos, worden de contrasten tussen de personages extra dik aangezet: een zwaar orgel en laag koper bij de norse koning Danao, lichte harpen en strijkers bij Ipermestra. Fentross, onzichtbaar in de orkestbak, houdt de vaart goed in de voorstelling.

De strakke belichting, de kleurrijke maar eenvoudige kostuums en het sobere decor van rechthoekige blokken zijn in perfecte harmonie. Het toneelbeeld houdt drie aktes lang een ongenaakbare, aristocratische schoonheid. De regie van Wim Trompert draagt ook bij aan een sterke concentratie, bijvoorbeeld door inactieve personages in gefixeerde poses naar de actie te laten kijken.

De cast is uitstekend samengesteld. Elena Monti is een heldere, soms wat breekbare Ipermestra. Ze wordt geflankeerd door Emanuela Galli (met haar masculiene uitstraling geknipt voor de rol van Linceo) en Gaële Le Roi (Elisa), die met elkaar wedijveren in warmte en lyriek, en ook Monti daarin niet zelden overtreffen. De bas Sergio Foreste is een duistere, monumentale koning Danao. Tenor Marcel Beekman mag zich uitleven in de bewust detonerende travestierol van Berenice. Je kunt van zijn narrenfunctie houden of niet, hij is in elk geval voortreffelijk getypecast.