Wat te doen als UNIFIL op Israël stuit?

In Zuid-Libanon zal UNIFIL straks mogelijk ook moeten optreden tegen het Israëlische leger. Dat is voor deelnemende Europese landen een probleem.

Sinds half augustus hebben Israëlische kanonnen weliswaar gezwegen, maar hebben commando’s in de Beka’avallei bij de Libanees-Syrische grens wel tientallen acties uitgevoerd. Naar de letter van VN-resolutie 1701 zijn dat verboden, want offensieve operaties, maar volgens de Israëlische regering zijn deze acties gerechtvaardigd. En zullen ze ook worden voortgezet.

Zolang het Libanese leger, eventueel gesteund door een over enkele maanden uitgebreide internationale troepenmacht niets onderneemt om de herbewapening van het fundamentalistisch-shi’itische Hezbollah te verhinderen, behoudt Israël zich het recht voor om tot actie over te gaan. Eerst zien of de internationale diplomatie woorden omzet in daden die de veiligheid van Israël garanderen, is de stemming in Jeruzalem.

Als in de komende tijd UNIFIL (United Nations Interim Forces in Lebanon) wordt versterkt, zal het Israëlische leger zich volledig terug moeten trekken uit Libanon. Maar premier Olmert, minister van Defensie Peretz en chef staf Halutz – allen in de opiniepeilingen in vrije val – hebben overduidelijk gemaakt dat nieuwe katjoesjabeschietingen beantwoord zullen worden als het Libanese leger en UNIFIL niet onmiddellijk tegen Hezbollah in actie komen.

Als het internationale wapenembargo tegen Hezbollah niet wordt nageleefd en de bevoorrading via Syrië niet wordt aangepakt door de Libanese regering, die daartoe de hulp kan inroepen van UNIFIL, zal Israël zelf in actie komen. Olmert en Peretz bevinden zich niet in de politieke positie om ook maar één overtreding te ongestraft te laten passeren.

Acties, zoals die van vorige week toen een undercovereenheid tegen een Hezbollahpatrouille opliep, die in Israël worden gezien als defensief, worden door Libanon (en Hezbollah) beschouwd als een schending van het bestand. Mocht Israël na de stationering van het Libanese leger en een versterkt UNIFIL opnieuw dergelijke „verkenningstochten” (chef-staf Halutz) uitvoeren, rijst de vraag of Libanon en UNIFIL met militaire middelen kunnen of mogen optreden tegen Israëlische eenheden.

Of anders gezegd: er kunnen in de mist van een gespannen toestand situaties ontstaan, waarin het Libanese leger en het assisterende UNIFIL zouden moeten optreden tegen het Israëlische leger. De VN-resolutie zelf biedt wegens het algemene, politieke karakter geen uitsluitsel over de vraag hoe UNIFIL moet handelen, de geweldsinstructies, voor zover bekend, al evenmin.

Voor Duitsland is de vrees dat UNIFIL-eenheden tegenover Israëlische troepen komen te staan reden om zeer terughoudend te zijn. Om historische redenen en de innige banden wilde de regering Olmert juist wél dat Duitsland zou meedoen aan UNIFIL. Wat voor Duitsland een bezwaar is, is ook een probleem voor Frankrijk en de andere Europese landen, waarmee Israël nauwe vriendschaps- en politieke banden onderhoudt.

Dat Israël ook zelf er niet gerust op is dat UNIFIL zich uitsluitend richt op de uitvoering van de VN-resolutie en de beveiliging van Israël blijkt ook uit het verzet van Jeruzalem tegen soldaten uit Indonesië en Maleisië, landen die de joodse staat niet erkennen.

Het is duidelijk in Israël dat als UNIFIL niet op korte termijn met een geloofwaardige troepenmacht Hezbollah op afstand en klein houdt het leger opnieuw gemobiliseerd zal worden. En dan komt UNIFIL net als in 1982, 1996 en deze zomer ernstig in de knel.