Vredesmacht kan Libanon niet redden

‘Zeer breekbaar” en „gevaarlijk” noemt de Franse bevelhebber van UNIFIL, de internationale vredesmacht in Libanon, de toestand in het zuiden van het land. Een Israëlische woordvoerder spreekt van „explosief”. Premier Prodi die deze week voor Italië een leiderschapsrol zag weggelegd, noemt het „urgent” dat een antwoord op de vraag ‘hoe nu verder’ spoedig wordt gegeven. Waarom verloopt de uitvoering van VN-bestandsresolutie 1701 dan zo traag als toch de direct betrokkenen haast willen maken?

Een woordvoerster van de Franse regering greep ter verklaring van het algemene immobilisme terug naar de geschiedenis. „In het verleden toen vredesmissies niet behoorlijk werden omschreven, hebben we grote fouten gezien. Nu zoeken we maximale helderheid. We willen vroegere fouten niet herhalen. Daar zijn de slechte herinneringen aan Bosnië. Ditmaal willen we de antwoorden vooraf, zodat we niet pas op de problemen stuiten wanneer zij zich voordoen.”

Er is natuurlijk alles voor om de geschiedenisles niet over te slaan. Maar lessen kunnen ook tot verkeerde vooronderstellingen leiden en op een dwaalspoor voeren. Zijn er bijvoorbeeld overeenkomsten tussen de toestand in Bosnië in de jaren negentig en Libanon nu of zijn juist de verschillen van belang?

De Franse regering ziet het gevaar van een overeenkomst – dat de vredesmissie niet ‘robuust’ genoeg zal zijn en dat de internationale troepenmacht niet voldoende mandaat zal krijgen om partijen zonodig vrede op te leggen. Aanvankelijk wenste zij slechts tweehonderd man extra beschikbaar te stellen. Na felle kritiek van VN-zijde beloofde president Chirac gisteren in totaal het tienvoudige. Vandaag moest blijken of de Franse toezegging navolging krijgt.

Is Bosnië overigens wel het goede voorbeeld? In deze voormalige Joegoslavische republiek woedde een burgeroorlog. Bosnië was in zekere zin een projectie van Joegoslavië. De drie belangrijkste Joegoslavische minderheden – Serviërs, Kroaten en Bosniaken (slavische moslims) – waren in het overgangsgebied Bosnië woonachtig. Etnische zuivering werd over en weer bedreven om zoveel mogelijk territoir voor de eigen entiteit te bemachtigen. De moslims waren in die drievoudige confrontatie de zwakste partij.

Libanon heeft ‘zijn’ burgeroorlog al gehad, in de jaren tachtig. Daarbij ging het tussen de verschillende minderheden niet in de eerste plaats om uitbreiding van grondgebied maar om verandering in de verdeling van de macht binnen de staat.

De historische formele verdeling van de macht – een christen als president, een soenni-moslim als premier en een shi’iet als voorzitter van het parlement – begaf het toen onder de druk van de shi’itsche emancipatiebeweging die als Hezbollah naam zou maken.

Met instemming van de internationale gemeenschap greep buurland Syrië in en herstelde de machtsbalans, maar het gaf vervolgens in de shi’itische contreien Hezbollah ruimte en middelen om zich verder te ontwikkelen. Zo werd de beweging de enige geloofwaardige zorgverlener voor de shi’ieten en de succesvolle guerrilla-eenheid die Israël uiteindelijk dwong zijn bufferzone in Zuid-Libanon te ontruimen.

Er liggen nu enkele VN-resoluties voor die in ontwapening van Hezbollah voorzien. Een van de oorlogsdoelen van Israël tijdens de jongste militaire confrontatie was precies het ontwapenen van de Hezbollah-strijders. Dat doel is ondanks de zware schade die Israël in Libanon heeft aangericht en het waarschijnlijk grote aantal strijders dat is gesneuveld in de verste verte niet bereikt.

Tot het moment waarop het bestand van kracht werd, regende het raketten op Israël. En wie nog mocht twijfelen is inmiddels nauwkeurig over de uitkomsten van de augustus-oorlog geïnformeerd door teruggekeerde Israëlische soldaten. Zij maken er geen geheim van dat hun missie is mislukt en dat zij een tegenstander hebben ontmoet zoals het Israëlische leger in al zijn oorlogen niet eerder is tegengekomen.

Zo bezien zullen ‘Bosnische lessen’ niet toereikend zijn om de toestand in Libanon te klaren. In Bosnië greep de internationale gemeenschap daadwerkelijk in toen de oorlogspartijen elkaar hadden uitgeput en met enige dankbaarheid de in het Amerikaanse Dayton opgelegde voorwaarden slikten.

In Libanon heeft het Israëlische leger zich weliswaar verslikt, maar dat betekent niet dat Israël, nog altijd gesteund door Amerika, tot inschikkelijkheid bereid is. Aan de andere kant mag de Arabisch-islamitische wereld met Hezbollah voor het eerst een macht in de armen sluiten die Israël partij heeft gegeven.

Het is naïef te veronderstellen dat met een nieuwe internationale vredesmacht en met een nieuw, zeg ‘robuust’ mandaat voor die vredesmacht de problemen zullen verdwijnen. Er is wel gezegd dat Hezbollah niet langer een staat in de staat mag zijn. In aanmerking genomen de volkenrechtelijke formules volgens welke interstatelijke verhoudingen worden geregisseerd, is dit een legitieme wens. Maar er is ook gezegd: Hezbollah is een staat in een niet-staat. En dat komt dichter bij de werkelijkheid.

Libanon is altijd speelbal geweest van externe machten, Europese en naburige. Nu is er een autochtone macht, Hezbollah. Dat gegeven zullen de internationale probleemoplossers tot zich moeten laten doordringen willen zij kans op succes maken.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.