Video is nu een medium als elk ander

Peter Bogers (1956), videokunstenaar van het eerste uur, laat in Montevideo een keuze uit zijn oeuvre zien op de tentoonstelling The Unified Field. Het menselijk lichaam en de menselijke geest zijn Bogers’ voornaamste inspiratiebronnen. „Met verbazing kijk ik naar ons gedrag.”

Wat ga je laten zien?

„Het wordt een mix van oud en nieuw werk, vanaf mijn beginjaren in de jaren tachtig tot nu. Een deel van mijn huidige werk grijpt terug op vroeger, zoals mijn nieuwe video Brainfield, waarin je mijn handen voor de camera ziet, terwijl ze door de verf bewegen. Iets soortgelijks deed ik ook vijfentwintig jaar geleden, ik schilderde met mijn vingers voor de camera, of bewerkte klei met mijn handen.”

Acht jaar geleden toonde je in Montevideo een werk waarin je de verheerlijking van geweld in films aan de kaak stelde. Sindsdien lijkt het geweld op televisie en in games alleen maar toegenomen. Is dit nog steeds een thema in je werk?

„Geweld is niet echt mijn thema, dat is meer ‘de mens’. Die installatie, Rituals, kwam vooral voort uit mijn verbazing over de enorme industrie die zich richt op het produceren van fake geweld. Geweld is zo diep menselijk, zo algemeen aanwezig, ik heb niet de pretentie daarover een oordeel te vellen. De scheiding tussen het intellectuele en het beest in onszelf intrigeert me. We proberen grip te krijgen op onze oerinstincten, door te denken en te reflecteren. Dat is een moeizaam proces. ”

Waarom heb je destijds gekozen voor video?

„Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zat ik op de St. Joost academie, en deed aan beeldhouwen en performances. Er was een alternatieve scene van kunstenaars, die performances deden en dat vastlegden op video, zoals Harry de Kroon en Moniek Toebosch. Het was de tijd van de eerste videocamera’s: voor iedereen toegankelijk en je had direct feedback als je de camera op jezelf richtte. Je zag meteen wat je gefilmd had.”

Je begon als performancekunstenaar, zie je dat nog terug in je werk?

„Ik deed performances, maar voelde me niet zo thuis bij de directe confrontatie met het publiek. Ik ben het medium video gaan gebruiken als een intermediair tussen mezelf en het publiek. Zo ging het meer de kant van de videokunst op, maar de onderliggende basis is nog steeds de performancekunst.”

Wat zou je nooit meer maken, met de kennis en ervaring die je nu hebt?

„Zeg nooit nooit. Ik grijp nu juist terug op ouder werk, ik heb behoefte aan eenvoud. Destijds legde de techniek beperkingen op. Daar wil ik weer gebruik van maken. De laatste jaren is mijn werk enorm geconstrueerd. Alles is onderdeel van een door mij gemaakte machine. Nu is er bij mij de behoefte om weer simpele beelden te maken. Ik geloof wel in esthetiek als poort tot de inhoud van een werk. Ik houd van kleurencombinaties, de beeldopbouw is belangrijk en ook in geluid zit esthetiek.”

In de kwarteeuw dat je bezig bent met video heeft de techniek een enorme vlucht genomen. Wat voor invloed heeft dat op je werk gehad?

„Video is tegenwoordig ouderwets. Dat is goed, nu is video een medium als elk ander. Het gaat niet meer om de vorm, zoals je dat nu wel ziet bij interactieve kunst van nu. In het slechtste geval is het begin van zo’n werk een technische fascinatie, de inhoud wordt er later bij verzonnen. Dat is het gevaar van de frontlinie: dat aan zo’n werk op een geforceerde manier betekenis wordt gegeven.”

Peter Bogers, The Unified Field. 26 aug t/m 7 okt in Montevideo, Keizersgracht 264, Amsterdam. Inl: www.montevideo.nl. De tentoonstelling reist daarna door naar Stuttgart.