THRILLERS

Bij Kevin Guilfoile moordt men niet voor niets

Kevin Guilfoile wordt geafficheerd als de nieuwe Michael Crichton, maar dat doet deze debuterende thrillerauteur onvoldoende recht. Met Des duivels schreef hij een gave roman over identiteit, verlies en perceptie, vermomd als futuristische medische thriller. Guilfoile’s karakters zijn niet alleen veel complexer dan die in een gemiddelde thriller (inclusief die van Crichton), het verhaal gaat ook werkelijk over hen. Het moorden staat in dienst van de hoofdpersonen in plaats van andersom en dat is opmerkelijk.

Het fundament van Des duivels is bedrieglijk flauw. In de zeer nabije toekomst is het klonen van overleden donoren een legale manier om onvruchtbare of erfelijk belaste koppels aan kinderen te helpen. Nadat de zeventienjarige dochter van kloonexpert Davis Moore is verkracht en vermoord, komt hij in het bezit van het sperma van de dader, die nooit is gevonden. Uit verdriet geboren waanzin doet hem besluiten een kind van de moordenaar te verwekken bij een van zijn patiënten; het resultaat is de kleine Justin. Hij mag zich na zijn geboorte verheugen in de ongezonde belangstelling van Moore, die langzaam een evenbeeld ziet groeien dat zwijgend naar de dader wijst.

Gekweld door schuldgevoel laat Moore hem uiteindelijk met rust, maar dan is het al te laat. Justins ouders maken zich zorgen over het onrustbarende gedrag van hun kind. Op zoek naar zijn aard jagen ze achter de geschiedenis van zijn donor aan. Dit geroer in het verleden, aangewakkerd door moedwil en misverstand, leidt tot een maalstroom van gebeurtenissen die alle betrokkenen hulpeloos meevoert.

Guilfoile beschrijft die machteloze levens, met onderbrekingen, over een tijdspanne van zeventien jaar. Het futuristische aspect van Des duivels verwordt nooit tot technologisch gekwek, zelfs niet als Schaduwwereld wordt geïntroduceerd, een online computersimulatie van de werkelijkheid waarin de halve mensheid zichzelf in de vorm van virtuele klonen uitleeft. Als Justin door dit spel uiteindelijk de waarheid en het doel van zijn bestaan meent te ontdekken, sleurt hij zichzelf en zijn vaderfiguur Moore mee naar nieuwe diepten: „Dokter Moore, ik heb een hoop filosofen bestudeerd. [...] Stuk voor stuk zijn ze bezig met de vraag: Waarom ben ik op aarde? Hebt u enig idee wat het betekent als het antwoord voor het grijpen ligt?”

Bij het inktzwarte eind van Des duivels overheerst een diep gevoel van moedeloosheid over het vruchteloos gestakker van de mens, maar je hebt wel witte knokkels van de spanning.

Kevin Guilfoile: Des duivels. Vertaald door Peter van Dijk. Van Holkema & Warendorf, 408 blz. € 17,95

Wordsworth en een veenlijk bij Val McDermid

Op de eerste pagina’s van de nieuwe thriller van Val McDermid slaat de lezer de schrik om het hart – en niet omdat het boek zo spannend is. De Britse thrillerveterane lijkt in de Da Vinci valkuil te zijn getrapt. In Zeemansgraf maakt een stel literatuurwetenschappers jacht op een verdwenen manuscript van William Wordsworth waarin deze het werkelijke verhaal over de muiterij op de Bounty onthult. Zij stuiten op een eeuwenoude en dodelijke samenzwering die doet vrezen voor het zoveelste Dan Brown-aftreksel, maar McDermid blijkt zich, als de eerste doden vallen, toch op solide eigen terrein te bevinden.

Zeemansgraf speelt in het Lake District, waar bij toeval het veenlijk van een zeeman opduikt. Universitair docente Jane Gresham is onmiddellijk geïnteresseerd. Ze is gespecialiseerd in Wordsworth, dichter des vaderlands van 1843-1850, en net als Jane afkomstig uit het Lake District. Zij kent de – overigens werkelijk bestaande – geruchten dat Fletcher Christian, in 1789 leider van de Bounty-muiters, ooit in het diepste geheim is teruggekeerd naar het gebied. Ze hoopt vurig dat Christian het veenlijk is. Jane gaat verder: ze vermoedt dat Christian, na het akkefietje op de Bounty uitgeroepen tot staatsvijand nummer één, indertijd zijn oud-klasgenoot William Wordsworth heeft opgezocht om hem de ware toedracht van de muiterij te vertellen. Bijgestaan door een collega gaat Jane op zoek naar het veronderstelde gedicht dat Wordsworth aan het verhaal wijdde, achtervolgd door haar ex en een Londens buurmeisje dat op de vlucht is voor de politie.

McDermid heeft met haar reeks thrillers over forensisch psycholoog Tony Hill bewezen dat ze solide plots in elkaar kan vlechten en ook Zeemansgraf voldoet uitstekend. De wendingen zijn verassend, maar de ietwat suffe Jane en haar eendimensionale ex-vriend Jake leggen het als karakters ruimschoots af tegen het buurmeisje Tenille, een poëziefan van vijftien. Tijdens haar nachtelijke fietstochten door het Lake District, op zoek naar aanwijzingen voor Jane, komt Zeemansgraf tot leven. Op deze strooptochten wordt Tenille’s stadse psyche diep geraakt door de verlaten landschappen. De invloed van de weidse natuur is temidden van de oplopende spanning een ontroerend terzijde – je houdt je hart vast voor Tenille. Het is bovendien een typisch Wordsworth-thema.

Val McDermid: Zeemansgraf. Vertaald door Annemieke Oltheten. Sijthoff, 432 blz. € 18,95

Karin Slaughters samenzwering van lotgenoten

Karin Slaughter doet haar naam eer aan. In haar boeken over kinderarts Sara Linton die ze tot dusver schreef, spatte bloed en geweld de lezer in het gelaat. Je moet ervan houden, en in Nederland doen velen dat. Haar nieuwe drieluik-in-een-band over beschadigde kinderen is in vergelijking nogal tam. In Triptiek jagen een onbehouwen detective, zijn ingetogen collega en een vijfendertigjarige pederast die net twintig jaar in het cachot heeft gezeten, ieder op eigen wijze op een kindermoordenaar die zijn slachtoffertjes de tong afbijt. De hoofdkarakters hebben een vreselijke geschiedenis vol misbruik en geweld gemeen, die Slaughter breed – en saai – uitmeet. Alleen John Shelley, de kinderverkrachter, krijgt prachtig vorm als een tabula rasa die sinds zijn vijftiende niets buiten de gevangenismuren heeft meegemaakt. Daardoor wordt hij de meest sympathieke figuur, voorwaar een prestatie. Het verhaal van Triptiek leent zich, wegens enige virtuoos geserveerde dubbele bodems, niet voor navertellen maar raakt op tweederde van het boek verzeild in teleurstellend conventioneel vaarwater. Wat beklijft zijn John en typische Slaughter uitspraken als: ‘De smaak van zijn eigen stront en het geil van andere mannen kleefden nog als stroop achter in zijn keel.’ Voor de liefhebber.

Karin Slaughter: Triptiek. Vertaald door Ineke Lenting. Cargo, 456 blz. € 19,90

Verder verschenen

Met de IJsprinses (Anthos, € 19,95) levert debutante Camilla Läckberg een prettige combinatie van keukenmeidenroman en moordmysterie af. De prille liefde tussen schrijfster Erica Falck en agent Patrick Hedström en de verstikkende sociale controle in een Zweeds dorpje krijgen evenveel aandacht als de moord op een dorpsgenote. Pretentieloos en sympathiek, met veel couleur locale.

In Slaap Zacht (The House of Books, € 16,90) maakt Lisa Jackson aanschouwelijk hoe het is om levend begraven te worden in een reeds bezette lijkkist. Het is onprettig voor de slachtoffers en ook voor smeris Pierce Reed, wier bedgenote dit lot ten deel valt. Gelukkig valt de lastige maar moedige journaliste Nikki Gilette, die net als Reed achter de seriemoordenaar aanzit, als een blok voor hem.