‘Te ondoorzichtig voor toezicht’

Voor particuliere recherchebureaus geldt nu ruim twee jaar een gedragscode. Justitie gaat, eerder dan gepland, toetsen of die wel voldoende wordt nageleefd.

Als bedrijven vragen om de gangen van hun personeel na te gaan, is er volgens de Rotterdamse bedrijfsrechercheur Raymond Dörr „vrijwel altijd wat aan de hand”. Bijklussen tijdens ziekteverlof, schending van een concurrentiebeding, het bezoeken van pornosites op de pc van de baas of diefstal uit de kassa.

In september wil het ministerie van Justitie – eerder dan aanvankelijk de bedoeling was – gaan kijken of de ongeveer 300 particuliere recherchebureaus in Nederland zich houden aan de gedragscode die in juni 2004 is ingesteld. In maart moet duidelijk zijn of particuliere recherchebureaus genoeg letten op belangen als privacy en bescherming van persoonsgegevens, maar ook of er voldoende toezicht gehouden wordt op de particuliere recherche zelf.

Particuliere recherche is volgens het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) een sterk groeiende sector. Behalve de 300 vergunninghouders, vermoedt de Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties (VPB) dat er een grote groep rechercheurs zonder vergunning werkzaam is. Vaak zijn dit voormalige agenten, marechaussees of militairen. „Er zijn veel kleine, ongeorganiseerde recherchebureautjes die zich niet aan de gedragscode houden”, zegt VPB-secretaris Carlo Cahn. „Iedereen kan wel een bordje op de muur spijkeren.”

Het toezicht op de recherchebureaus moet volgens de VPB verbeterd worden. Cahn: „Controle over de bureaus is nu verdeeld over het ministerie van Justitie en het CBP, maar wie nou precies het toezicht houdt? Ik weet het eigenlijk niet. Bedrijfsrecherche is een moeilijke branche om op toe te zien. Het werk is per definitie aan het zicht onttrokken.”

Het CBP presenteerde in mei het eerste rapport over de naleving van de gedragscode door recherchebureaus. „Er bleek nog heel wat aan te schorten”, zegt Cahn. Uit het onderzoek bleek onder meer dat vermoedelijke fraudeurs die dagenlang door bedrijfsrechercheurs geobserveerd en achtervolgd zijn, daar na afloop slecht over worden geïnformeerd, terwijl dat wel moet. Volgens Raymond Dörr brengt deze informatieplicht veel risico’s met zich mee. „Je kunt je voorstellen dat iemand die zo’n bericht krijgt paranoïde wordt.”

Een onderzoek naar werknemers door een bedrijfsrechercheur – die gemiddeld tussen de 80 en 160 euro per uur kost – duurt meestal vier tot zes dagen. „Het gaat erom dat wij patronen ontdekken in het frauduleuze gedrag van werknemers”, zegt Dörr.

Achtervolgingen worden ingezet om uit te zoeken waar een werknemer die zich ziek heeft gemeld tijdens zijn verlof naartoe rijdt. Blijkt hij bij een andere baas bij te verdienen, dan maakt de rechercheur daar foto’s van. „Wij rijden altijd met twee auto’s naar de woonomgeving van de onderzochte. Zodra hij zijn huis verlaat en in de auto stapt, volgen we hem.”

Dörr werkt niet met pruiken of zonnebrillen om zich te vermommen. „Ik heb een kale kop en ben daardoor vrij opvallend. Maar toch weet ik me heel onzichtbaar te maken.” Tijdens achtervolgingen wisselen de auto’s van bedrijfsrechercheurs elkaar af om niet op te vallen. Om de beurt rijden ze achter de onderzochte aan. „Zodra we het gevoel krijgen dat hij ons door heeft, haken we af.”

Volgens de privacygedragscode van de VPB moeten de bureaus zorgvuldig omgaan met persoonlijke gegevens, en proportioneel handelen. „Als een observatierapport al duidelijk maakt dat iemand fraudeert, maken we geen foto’s”, zegt Dörr.

Particuliere recherchebureaus zijn onderworpen aan soepeler regels dan de recherche van het openbaar ministerie. „De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan waaruit voortvloeit dat de rapportage van een recherchebureau dat niet onder de juiste omstandigheden tot stand is gekomen vaak toch als bewijs gebruikt mag worden”, zegt arbeidsrechtadvocaat Floris van de Bult van Allen & Overy. Dit advocatenkantoor werkt met name voor werkgevers die regelmatig gebruik maken van bedrijfsrecherchebureaus in ontslagprocedures. „Het gaat erom dat het belang van de rapportage voor de zaak groot genoeg is. In het strafrecht zou zoiets onmogelijk zijn. Het rapport zou aangemerkt kunnen worden als onrechtmatig verkregen bewijs.”

Het verwijt van veel werknemers is dat de bedrijfsrecherche geen objectief onderzoek doet. Vaak wil een bedrijf van een werknemer af. De rechercheur moet dan informatie verzamelen waarmee de werkgever iemand kan ontslaan. „Je werkt als bedrijfsrechercheur natuurlijk toch in opdracht. De klant bepaalt naar wie je onderzoek doet en wat je onderzoekt”, geeft Carlo Cahn van de VPB toe.

Volgens arbeidsrechtadvocaat Van de Bult nemen bedrijfsrecherchebureaus de gedragscode heel serieus. Dörr beaamt dit. „Overtreden we de regels, dan kan het ministerie van Justitie onze vergunning afnemen.” Justitie kan ook een boete opleggen tot 12.500 euro.

Maar bij de VPB is niet bekend in welke mate tegen vergunningloze rechercheurs wordt opgetreden. En of het ministerie van Justitie al wel eens een vergunning heeft ingetrokken van een recherchebureau? Cahn: „Ik zou het niet weten. Dat wordt niet openbaar gemaakt.”