Rintje Draaimolen

‘Ik heb van oma geld gekregen om naar de kermis te gaan!’ zegt Rintje. ‘Gaan jullie mee? Ik ben superrijk en we kunnen overal in. In de zweefmolen en de achtbaan en het spookhuis en we gaan ook allemaal snoep kopen.’

‘Lieve oma heb je’, zeggen Henriette en Tobias.

Op de kermis is het heel druk. Bij allerlei tenten staan lange rijen te wachten tot ze ergens in kunnen.

‘Als we overal in willen gaat het nog wel een tijdje duren’, zegt Henriette. ‘Kom, we gaan eerst een prijs winnen’, zegt Rintje. ‘Met de grijpmachine.’

‘Wat is dat?’ vraagt Tobias.

‘Kijk’, zegt Rintje, ‘hier moet je een munt ingooien, daarna kan je de grijparm heen en weer laten bewegen en laten zakken. Precies boven iets wat je wil hebben.’

‘Mag ik eerst?’ vraagt Henriette. ‘Ik ga die gouden ketting pakken!’ Henriette probeert de grijparm over de ketting te laten zakken. Maar net als ze hem bijna heeft houdt de grijparm op met bewegen. Ze was te langzaam.

‘Nog een keer’, zegt ze.

‘Nee, nu mag Tobias’, zegt Rintje. Maar ook Tobias lukt het niet om iets te pakken. Ze gaan vlug naar de snoepkraam, en daar kopen ze lekker drie grote speklolly’s.

‘Mmmmm’, zegt Henriette als de lolly op is. ‘Nu nog een suikerspin.’ Ze nemen alledrie een suikerspin, en dan lopen ze naar de draaimolen. ‘Ik wil wel honderd rondjes’, roept Tobias.

‘Laat eens kijken hoeveel centjes je hebt’, zegt de draaimolenbaas. ‘Hij is heel erg rijk’, zegt Henriette. ‘We kunnen oneindig rondjes draaien.’

‘Nou, nou’, zegt de baas. ‘Jullie kunnen ieder een rondje, maar dan is het geld op.’

‘Hoe kan dat nou?’ zegt Tobias. ‘We konden toch overal in?’

‘Niet zeuren’, zegt Henriette.

Ze springt in de roze prinsessenkoets. En Tobias in de brandweerauto. Rintje stapt op de motorfiets.

De molen begint te draaien. Eerst langzaam, maar dan steeds sneller.

‘Net alsof ik een brandje ga blussen’, schreeuwt Tobias. ‘Piewieuhhwie! Piewieuhhwie!’

Na heel veel rondjes horen ze de bel gaan. De draaimolenbaas drukt op een knop om de draaimolen te stoppen.

Maar de draaimolen stopt niet, hij gaat steeds harder draaien. Harder en harder.

Zo hard dat Rintje, Henriette en Tobias de honden aan de kant niet meer kunnen zien. Opeens klinkt er een harde knal. Er komt rook uit de motor van de draaimolen.

Met een schok staan ze stil, en Rintje valt van zijn motorfiets. ‘Sorry, jon gens!’ zegt de draaimolenbaas.’De motor is dolgedraaid. Nu is hij kapot.’

‘Het is maar goed dat het geld op is’, zegt Henriette.

‘Ik hoef nergens meer in. Ik ben zo misselijk!’ ‘We gaan bij mij in de tuin spelen’, zegt Rintje. ‘Dan mag je onder de tuinsproeier. Je zal zien dat je daar van op knapt.’

Sieb posthuma

●▶Meer over Rintje op www.rintje.nl