Pluto toch gedegradeerd tot dwerg

Pluto heeft het niet gered. De kleinste en buitenste planeet van het zonnestelsel wordt voortaan een ‘dwergplaneet’ genoemd, waardoor er in het zonnestelsel nog maar acht ‘echte’ planeten overblijven.

Dat is de uitkomst van een stemming gistermiddag onder astronomen tijdens de algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Praag. Het zonnestelsel verliest een planeet, maar krijgt er een serie dwergplaneten bij. De zogenaamde ‘ijswerelden’ van het formaat van Pluto die voorbij de baan van Neptunus voorkomen, mogen – wanneer ze aan de juiste criteria voldoen – voortaan ook dwergplaneten worden genoemd.

Het heelal is daarmee opnieuw geordend volgens een nieuwe definitie van planeet. De vergadering stemde in met een voorstel planeten voortaan te definiëren als hemellichamen die om de zon draaien, voldoende massa bezitten om onder invloed van hun eigen gewicht vrijwel bolvormig te zijn, en andere objecten in de buurt van hun omloopbaan hebben ‘weggeveegd’. In die definitie passen Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus, niet Pluto.

Hemellichamen die aan het eerste en het tweede criterium voldoen maar niet aan het derde, worden ‘dwergplaneten’ genoemd. Dat geldt nu voor Ceres (de grootste planetoïde in de gordel tussen Mars en Jupiter), Pluto (een van de grootste ijswerelden buiten de baan van Neptunus) en Xena (een in 2003 ontdekte ijswereld die groter is dan Pluto).

Een alternatief voorstel stuitte op veel kritiek. Hierin zou Pluto wel een planeet blijven en zouden ook de planetoïde Ceres, Pluto’s grote maan Charon en andere grote ijswerelden de status van planeet krijgen. Na hevige discussies werd uiteindelijk de aanvullende astronomische eis gesteld dat een hemellichaam alleen een planeet mag worden genoemd als het – via zijn zwaartekrachtsveld – andere objecten in de buurt van zijn baan om de zon heeft ‘weggeveegd’. Het belang van de acht ‘klassieke’ planeten ging voor.