Paar cent per pak melk helpt de koe

Op enkele veemarkten worden koeien mishandeld, zo tonen beelden van dierenbeschermers. „Daar zouden we een handelaar voor op de bon gooien”, erkent de inspectiedienst.

Incidenten of niet? Dat is de vraag die oprijst bij de beelden van dierenmishandeling op de veemarkten van Utrecht en Leeuwarden die de Stichting Dierenrecht gisteren heeft gepubliceerd. Ja, incidenten, zeggen in koor voorzitter Piet Thijssen van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV) en een woordvoerder van de Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van Landbouw. Nee, dit is een structureel probleem van de veehandel, zegt Hans Baaij, voorzitter van Dierenrecht.

Op de beelden is bijvoorbeeld te zien hoe een verzwakte koe ondanks toegediende stroomstoten niet meer op kan staan en met touwen een kar in wordt gesleept, terwijl handelaren met de handen op de rug toekijken. Illegaal, want zogeheten ‘wrak vee’ mag niet worden verhandeld maar moet worden afgevoerd naar de noodslacht, meldt de AID desgevraagd. Er is echter veel wrak vee te zien op de beelden. Vanuit economisch oogpunt begrijpelijk: noodslacht kost de veehouder of de veehandelaar alleen maar geld. Verkopen op de markt levert wellicht nog een grijpstuiver op.

Andere illegale activiteiten, aldus Dierenrecht: een koe waar de navelstreng nog uit de vagina hangt, terwijl koeien helemaal niet mogen worden vervoerd binnen 48 uur nadat ze hebben gekalfd. „Hiervoor zouden onze inspecteurs een handelaar inderdaad op de bon gooien”, erkent de AID. Overtreding nummer drie: koeien met veel te volle uiers.

Jelko de Ruiter, woordvoerder van de Dierenbescherming, constateert nog een vierde overtreding: het gebruik van de zogeheten ‘veeprikkelaar’ – een apparaat dat stroomstoten geeft om een dier op te drijven – is alleen toegestaan op de bilpartij, terwijl de handelaren het op deze beelden gebruiken op anus, geslachtsdelen, uiers en ribbenkast van koeien. „Daarvoor moet iemand gelijk op de bon worden geslingerd”, zegt De Ruiter.

„De problemen zijn al oud”, zegt Hans Baaij. Hij wijst op een rapport van de Landelijke Inspectie Dierenbescherming uit 1996 dat al veel misstanden vastlegde. „Er is nooit iets met die informatie gedaan”, zegt Baaij. Omdat de sector tijd genoeg heeft gehad om wangedrag aan te pakken, heeft de Stichting Dierenrecht bij justitie een aanklacht ingediend tegen deze veemarkten.

„Dit kan natuurlijk niet”, erkent Piet Thijssen van de veehandelarenbond. „We hebben vanmiddag spoedberaad en zullen maatregelen nemen.” Desondanks houdt Thijssen vol dat het incidenten betreft, ook al erkent hij dat „we natuurlijk op incidenten worden afgerekend en moeten zorgen dat ze niet plaats hebben.”

„Minister Veerman geeft de AID opdracht beter te controleren”, constateert De Ruiter van de Dierenbescherming. „Als er niets mis was met de controle, dan was dat toch niet nodig geweest?”

Maar zowel Thijssen als De Ruiter kijkt verder dan de veehandel zelf. ‘Wrak vee’ komt ergens vandaan. Handelaren zijn geen veehouders. „Wat moet een melkveehouder met een beest dat magerder wordt en niet verbetert”, vraagt Piet Thijssen. „Laten afmaken? Dat is ook zo wat. ‘Geef maar aan een handelaar mee dan is-ie uit het zicht.’ Er zou eerder een besluit moeten komen om het beest weg te halen. Ook daar mag wel eens aandacht voor zijn.”

Jelko de Ruiter van de Dierenbescherming trekt deze redenering door naar, uiteindelijk, grootwinkelbedrijven en de consument. „De financiële positie van melkboeren is zwak. Dus belt een boer niet zo snel een veearts, want elk bezoek kost geld. Dit gaat ten koste van het welzijn van dieren.” Hierdoor komt uiteindelijk het wrakke vee in de handel.

De oplossing van dit probleem ligt niet bij boeren, handelaren of overheid. „De oplossing is een einde aan de prijsoorlog om melk. De boeren beknibbelen op de verzorging van hun koeien vanwege de prijsoorlog in de supermarkten. Wij houden dus een pleidooi bij de supermarkten om de prijs met een paar cent te verhogen.”