Ook gij, Aristoteles?

Michiel Leezenberg: De vloek van Oedipus. Taal democratie en geweld in de Griekse tragedie. Van Gennep, 216 blz. €19,90.

‘Kennis van de oudheid heeft nooit enig praktisch nut gehad’, schrijft Michiel Leezenberg in het vooraf bij zijn boek De vloek van Oedipus, ‘maar is altijd van belang geweest voor onze cultuur of beschaving.’ Het is een opgewekte mededeling aan het begin van een boek dat de ondertitel Taal, democratie en geweld in de Griekse tragedie kreeg en waarin veel kennis over de oudheid is opgetast.

Leezenberg probeert aan de hand van de tragedie Oedipus in Colonus van Sofocles (hij schrijft alle Griekse namen helaas op zijn Latijns) na te gaan wat het ‘wezenskenmerk’ van ‘de grote tragedies uit de vijfde eeuw’ is. Hij veronderstelt dat ‘het ware tragische van de tragedie […] haar door en door politieke karakter is’. Daarom doet hij zijn best de politieke cultuur van klassiek Athene te verhelderen en zoveel mogelijk ook de verschillen met onze democratische vormen aan te geven.

Hij wijst er ook op dat de tragedies plaats- en tijdgebonden waren, dat ze onderdeel uitmaakten van de rituelen van de Dionysia, het jaarlijkse festival ter ere van Dionysus en verwerpt elke humanistische of tijdloze interpretatie van de teksten. Zelfs Aristoteles krijgt ervan langs als hij de tragedies als leesteksten opvat en meent dat poëzie vooral ‘individueel genot’ als doel heeft. Leezenberg betwijfelt of Aeschylus, Aristophanes of Sofocles het met die opvatting eens zou zijn geweest, en beweert: ‘Tragedies werden niet geschreven voor de eeuwigheid, maar voor de Dionysia’.

Het is jammer dat Leezenberg, bij al zijn inzet en kennis, er zo vaak op gebrand lijkt te zijn dat alles, tragedies, poëzie, maar één betekenis heeft en dat er één zienswijze achter zit. Waarom zouden tragedies niet én voor de Dionysia én voor de eeuwigheid geschreven zijn – Homerus was immers ook in de 5de eeuw al onsterfelijk, en met het idee van ‘eeuwige’ poëzie waren de tragediedichters wel vertrouwd. En waarom zou een tragedie een ‘wezenskenmerk’ moeten hebben dat heel beslist níet van algemeen menselijke aard mag zijn maar politiek moet zijn?

Grappig genoeg bindt Leezenberg ook zelf in als hij aan zijn uitwerking begint, aangezien hij politiek vervolgens óók opvat als iets algemeen menselijks en zelfs van politiek beweert dat die ‘geen essentie’ heeft en dat het om conflicterende belangen en opvattingen gaat. Ah! Daar zijn we weer op vertrouwd terrein, want zo zijn tragedies altijd gelezen.

Dat wil niet zeggen dat Leezenberg niets nieuws naar voren brengt. Hij heeft de literatuur met betrekking tot vooral Sofocles’ tragedies heel goed bijgehouden en weet daar veel belangwekkends en interessants uit op te diepen. Het is hoogstens zo dat zijn inzet wat erg stellig is.