Nee tegen vrede, nee tegen erkenning

Dat de nederzettingen-politiek een uitvinding van ‘rechts’ is, is een mythe.

Er was brede steun voor het annexeren van Palestijns gebied.

De recente oorlog in Libanon heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat dit land is gegijzeld door Hezbollah. De regering Siniora is immers niet in staat gebleken deze terroristische organisatie te ontwapenen, zoals geëist in de in 2004 aangenomen resolutie 1559 van de Veiligheidsraad van de VN.

The Accidental Empire van de historicus Gershom Gorenberg gaat weliswaar over de nasleep van de Zesdaagse oorlog van 1967, maar het is ook voor de huidige crisis buitengewoon verhelderend. Met uiterste precisie wordt in kaart gebracht hoe de overwinning van 1967 leidde tot ontwrichting van de jonge staat door de besluiteloosheid van de regering. Die schiep ruimte voor eigenmachtig optreden van politici, maar vooral voor de opkomst van Gush Emonim. Net als Hezbollah zou Gush Emonim – de partij van religieuze zionisten die de ideologische motor is achter de kolonisatie van de bezette gebieden – zich ontwikkelen tot een staat in de staat.

Door de onverwachte overwinning in de Zesdaagse oorlog in juni 1967 kwamen grote delen van Jordanië, Egypte en de strategisch gelegen Syrische Golan-Hoogte in Israëlische handen. Al meteen in de euforie van de overwinning, bleek dat iedereen zo zijn eigen agenda had voor de ‘gebieden’ zoals het bezette gebied al gauw eufemistisch heette. Slechts een minderheid onder de politici wees het vestigen van nederzettingen in bezet gebied – in wat voor vorm dan ook – af. De Israëlische regering onder leiding van de aartstwijfelaar Levi Eshkol kondigde meteen na de wapenstilstand aan dat er alleen over teruggave van de in de oorlog ‘veroverde’ gebieden te praten viel in het kader van erkenning van en vrede met Israël door Egypte, Jordanië en Syrië. Via geheime diplomatieke kanalen liet Koning Hoessein van Jordanië vrij snel weten te willen praten. De Arabische top in Khartoum maakte echter datzelfde jaar met de beruchte ‘Drie maal nee’-verklaring (‘nee’ tegen directe onderhandelingen, erkenning en vrede) een einde aan deze eerste opening in de Arabische muur van afwijzing.

Maar ook aan Israëlische kant waren er, al vóór de top in Khartoum, politici en anderen die de bezette gebieden als een welkome gebiedsuitbreiding voor Israël beschouwden dan wel als de ‘bevrijding’ van het bijbelse en historische Israël.

Het oude zionisme van voor de oprichting van de staat Israël, was inmiddels geromantiseerd tot een soort Wild-Westlegende, waarin de vestiging van illegale nederzettingen een centrale rol speelde. Dat verklaart maar ten dele waarom Eshkol een notitie van zijn juridisch adviseur, dat het vestigen van nederzettingen in bezet gebied verboden was door de Vierde Geneefse Conventie, negeerde en oogluikend toestond dat zijn eigen ministers en activisten uit de kibboetsbeweging nederzettingen vestigden in de Golan, gemaskeerd als ‘militaire voorposten’.

Yigal Allon, toen minister van Arbeid, was van mening dat strategisch belangrijke delen van de West Bank, de Golanhoogte en Gaza bij Israël gevoegd moesten worden, maar hij waarschuwde ervoor om nederzettingen te stichten in dichtbevolkte Palestijnse gebieden. Dit zogeheten plan-Allon werd uiteindelijk min of meer officieel regeringsbeleid, al betekende dat niet dat nederzettingen werden ontruimd die niet aan die voorwaarden voldeden,.

Dit alles leidde ertoe dat in de eerste tien jaar na de Zesdaagse oorlog de Groene Lijn – de wapenstilstandsdemarcatie van 1948 – van de kaart werd geveegd (hij verdween ook uit de schoolboeken), dat het onderscheid tussen legaal en illegaal werd opgerekt en dat Gush Emonim zonder al te veel tegenwerking van de regering zijn agenda kon volgen.

The Accidental Empire laat weinig heel van de mythe dat de nederzettingenpolitiek een rechtse uitvinding was. In de opwinding na de overwinning lieten vele vooraanstaande sociaal-democraten zich meeslepen door de Groot-Israël gedachte, terwijl zij zich niet realiseerden dat zij krachten ontketenden die uiteindelijk een staat in de staat zouden gaan vormen en die Israël zouden meetrekken in een richting die het land steeds verder van vrede en van een oplossing van het Palestijnse conflict zou brengen.

Gorenberg concludeert terecht dat het Palestijnse nationalisme sterk werd aangewakkerd door de nederzettingen. In het bijzonder de nederzettingen die in dichtbevolkte gebieden verrezen, riepen al snel verzet op van de Palestijnse bevolking. De gewelddadige demonstraties en de toenemende terreuraanvallen van de PLO vormden op hun beurt weer een rechtvaardiging voor het bouwen van nog meer nederzettingen.

Minstens even erg is de schade die het ontstaan van de nederzettingen de jonge staat toebracht, aldus Gorenberg. Hij meent, met goede argumenten, dat het proces van consolidatie van de nieuwe staat werd omgekeerd door de nederzettingenbeweging en door de medewerking die deze kreeg van leden van de regering, en dat de democratische structuur van de staat werd aangetast. The Accidental Empire is ontmoedigende lectuur, ook wat betreft de huidige situatie.

Gershom Gorenberg: The Accidental Empire. Israel and the Birth of the Settlements, 1967-1977. Oxford University Press. 446 blz. € 28,64