Mens, je schreeuwt

Jan Siebelink: Knielen op een bed violen. Luisterduur ca. 14,5 uur. Zoem, 12 cd’s, € 29,90

Literair-historisch gezien is het vaak interessant wanneer een auteur eigen werk voorleest. Maar niet altijd. Voor de blindenbibliotheek worden strenge selecties gemaakt op stemgeluid en in de VS, waar het luisterboek aan zijn opmars begon, is het zelfs ongebruikelijk. Daar worden vergeten performers opeens populair omdat ze zo mooi andermans romans kunnen voorlezen. In Nederland daarentegen wordt vaak de voorkeur gegeven aan de stem van de auteur zelf. Zo ook bij Jan Siebelinks luisterboek Knielen op een bed violen. Ruim veertien uur heeft de auteur nodig.

De twaalf cd’s zijn een soort aanvulling op de roman: Siebelink treedt vaak op om voor te lezen uit zijn bekroonde werk, maar voor wie daar niet genoeg van kan krijgen bieden de cd’s uitkomst. Interessant is daarnaast dat Siebelink zijn dialogen aanpast, vaak ‘sprekender’ maakt. Tussenwoordjes als ‘nou…’, ‘oh’ of ‘hoor’ worden toegevoegd. Soms worden ze ook aangescherpt: ‘Nee, je zegt niets. Ik kan dat begrijpen’ wordt ‘Nee, je zegt niets. Ik begrijp het’. Hetzelfde geldt voor beschrijvingen of gedachten. Soms volgt er opeens een vraagteken waardoor de zin begrijpelijker wordt. ‘De twijfel sloeg toe. Nu sterven’ staat er. Siebelink leest: ‘De twijfel sloeg toe. Nu sterven?’

Dat zijn allemaal verbeteringen, zeker wat de dialogen betreft. En ook is er natuurlijk respect voor iemand die zo geduldig uit eigen werk voorleest. Want het moet raar zijn om een roman die zo de hemel in geprezen is helemaal voor te lezen. Het kan niet anders of je gaat aarzelen over de juistheid en het ritme van bepaalde zinnen. En dat is te merken. Middenin zinnen neemt Siebelink de meest eigenaardige pauzes. Als je niet beter wist zou je bij vlagen denken in een prozagedicht te zijn beland en een diepzinnige witregel te horen. Daar komt bij dat Siebelink uiterst traag en monotoon leest. Dat hoort wellicht bij het milieu dat hij beschrijft, maar wanneer er bijna fluisterend wordt voorgelezen: ‘„Een oppervlakkige blik op de geschiedenis en ge hebt het antwoord op deze vraag. Neen!” „Mens, je schreeuwt. Ze kunnen het op straat horen”.’ – dan is toch de eerste gedachte: dat zal reuze meevallen.

Literair-historisch is het ongetwijfeld interessant dat Siebelink zijn roman integraal voorleest, maar of de luisteraar er ook bij gebaat is, dat is de vraag.