Kunnen vrouwen winnen in de politiek?

Amerikaanse campagnestrategen schatten dat gender een vrouwelijke kandidaat bij verkiezingen zo’n vier à vijf procent aan stemmen kost. Voor Rita Verdonk viel het stemmenverschil met haar politieke opponent Mark Rutte in de strijd om het lijsttrekkerschap net binnen deze marge. Daardoor is er bij de komende verkiezingen in november slechts één vrouwelijke lijsttrekker, Femke Halsema.

Vrouwen komen in Nederland meestal op de vleugels van hun partijleider de politiek binnen. Vooral in de landelijke politiek, waar de grote partijen proberen evenveel vrouwen als mannen op een verkiesbare plaats te zetten, zijn vrouwen goed vertegenwoordigd. Nederland bezet, met bijna 40 procent vrouwen in het parlement, de zesde plaats op de wereldranglijst.

De Verenigde Staten staan op diezelfde lijst op een beschamende negenenzestigste plaats. Het aandeel vrouwen in het Amerikaanse Congres bedraagt een schamele 15 procent. Terwijl op aandrang van de Verenigde Staten nota bene is bepaald dat de Iraakse volksvertegenwoordiging voor minimaal 25 procent uit vrouwen bestaat.

Het Amerikaanse kiessysteem is een districtenstelsel waardoor politieke kandidaten altijd rechtstreeks de strijd moeten aanbinden met een tegenkandidaat. Voor de verkiezingscampagne hebben kandidaten aanzienlijke hoeveelheden geld nodig. En omdat vrouwen worden geacht minder kans te hebben om te winnen, is het voor hen moeilijker om geldschieters te vinden.

Niet alleen bij de fondsenwerving, ook bij het campagne voeren zelf gelden voor vrouwen duidelijk andere spelregels dan voor mannen. Om een kans te maken mogen vrouwelijke kandidaten bijvoorbeeld niet de fout maken om emoties te tonen. Waar je Bill Clinton meer dan eens een traan kon zien wegpinken, kan zijn vrouw zich dat niet veroorloven.

Vrouwelijke politici leren zichzelf vaak aan om met een diepe, mannelijke stem te spreken. Uit onderzoek is gebleken dat informatie uitgesproken door een mannenstem serieuzer wordt genomen dan wanneer diezelfde informatie wordt uitgesproken door een vrouwenstem. Behalve bij Hillary Clinton kun je dit fenomeen ook bij vrouwen in de Nederlandse politiek waarnemen.

Maar ook aan het andere uiteinde van het gevoelsgamma hebben vrouwelijke kandidaten minder ruimte dan hun mannelijke rivalen. Hillary Clinton kreeg van de Republikeinse partijvoorzitter, Kenneth Mehlman, het verwijt dat ze een vrouw was met a lot of anger. De Republikeinen rekenen er kennelijk op dat mannen genoeg hebben aan één bittere, klagende vrouw thuis, en er dus niet nog één als president willen.

Tegen de aantijging van ‘boze vrouw’ is het niet makkelijk om je te verweren. ‘Nee, ik ben helemaal niet boos’ klinkt al gauw vinnig, of nog erger, hysterisch. Hillary Clinton reageerde stoïcijns; zij spoorde de Republikeinse spindoctors aan zich te focussen op de desastreuze gevolgen van het beleid van president Bush, in plaats van zich obsessief met haar bezig te houden.

Evelyne Verheggen schreef onlangs op deze pagina dat de rancune, het detaillisme en de emotionaliteit van Femke, Ayaan, Lousewies en Rita verantwoordelijk waren voor de val van het kabinet. Ze ging nog net niet zover om haar eigen sekse geheel af te schrijven voor het politieke metier.

Maar duidelijk was wel dat vrouwen in de ogen van Verheggen niet kunnen tippen aan haar idolen, Balkenende en Donner.

Vrouwelijke politici hebben bij uitstek te maken met de zogenoemde zichtbaarheid/kwetsbaarheid-dynamiek. Ze staan bij de uitoefening van hun vak immers continu in de schijnwerpers. Zolang vrouwen worden gezien als het zwakke geslacht zullen mannen én vrouwen hun eigen gevoelens van kwetsbaarheid en onzekerheid projecteren op de vrouwelijke kandidaat, en niet op de mannelijke kandidaat.

Het beeld dat bestaat van vrouwen botst met het verwachtingspatroon dat we koesteren ten aanzien van leiders. Als vrouwen kwetsbaar zijn, dan is een vrouwelijke kandidaat ook kwetsbaar. Komt het voortbestaan van de groep niet in gevaar als zij tot leider wordt verkozen? Laten we ons bij het kieslokaal soms leiden door onuitgesproken angsten en onbewuste vooroordelen? De praktijk doet vermoeden van wel.

Een vrouw in de politiek beweegt zich in een strak keurslijf. Zij moet van haar eigen kracht uitgaan en onverstoorbaar haar eigen verhaal aan de kiezers blijven vertellen. Om succesvol te zijn moet een vrouwelijke kandidaat tegelijk rustig én daadkrachtig overkomen, tegenstellingen kunnen overbruggen en zich niet laten verleiden tot polemiek. Tegen zoveel womanpower blijken mannen vaak niet opgewassen.

Zes jaar geleden won Hillary Clinton de verkiezingen voor de Amerikaanse Senaat op het moment dat haar Republikeinse tegenstander, Rick Lazio, tijdens het eerste televisiedebat op haar afbeende, haar een contract over campagnefinanciering in handen drukte en eiste dat ze dat staande het debat zou tekenen. Deze tactische fout kostte Lazio de race, omdat hij de sympathie verloor van veel vrouwelijke kiezers die vonden dat hij fysieke grenzen had overschreden.

Angela Merkel kreeg van partijgenoot Edmund Stoiber vorig jaar het verwijt dat ze een koele en harteloze campagne had gevoerd. Maar de overwinning was voor Merkel toen politiek rivaal Gerhard Schröder op de avond van de verkiezingsuitslag, ongetwijfeld onder invloed van een flinke scheut testosteron, zijn nederlaag vierde als een overwinning, en nogal labiel overkwam op het Duitse televisiepubliek.

In De Heerser schreef Machiavelli al dat succes in de politiek altijd samenhangt met fortuna, en dat goede politici zich onderscheiden doordat zij met virtu de omstandigheden naar hun hand weten te zetten. In zijn ogen was fortuna een vrouw die je, als je haar eronder wilde houden, te lijf moest gaan en afranselen. (Vrouwen lieten zich volgens de vijftiende eeuwse filosoof eerder bedwingen door iemand die hardhandig optreedt dan door iemand die met zachtheid te werk gaat.) Geheel in de geest van Machiavelli zal een vrouw in de politiek, die fortuna aan haar zijde weet te krijgen door de uitdagingen waarvoor zij zich gesteld ziet te transformeren in kracht, buitengemeen succesvol blijken.