Ivoriaan zonder pas is hond zonder baas

Ivoorkust probeert de identiteit te bepalen van drie miljoen inwoners.

Maar de regering vreest nu dat ook immigranten de nationaliteit weten te krijgen.

Bazouma Doumbia slachtte een kip toen hij voor het eerst zijn identiteitsbewijs kreeg. Hij was zo blij dat hij een dankoffer aan zijn voorouders bracht. Na tien jaar moest het document vernieuwd worden. Smeergeld beklonk toen het onderzoek naar Doumbia’s afkomst.

De keer daarop, weer tien jaar later, ging het mis. De gemeente had ineens besloten dat Doumbia een immigrant was, en dus geen recht had op een Ivoriaans identiteitsbewijs. Sindsdien loopt hij met een verlopen kaart op zak die hem alleen langs wegversperringen van de politie helpt als hij ook een paar bankbiljetten overhandigt.

In Ivoorkust is identiteit een relatief begrip. Maar Doumbia, die hier geboren en getogen is, heeft zijn gevoel voor humor behouden. „Een Ivoriaan zonder papieren is als een hond zonder baas”, zegt hij met een tandeloze grijns. „Je kunt hem slaan wanneer je wilt.” In Ivoorkust betekent geen papieren hebben: óf bij de honderden checkpoints moedwillig de vernederingen ondergaan van leger en politie tot je over de afkoopsom hebt onderhandeld, óf helemaal niet reizen.

Het is druk voor het sobere schoollokaal dat vandaag als rechtbank dient in de rebellenhoofdstad Bouaké. Doumbia staat in de rij met zijn nicht, een boerin die niet precies weet hoe oud ze is omdat ze nooit werd aangegeven bij de burgerlijke stand. Buiten klinkt het gekwetter van tientallen meisjes en vrouwen die wachten tot ze voor de rechter mogen verschijnen. Binnen bast de procureur tegen een in een zwarte chador gehuld meisje dat ze haar gezicht moet laten zien. „Dit is een seculiere staat.” Aarzelend licht ze haar sluier op.

De regering van Ivoorkust stuurde vorige maand vijftig mobiele rechtbanken het land in voor een grootscheeps identificatieprogramma. Naar schatting drie van de achttien miljoen mensen hebben geen geldige papieren.

Onder de overwegend islamitische Dioula’s uit het noorden is het probleem het grootst. Kilometers lopen om je kind aan te geven, daar zagen weinig boeren vroeger het nut van in. Zeker niet als het een meisje was, dat later toch werd uitgehuwelijkt. Veel immigranten, die maar liefst een kwart van de bevolking uitmaken, schreven hun kinderen nooit in. Uit onwetendheid, of omdat ze ontmoedigd raakten door de bureaucratie. Anderen verloren hun documenten toen ze op de vlucht sloegen voor de rebellen die in 2002 de noordelijke helft van het land bezetten. En dan is er nog de politie, die soms botweg de papieren van noordelingen en allochtonen verscheurt.

Geruzie over wie een volbloed Ivoriaan is en wie niet, heeft Ivoorkust gespleten. De eerste president, Felix Houphouët-Boigny, opende na de onafhankelijkheid in 1960 de grenzen voor miljoenen gastarbeiders in de landbouw. Hij wilde van Ivoorkust de grootste cacaoproducent ter wereld maken. Maar hij liet na beleid te ontwikkelen dat van immigranten volwaardige staatsburgers zou maken.

Na zijn dood in 1993 wakkerden politici de tegenstellingen binnen de bevolking aan door onderscheid te maken tussen autochtonen en allochtonen, zuiderlingen en noordelingen, christenen en moslims. Zij wisten de populaire noordelijke oppositieleider Alassane Ouattara tot twee keer buiten de verkiezingen te houden. Ouattara, aldus zijn rivalen, heeft buitenlands bloed. Door de campagne tegen Ouattara zien veel zuiderlingen de Dioula’s nu ook als buitenlanders. Erger: als buitenlanders die de rebellen steunen.

Identificatie is een eis van de Dioula-rebellen, die aanvankelijk beloofden dat ze tegelijkertijd hun wapens zouden inleveren. Pas als beide programma’s voltooid zijn, kunnen verkiezingen worden gehouden. In oktober verlengde de VN-Veiligheidsraad de ambtstermijn van president Laurent Gbagbo met twaalf maanden omdat het land nog steeds verdeeld was.

Inmiddels is het zo goed als zeker dat de verkiezingen opnieuw uitgesteld worden. Begin deze maand kondigde Gbagbo plompverloren aan dat de mobiele rechtbanken niet langer nationale identiteitsbewijzen mogen uitgeven. Buitenlanders én Ivorianen krijgen alleen een tijdelijk certificaat. De rebellen trokken zich daarop terug uit het ontwapeningsoverleg.

De aankondiging van Gbagbo veroorzaakte zo veel verwarring dat er nu nog maar twaalf mobiele rechtbanken actief zijn, de meeste in het noorden. Veel te weinig, zegt een waarnemer van de VN-vredesmacht in Ivoorkust. „De behoefte is overweldigend. Als we echt iedereen willen bereiken, zijn we zeker tot april bezig.”

De harde kern rond Gbagbo is bang dat veel immigranten stiekem de Ivoriaanse nationaliteit zullen bemachtigen. En wie een nationale identiteitskaart heeft, kan stemmen. Fraude is niet uitgesloten, want de rechtbanken zien gemiddeld veertig mensen per dag, en moeten vaak een oordeel vormen op grond van vage bewijzen: een beduimelde identiteitskaart van de vader, een getuigenverklaring van de buurvrouw. „Het gaat om veel meer dan alleen een identiteitskaart”, fluistert ambtenaar Yves Ahounan samenzweerderig terwijl de rechter een jongetje aan de tand voelt. „Dit is ook politiek. We bereiden ons voor op de verkiezingen.”

Klopt, zegt Bazouma Doumbia, die aan het eind van de middag nog steeds in de rij staat. Hij is een fervente aanhanger van Ouattara’s oppositiepartij, die moskeeën afgaat om de achterban te mobiliseren en ongeletterde Dioula’s helpt met het invullen van hun aanvraag voor een identiteitsbewijs. „Ik wil kunnen reizen”, zegt hij opgewekt. „Maar ik wil straks natuurlijk ook kunnen stemmen.”