‘Ik kijk nooit zo diep in mezelf’

De voormalige oorlogsvlieger James Salter schrijft met weemoed over de onbenutte kansen van het leven. Graag was hij zeven keer getrouwd geweest. ,,Vooral met een Siciliaanse.’’

De verhalen in Last Night (‘Laatste nacht’) van James Salter doen denken aan de schilderijen van Edward Hopper. Ze gaan over een tijdloos Amerika dat ergens iets met de jaren vijftig te maken heeft. Licht is er belangrijk in; het ‘volle, pure licht vóór de avond’, of het witte ochtendlicht. Belofte, een glimp erotiek of juist gelatenheid, onbenutte mogelijkheden, voorbije kansen.

Een huwelijk desintegreert in één avond. Een vrouw maakt zich bezorgd om de hond van een man die haar op een feestje heeft vernederd. Een vrouw vertelt niet aan haar vriendinnen, maar wél aan de taxichauffeur dat ze kanker heeft. Mensen komen samen en gaan weer uiteen. ‘Wat mensen bij elkaar houdt, was er niet meer. Ze zei tegen hem dat ze er niets aan kon doen. Zo was het nu eenmaal.’

De verhalen in Last Night van James Salter doen ook denken aan Salters bekende memoires, Burning the Days: A Recollection uit 1997. Salter is een voormalig oorlogsvlieger, opgeleid aan West Point. Meer dan honderd gevechtsvluchten legde hij af in de Koreaanse oorlog (1950-’53). Aan zijn bestaan als onopvallend scenarioschrijver kwam een eind toen hij kristalhelder, weemoedig proza begon te publiceren, in de vorm van korte verhalen, en in die genoemde memoires en romans. De portretten van vrouwen, mannen en etentjes – véél etentjes – in Salters werk schuiven over elkaar heen zoals dia’s soms doen in een projector.

De verloren tijd, in de Proustiaanse zin van het in de geschiedenis verdwijnen van het leven, inclusief alle onbenutte mogelijkheden ervan, speelt in Salters werk altijd een grote rol. In Last Night blijkt dat bijvoorbeeld aan het slot van het verhaal ‘Palmenzaal’, waarin een man zijn oude liefde heeft ontmoet en daarna naar buiten loopt. ‘Lopend over straat op hun hoge hakken, in hun eentje of met anderen, waren meisjes zoals Noreen indertijd was geweest, een heleboel meisjes. Er zou wel nooit iets komen van hun lunchafspraak voor eens. Hij dacht aan de liefde die het belangrijke middenvertrek van zijn leven had gevuld en dat hij nooit meer zo iemand zou ontmoeten. Hij wist niet wat hem overkwam, maar op straat barstte hij in tranen uit.’

James Salter zelf, die zijn nieuwe boek (nu vertaald: Laatste nacht) achterna reisde naar Amsterdam, is een oude man zoals iedereen een oude man zou willen zijn. Een knap gezicht vol fijne lijnen, doordringende lichtblauwe ogen onder kort grijs haar. Gevraagd naar het verschil tussen verhalen en herinneringen zegt hij eerst dat hij zaken niet nodeloos wil compliceren, maar laat zich vervolgens toch verleiden tot bespiegeling. ,,Naarmate er meer tijd verstrijkt, verandert een persoonlijke herinnering in een verhaal. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Omgekeerd is een verhaal dat je wilt schrijven gedeeltelijk herinnering, maar het valt er nooit mee samen. In dat geval is herinnering als een gevlekte, dof geworden kandelaar, die opgepoetst moet worden.’’

Uw personages lijken leeftijdsloos, zelfs als ze pas even in de dertig zijn.

,,Midlife, zo lijkt het inderdaad. Dat gaat nou eenmaal heel lang door. Het begint op je vijfendertigste en eindigt misschien pas als je bijna zestig bent. En ook dan ben je nog niet meteen oud. Voor mij begon de echte ouderdom pas op mijn vijfenzeventigste.’’

Wat is voor u de grootste verandering van ouderdom?

,,Er zijn natuurlijk voorspelbaarheden als kwalen en verlies van energie. Maar de belangrijkste verandering is de kanteling van perspectief. Je verbeelding groeit. Als je jong bent heb je energie, maar geen perspectief. Later begrijp je hoe het spel gespeeld wordt. De grote dynamiek tussen man en vrouw kalmeert een beetje. Man en vrouw worden als het ware van dezelfde sekse. Je praat over voorbije schermutselingen zoals twee oude generaals van vijandige legers zouden doen.’’

Over zulke kameraadschappelijkheid schrijft u niet.

,,Nee. De schermutselingen zelf interesseren me meer. De liefde blijft mij boeien. Ik schrijf graag over vrouwen. Het liefst schrijf ik over huwelijken, omdat ik het meest geïnteresseerd ben in het leren kennen van een vrouw. Tijdens een etentje sprak ik ooit met een vrouw over het huwelijk. Ik zei tegen haar dat ik graag zeven keer getrouwd zou zijn geweest, bijvoorbeeld een keer met een Siciliaanse. Ja, ik zou graag met een Siciliaanse getrouwd zijn, om alles van haar te weten. Haar familie, haar jeugd, waar ze van hield, wat haar irriteerde. Die dingen leer je alleen als je met iemand getrouwd bent. ‘’

Voelt u zich verdwaald in deze tijd? Bij u is het verhullen van emoties een groot goed. Men zegt alleen het hoognodige. Erotiek is veel belangrijker dan seks. In de huidige populaire cultuur is dat allemaal veranderd.

,,Ja, ons gedrag is inderdaad erg veranderd in een paar generaties. Dat heeft onder meer met het fenomeen psychotherapie te maken, dat nogal een hoge vlucht heeft genomen. Sindsdien tref je mensen die maar doorpraten over hun jeugd, hun familie, hun opvattingen, hun seksleven. Het heeft iets vervelends, iets repetitiefs. Al dat praten verandert helemaal niets. Voor mij leidt emotionele expressie vooral tot gewauwel. Ik ben zelf gesteld op terughoudendheid. Ik houd ervan dat mensen, vooral vrouwen, zaken uitdrukken in één goedgekozen zin. Ik kan dan wel lezen wat daarin verborgen ligt.’’

Behalve op niet-gezegde woorden vestigt u ook graag de aandacht op onvervulde mogelijkheden, ongeleefde levens, niet-beminde vrouwen.

,,Zo beleef ik het leven, zo voel ik het. Soms ken je de meest memorabele mensen uit je leven maar heel kort, of zelfs helemaal niet. Ik ben nieuwsgierig naar mensen, vooral vrouwen, ik wil dingen weten. Daarom wilde ik ook zeven keer getrouwd zijn, al vond de vrouw aan die tafel het maar ranzig en kinderachtig. Ik ben niet alleen seksueel nieuwsgierig, al begrijpt u dat het mij daarbij niet alleen om research ging. Nee, ik wilde in mijn zeven huwelijken werelden leren kennen die anders voor mij verborgen zouden blijven, andere ervaringen, en vooral andere talen om die ervaringen te verwoorden.

Komt uw nieuwsgierigheid naar andere levens voort uit uw tijd als vlieger? Die wereld was vol naasten met wie u veel meemaakte, maar van wie u verder de achtergrond niet kende.

,,Voor mij was het leger inderdaad een grote familie, met familieleden uit onbekende werelden. De mensen die door overplaatsing uit je leven verdwenen, waren niet echt weg, het was net alsof ze zo weer aan konden schuiven. Alleen: toen werden de eersten gedood, je zou ze nooit meer zien. Misschien dat je er toen inderdaad een gewoonte van maakte je de rest van hun leven te verbeelden. Maar op een oppervlakkiger niveau accepteerde je het idee. Je moest wel.’’

Salter zwijgt en zegt dan: ,,Luister, ik kijk nooit zo diep in mijzelf en al helemaal niet bij een interview. Ik wil niet dat introspectie mij hindert. Sommige schrijvers schrijven alleen over zichzelf. Ik niet. Er zit veel van mijzelf in mijn verhalen. Maar wat dat is, daar ben ik me liever niet van bewust.’’

Laten we het dan over de buitenwereld hebben. Actualiteit of politiek komt niet in uw werk voor. Uw collega Michael Cunningham heeft gezegd dat het onmogelijk is over het moderne Amerika te schrijven zonder te refereren aan de aanslagen van 11 september. Hoe denkt u daarover?

,,Daar ben ik het volstrekt mee oneens. Deze schrijvers, hoe heten ze, Jonathan Safran Foer, Michael Cunningham en hun romans over 9/11, ik wil erop wedden dat zij over een jaar of twintig niet meer gelezen worden. Ik houd van een ander soort boeken. Boeken die je iets laten zien van wat het leven is, wat menselijkheid is. Ik woon vijf blokken van de Twin Towers. De aanslagen waren verschrikkelijk, als het zinken van de Titanic. De consequenties zijn groter geweest dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Toch zijn er zaken die nog belangrijker zijn. De menselijke conditie, het menselijk leven. Wij herinneren ons Shakespeare’s tragedies toch ook niet vanwege de Honderdjarige oorlog, en Anna Karenina gaat toch niet over de geschiedenis van Rusland. Anna Karenina gaat over Anna. Anna is echt, wij geloven in haar, denken over haar, houden van haar.’’

Het werk van James Salter, ook het recente ‘Laatste nacht’ (€17,90) dat vertaald is door Ronald Cohen, verschijnt bij Meulenhoff. De meeste boeken zijn alleen nog antiquarisch te koop.